Trainer van D’tjes in een vinexwijk

De jonge Turk Serkan Sert traint een voetbalteam met jongetjes uit een vinexwijk.

Documentairemaker John Appel kijkt door de ogen van de trainer naar diens pupillen.

Sert troost zijn pupil Desmond, een van de spelers van D3 van voetbalclub VV De Meern. Foto Human Human

We zullen ze waarschijnlijk niet terugzien op het EK van 2016, de pupillen uit de D3 van voetbalclub VV De Meern. Tenminste, dat is wat trainer Serkan Sert de camera toevertrouwt: misschien haalt eentje een eredivisieclub, „misschíén, he...” Toch wil hij hun droom niet bederven.

Documentairemaker John Appel (bekend van de documentaire Zij gelooft in mij over André Hazes) volgde voor Trainer een jaar lang het juniorenteam van de 21-jarige voetbaltrainer Serkan Sert. De eerste beelden tonen dertien blonde jongetjes op het voetbalveld. Ze stellen zich een voor een voor aan hun nieuwe trainer. „Ik ben Max, ben tien jaar, geen vriendin... en ik wil profvoetballer worden.” Sert heeft zelf op hoog niveau gevoetbald. „Laten we hopen dat jullie dromen allemaal uitkomen, op een dag”, zegt hij tegen zijn pupillen.

Appel wilde een film maken over „onschuldig Nederland, met een schurend randje”. De documentaire is deel van de reeks ‘Ondertussen in Nederland’ van de Humanistische Omroep. Bedoeling van deze serie is volgens Appel om door een vergrootglas naar Nederland te kijken, niet om een groot verhaal te vertellen. „Ik zocht een voetbalteam van jongetjes die balanceren op de rand van de grotemensenwereld”, zegt Appel. Hij zocht een jaar naar een team, en vond een trainer.

„Serkan is een trainer met een missie”, zegt Appel. In de film zien we de tweedejaars student Communicatiemanagement ballen opblazen, met pionnen slepen en coachen tijdens een onweersbui. Maar de jonge Turk wil zijn team meer bijbrengen dan voetbal alleen. En dat doet hij subtiel. „Terwijl ik praat, stoppen jullie even allemaal je shirtjes in de broek”, zegt hij. Of: „Vraag je dat ook zo aan je moeder?”

De geboren Utrechter Sert is hartverwarmend als kindertrainer, maar ook wel een bijzonder brave borst. Veel vrije tijd wordt opgeofferd aan het voetbal, en volgens Sert begrijpen zijn vrienden dat niet altijd. Maar Sert weet: „Als ik op het trainingsveld sta, geniet ik van het leven.” Appel: „Hij neemt het zo serieus, dat ik moest uitkijken dat het niet een al te stichtelijke film werd.”

Appel wilde het contrast tonen tussen de blanke, brutale jongetjes uit de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn en de vaderlijke Sert. „Het zijn dertien Nederlandse jongetjes, ze eten allemaal varkenskarbonade en vieren Sinterklaas”, zegt hij. We zien hoe Sert bidt op zijn keurig opgeruimde slaapkamer en rustig met zijn familie eet.

Appel: „Ik wilde door de blik van een Turkse jongen naar een typisch Nederlands fenomeen kijken. Hij beziet zijn pupillen toch vanuit een andere cultuur. Voor hem is het vanzelfsprekend om iets netjes te vragen, om je ouders te respecteren.”

Door de ogen van Sert krijgen de schreeuwende ouders aan de zijlijn een extra genante lading. Voetbalpoëzie wordt er al vroeg bij de jongetjes ingehamerd: Sert pleit voor ‘meer beleving’ in het team, en ballen moeten snel ‘worden weggepoetst’.

Sert wil een steentje bijdragen aan de maatschappij. „Toch coacht hij geen team met probleemkinderen”, zegt Appel. „Hij wil eigenlijk ook horen bij dat team blanke jongetjes.” Het is misschien wel de boodschap die Appel wil meegeven: „Zelfs een uitstekend geïntegreerde Turk moet zijn best doen om erbij te horen.” Toch is er veel overeenkomst tussen hm en zijn pupillen: „Hij heeft ook geen vriendin en is dol op voetbal. Maar met dit verschil: hij is al ontwaakt uit de profvoetballerdroom.”

Trainer, HUMAN, 26 juni, Ned.2, 23.25u-0.20u.