‘Ze snappen nog steeds niet wat kan’

Problemen bij de overheid worden over de schutting van ICT-afdelingen gegooid, zegt Rekenkamerpresident Saskia Stuiveling.

Saskia Stuiveling Foto HH Nederland, Den Haag, 16 mei 2007. In het kader van de Roon, Gerhard van;Hollandse Hoogte

ICT-projecten bij de overheid zijn vaak te complex en ambitieus, waardoor er „geen balans is tussen ambitie, beschikbare mensen, middelen en tijd”. Door hun „ICT-enthousiasme” zien hoge ambtenaren en politici automatisering als wonderoplossing voor problemen. Ze overschatten de technische mogelijkheden en onderschatten wat het kost aan tijd, geld en mankracht. Politici en ICT-bedrijven raken daardoor gevangen in een „spiraal van toenemende complexiteit zonder elegante weg terug”.

Het is volgens de Algemene Rekenkamer de reden dat grote ICT-projecten bij het Rijk regelmatig en spectaculair mislukken. Volgens Saskia Stuiveling, president van de Algemene Rekenkamer, is het hoog tijd voor een „emancipatieproces”.

Waarom besteedt u zo veel aandacht aan ICT bij de overheid?

„De automatisering heeft net zulke enorme effecten op de maatschappij als de industrialisatie aan het begin van de vorige eeuw. Net als toen zie je nu dat de ontwikkeling van de techniek ver voor het menselijk bevattingsvermogen uitloopt. Daarom hebben wij zes jaar geleden gezegd: we gaan ons verdiepen in die automatisering bij de overheid.

„Een ICT-project is niet zomaar een project met een toevallige IT-component. Het heeft unieke aspecten: het is organisatorisch, technisch én politiek complex. De spanningen die dat oproept, worden te weinig gezien. Nu zijn er allerlei programma’s en projecten met ICT-componenten bij de overheid, terwijl niemand zich eigenlijk realiseert dát het ICT-projecten zijn, en dat de ICT van vitaal belang is voor het slagen van het project. Er is nu een cultuur waarin hoge ambtenaren denken: daar weet ik niets van, maar als dit modern is, dan moet het maar zo. Maar een technology fix bestaat gewoon niet, ICT is geen panacee. De problemen die wij zien, zijn trouwens geen ‘Hollandse ziekte’. Je ziet in heel Europa dat maatschappijen worstelen om baas van de techniek te worden.”

Toch speelt die technology fix een prominente rol in de nieuwste plannen voor de bezuinigingen op het ambtenarenapparaat. Toen die werden opgesteld, was uw fundamentele kritiek al bekend.

„Ze snappen nog steeds niet wat IT wel en niet kan.”

Misschien legt de Rekenkamer het verkeerd uit.

„Nee. Het is iets anders. Ik zoek een ander woord dan blinde vlek, dat klinkt zo negatief. Het is een generatieprobleem. De uitfaserende generatie, waartoe ik ook zelf behoor, is niet met deze technische kansen opgegroeid. Die hebben geen weerwoord als de jonge generatie roept: ‘Kom maar, IT lost het wel op!’ Ze kunnen dus ook geen onderscheid maken tussen IT-fabeltjes en sprookjes.

„Het komt ook door wensdenken. Organisatieproblemen en politieke wensen worden over de schutting bij de techniek gegooid. Vervolgens zitten IT’ers iets te doen waarvoor ze helemaal niet opgeleid zijn. Maar die zeggen: hupsakee, we verzinnen wel wat, IT kan alles.

„Technische mensen en gebruikers leven met de ruggen naar elkaar toe, allebei gefrustreerd dat de ander ze niet begrijpt. Dus wat krijg je: twee klaagculturen met een muur ertussen.”

Volgens u zijn problemen bij ICT-projecten ook te wijten aan onrealistische politieke ambities en politieke druk. Dat verdwijnt toch nooit?

„Het is ook in het belang van politici een betere greep te krijgen. Niet alleen omdat je anders nodeloos tijd en geld verliest. Als je een maatschappelijk probleem pretendeert op te lossen met ICT, dan betekent het mislukken van een project dat je dus het probleem niet hebt opgelost. En terwijl je aan de oplossing werkte, is het probleem erger geworden. Dat tijdsverlies betekent vaak ook nog dat de werkelijkheid waarvoor je het systeem had bedacht al niet meer bestaat als het eindelijk werkt.

Hoe ziet u de toekomst?

„Er is een cultuurverandering nodig. Onze kritiek begint wel te landen, denk ik. Bij de IND gaat het, met hulp van de Sociale Verzekeringsbank, beter. Bij de Belastingdienst ook, misschien door de IT-achtergrond van de staatssecretaris. Wij vinden dat je een hoge ambtenaar op elk ministerie zou moeten hebben die bestuurders helpt het ICT-instrument te gebruiken, of juist niet te gebruiken. Periodieke time-outs voor een peer review kunnen daarbij helpen. Dan vraag je raad en advies van mensen buiten je organisatie. Zo kan je tunnelvisies doorbreken, valkuilen makkelijker herkennen en voorkomen dat je overgeleverd bent aan je ICT-leverancier.”

Is uw boodschap ook bij de politici geland?

„De reacties van de ministers zijn positief, ondanks de neiging om een eigen vuiltje weg te poetsen. Vergeet niet dat ze er zelf last van hebben, van al die mislukte projecten. Want ze leunen zelf ook op de gedachte dat het allemaal in orde gaat komen. Ze krijgen ook de ellende van wat hun voorganger heeft bedacht. Er zit een premie op het goed nadenken over ICT-projecten.”

Lees het rapport op nrc.nl/binnenland.