‘Teringherrie’ gaat naar het Nationaal Archief

Het archief van het Nationaal Pop Instituut is verhuisd naar het Nationaal Archief. De brieven aan idool Hennie Vrienten verhuizen mee.

Een selectie uit de overgedragen stukken uit het poparchief Collectie Nationaal Archief Fanbrief Doe-Maar

„Lieve Hennie. Ik ben een grote fan van jullie groep. Ik draai jullie muziek altijd knoerthard, alleen wordt mijn moeder daar wel gek van. Wanneer komen jullie een keertje in Langedijk optreden?”

Zo schrijft een jonge fan omstreeks 1982 aan voorman Hennie Vrienten van de Nederlandse popgroep Doe Maar. De brief maakt deel uit van het archief van de Stichting Popmuziek Nederland, het latere Nationaal Pop Instituut.

Deze week verhuisde het poparchief naar het Nationaal Archief in Den Haag. „Op het gebied van popmuziek hadden we nog niets”, zegt een woordvoerder. Bovendien streeft het Nationaal Archief ernaar om meer „particuliere archieven van nationaal belang” op te nemen. Volgens directeur Martin Berendse is popmuziek een niet meer weg te denken, belangrijk maatschappelijk verschijnsel. Daarom is het poparchief een belangrijke aanvulling op de collectie van het archief.

Het archief van de belangenvereniging voor popmuziek en muzikanten omvat de periode 1975 tot 2008. Het is oorspronkelijk 100 meter lang; het Nationaal Archief neemt daar 23 meter van over. De overige meters gaan onder meer naar het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum en het Affichemuseum in Hoorn.

Het archief telt vooral correspondenties, notulen en jaarverslagen van de Stichting Popmuziek Nederland die in 1997 opging in het Nationaal Pop Instituut. Maar het bevat ook fanmail van Doe Maar en 2 Unlimited.

Het Nationaal Archief zal het archief van het popinstituut ontsluiten. Een enorme vooruitgang, vindt voormalig directeur Jaap van Beusekom, want bij het instituut zelf stond het immers „in vijftig verhuisdozen”. Van Beusekom heeft de opbouw van het archief grotendeels zelf mee gemaakt; hij was directeur vanaf 1977. Dit voorjaar is hij gestopt en tegenwoordig maakt hij weer muziek, met zijn oude band CCC Inc. Zijn favoriete stuk uit het archief is niet Uitholling Overdwars, een van de eerste Nederlandse verzamelalbums uit 1979. Die elpee belandde vorig jaar al bij het Instituut voor Beeld en Geluid. Nee, Van Beusekom is vooral gehecht aan dat deel van het archief waaruit de worsteling van de overheid met het fenomeen popmuziek blijkt.

„De overheid heeft jarenlang geprobeerd de popmuziek op een afstand te houden. Dat blijkt uit al die papieren. De overheid zei bijvoorbeeld dat popmuziek alleen commerciële en geen artistieke betekenis had. Er was immers geen professionele opleiding voor. Maar dat is een onzinnig argument. Kunstsubsidies waren lange tijd bedoeld voor de verheffing van het volk. En dat kon alleen worden bereikt via de klassieke podiumkunsten, niet via die teringherrie”, lacht hij.

Niet dat hij er rouwig om is: „Met subsidies moet je uitkijken. Voor je het weet, zit de muzikant in een dodelijke omhelzing van de staat.” Popmuziek omschrijft hij als een artistieke zoektocht. „Dat je er ook van moet leven, maakt het alleen maar interessanter”.

Kijk voor meer informatie op www.nationaalarchief.nl