Vier doden per dag in Indiase gevangenissen

In de periode 2002-2007 zijn gemiddeld vier doden per dag gevallen in Indiase gevangenissen, velen van hen door marteling. Dat stelt het in New Delhi gevestigde Asian Centre of Human Rights (ACHR) in een gisteren verschenen rapport. De omvang van marteling in India is nooit eerder grondig onderzocht.

De bijna 7.500 doden vormen slechts een fractie van het aantal gevangenen dat wordt gemarteld, zeggen de onderzoekers. Er zijn geen cijfers beschikbaar over gevallen van marteling die niet tot de dood leidden. De onderzoekers baseren het dodental op statistieken van de Nationale Mensenrechtencommissie in India. Die maakt geen onderscheid tussen natuurlijke doodsoorzaken en geweld. Het ACHR concludeert dat er in veel gevallen marteling in het spel is na onderzoek van een groot aantal individuele zaken.

Volgens het rapport wordt marteling „routinematig” toegepast in politiedetentie, met als doel bekentenissen af te dwingen. Gevangenisbewaarders gebruiken minder marteling, maar zij treden slecht op tegen bendegeweld en doen te weinig om de slechte detentieomstandigheden te verbeteren, aldus de onderzoekers.

De Nationale Mensenrechtencommissie stuurt doorgaans aan op schadevergoeding en ziet af van juridische vervolging. In India kan een rechtszaak met gemak tientallen jaren slepen. Volgens de onderzoekers ontstaat zo „de gevaarlijke perceptie onder veiligheidspersoneel dat zij boven de wet staan”.

De onderzoekers zijn vooral kritisch op de regering. Het ministerie van Binnenlandse Zaken schrijft alle doden in gevangenschap toe aan „ziekte, natuurlijke doodsoorzaken, ontsnappingen, zelfmoord, aanvallen door andere criminelen, rellen en ongelukken”. India heeft geen nationale wetgeving tegen marteling en heeft het VN-Verdrag tegen Marteling niet geratificeerd.