Aan de rand van niemandsland

Langzaam werkt Bert Natter in zijn debuut toe naar de climax – aan de rand van de Waddenzee. Als zijn roman op stoom komt, blijkt die een warmbloedige liefdesgeschiedenis te bieden.

Zeedijk bij Noordpolderzijl, tussen Noord-Oost Groningen en Waddenzee Foto Gerhard van Roon/HH Een kale Noord-Groningse dijk vormt het einddecor van debuutroman Begeerte heeft ons aangeraakt. Nederland, Noordpolderzijl, 27-2-2003 Een reiger vliegt over de zeedijk die het Noord-oosten van Groningen scheidt van de Waddenzee. Landschap. Vogels. foto:Gerhard van Roon/HH Gerhard van Roon/Hollandse Hoo>

Bert Natter: Begeerte heeft ons aangeraakt. Thomas Rap, 271 blz. € 17,90

Noord-Groningse dijken kunnen aanvoelen als het eind van de wereld. Een kaal niemandsland dat uitkijkt op de kalme, wezenloze Waddenzee. Hier vindt het indrukwekkende einde plaats van de debuutroman van Bert Natter, Begeerte heeft ons aangeraakt – in Noordpolderzijl om precies te zijn. Hoofdpersoon Lucas Hunthgburth parkeert zijn busje op de dijk, om de tijd wat te rekken voordat hij zijn pas gevonden grote liefde Dido moet terugbrengen naar het gesticht in Zuidlaren. Zij trekt haar kleren uit en zwemt de zee in, naar het eiland dat zij van vroeger kent, of zegt te kennen. Van gekken weet je het tenslotte nooit. Lucas kijkt haar na. ‘Jij bent als kind op het eiland geweest. Je vader roeide de blaren op zijn handen om je ernaartoe te brengen. De golven werden hoger en jij deed je ogen dicht, probeerde je armen om zijn hals te slaan en hij zei en hij lachte: de zee is een paardje en wij zijn de ruiters!’

De begrafenis van Dido’s vader is dan net achter de rug, een groteske vertoning, met pijnlijk openhartige toespraken, een bekogeling met spruitjes en de opdiening van twee stiekem geslachte fazanten die, eenmaal gevuld en gebraden, de nodige emoties opwekken bij de aanwezige dorpsbevolking.

Lucas is bij toeval verzeild geraakt in dit absurdistisch dorpsdrama, door toedoen van Dido’s broer, Diederik Dermeth. Die benaderde hem wegens een erfstuk van de familie, een kostbaar klavecimbel. Lucas, restaurateur van oude muziekinstrumenten, dacht de slag van zijn leven te slaan door dit unieke exemplaar op de kop te tikken. In plaats daarvan verliest hij zijn hart, en zijn pijnlijke herinneringen, aan Dido, een psychiatrisch patiënt en een gepassioneerde klavecimbelspeler.

Begeerte heeft ons aangeraakt – de titel komt uit de Internationale – vertelt veel meer dan de liefdesgeschiedenis tussen Lucas en Dido. Naast alle kleurrijke dorpspersonages en excentrieke familieleden van Dido en Diederik Dermeth is daar het verhaal van Zwier, Lucas’ beste vriend, die overleed bij de vuurwerkramp van Enschede. Hun tragisch verbroken vriendschap ligt eigenlijk aan de basis van de roman; eerder suggestief dan uitgesproken belichaamt de expressieve Zwier, die een succesvolle carrière maakte als schilder van borsten, het tekort in Lucas’ leven. Het noodlot slaat daar keer op keer toe, in de vorm van de exploderende vuurwerkfabriek, of juist in de fatalistische manier waarop Lucas’ ouders zich vast blijven klampen aan hun buurtsupermarkt.

Natter vermengt al deze motieven met de hoofdlijn van zijn verhaal. Pas later in de roman komt die op gang, als Lucas Dido ontmoet. In eerste instantie wekt zij meer irritatie dan begeerte. Ze raakt hem veelvuldig en ongevraagd aan en met haar lage stem treitert ze hem door om de haverklap zijn naam te noemen: ‘Toen was Lucas er nog niet, hè Lucas?’ Veel te persoonlijk voor de Einzelgänger Lucas.

Uit de manier waarop hij Dido het verhaal in schrijft blijkt Natters feilloze beheersing als romanschrijver. Met het familieportret dat Lucas aantreft in het familiehuis van de Dembecks is een grapje uitgehaald: Bij Dido is er een derde hand bijgeplakt. Het doet Lucas denken aan de compositie voor klavecimbel van Jean-Philippe Rameau, Les trois mains, waarin de suggestie wordt gewekt dat er na zesentwintig maten een derde hand in het spel komt, die de hoge regionen van het klavier laat meedoen in het geheel. ‘Door het stevige ritme in de bas (linkerhand) dat hij langzaam naar de rechter laat verschuiven, maakt hij een opening waardoor hij de linkerhand als kwikzilver boven de rechter kan laten klinken. Daardoor is het net of er een nieuw personage opkomt.’

Zoals in Rameaus muziekstuk stijgt ook Begeerte heeft ons aangeraakt na deze wending tot grotere hoogten. Als Dido in het verhaal komt, is de omslag ook in de vertelstem te bemerken. Ik-persoon Lucas richt zich nu rechtstreeks tot Dido. En nu weten we ook voor wie de beginzin van de roman bedoeld was: ‘Als je ophoudt met zingen zal ik je alles vertellen.’ Een geslaagd effect, met beheersing getimed, want zo vlak voor de helft blijkt de hele roman met terugwerkende én vooruitziende kracht op dit moment te hebben gewacht, net als Lucas zelf, die daarvoor een kleurloos bestaan leidde als museumconservator – gericht op behoud van het verleden in plaats van op de toekomst. De beginfase van het verhaal, vol verwijzingen naar de geschiedenis van de barok en andere muziekhistorische feiten, doet je als lezer even vrezen voor een cerebrale, met kunsthistorische kennis koketterende roman. Godzijdank: niets is minder waar.

Begeerte heeft ons aangeraakt getuigt van technisch meesterschap, maar nergens opdringerig, vrijwel onopvallend, en daarom des te doeltreffender. Het maakt de roman juist fris en beladen. Zo laat Natter Lucas in zijn geheugen graven, om erachter te komen dat hij Dido al eens eerder heeft gezien, van een afstand, op een feestje na een toneelstuk, dat zich op het podium van het theater afspeelde. Daar zag hij, jaren geleden alweer, een meisje dat ‘heel langzaam een rondje draaide, zachtjes wiegend met haar billen in een glanzende avondjurk, met in elke hand een schoen, midden in het ronde vijvertje, met op haar hoofd in volmaakt evenwicht een vol glas champagne. […] Het theater uit, wilde ik, maar ik wachtte even tot het meisje zich eindelijk naar de zaal gewend had. Ik keek haar aan, recht in jouw ogen.’

Dat is mooi en spannend beschreven, net zoals deze hele roman. Er valt wellicht alleen wat af te dingen op de eerste hoofdstukken, die veel open lijntjes neerleggen die pas later in het verhaal met elkaar verbonden worden. Natter kiest voor een langzame opbouw, waarin de verschillende verhaallijnen al terloops klaargelegd zijn als het verhaal echt op stoom komt. En dat doet het, de tweede helft is hilarisch, warmbloedig, spannend en tragisch.

De kluchtachtige gebeurtenissen rondom de begrafenis van vader Dermeth vormen daarbij een aangenaam decor, voornamelijk wegens de personages die allen sterk zijn uitgetekend. De montere, aristocratische Diederik Dermeth is bot en innemend. Eigenwijs en breedsprakig, met uitspraken als ‘kauwgum is televisie voor je tanden’, en zijn bezorgdheid voor zijn zusje Dido, hangt hij tussen illusieloos egoïsme en onbaatzuchtige liefde in.

Begeerte heeft ons aangeraakt zit vol met kleurrijke bijrollen en zijsporen. Zonder de hoofdlijn van het verhaal te veel uit het oog te verliezen – te midden van alle chaos krijgt de rafelige liefde tussen Lucas en Dido alleen maar meer reliëf. De gekte van Dido wordt naar het einde toe steeds beklemmender. De ‘jij’-persoon trekt zo als een magneet het hele verhaal naar zich toe – blijkt dat al die tijd al te hebben gedaan. Het is deze zich langzaam ontpoppende alomtegenwoordigheid van de tweede persoon, die aan Begeerte heeft ons aangeraakt een unieke, persoonlijke toon geeft. Als een laatste toenaderingspoging, af en toe tastend en dwalend, maar vol teruggrijpende intimiteit.