Polemiek moet soms scherp zijn

Minister Hirsch Ballin moet de beperkingen van vrijheid van meningsuiting die niet strikt nodig zijn in een democratische samenleving afschaffen, betoogt Elsbeth Etty.

Een volwassen journalistiek product bestaat als het ware uit een aantal concentrische cirkels. In het midden daarvan staat de verslaggever. Dé journalist is een verslaggever. Dat is de kern van het vak: berichten wat het nieuws is en informatie vergaren waar het publiek recht op heeft, niet zelden juist díe informatie die politici en andere dragers van gezag of macht liefst verborgen willen houden. Een volgende cirkel wordt gevormd door de journalisten die de selectie maken en de kwaliteit bewaken. In de buitenste cirkel bewegen zich de beoefenaars van de beschouwelijke genres, de analyse, het commentaar en de column, die eveneens moeten voldoen aan journalistieke criteria, namelijk dat wat erin staat relevant moet zijn, vormvast, oorspronkelijk. Zonder verslaggevers zijn columnisten niets, zonder columnisten doen verslaggevers evengoed hun onmisbare werk.

Op de één of andere manier heeft de opvatting postgevat dat columnisten zich meer zouden mogen permitteren dan ‘gewone’ journalisten. Dat is maar zeer ten dele het geval. Een columnist mag zich, evenmin als ieder ander schuldig maken aan laster, belediging of haat zaaien. Hooguit zal de rechter als iemand een columnist of cartoonist aanklaagt, wijzen op de context waarin de lezer specifieke polemische middelen zoals de hyperbool kan verwachten. Daar heeft de volksmond van gemaakt dat columns en aanverwante genres zoals de cartoon en de persiflage plaatsen zijn waar ‘absolute meningsvrijheid’ geldt. Bij tijd en wijle ontaardt dit in wat ik in een column wel eens het nationale Gilles de la Tourette Syndroom heb genoemd.

De ongearticuleerde scheldpartijen – dan weer tegen moslims, dan weer tegen verdedigers van een open, tolerante samenleving – hebben de afgelopen tijd geleid tot oproepen aan columnisten en andere opiniemakers om hun toon te matigen. In Trouw plaatste de hoofdredactie een pleidooi van Doekle Terpstra tegen ‘de Verwildering’, in de Volkskrant kocht Harry de Winter advertentieruimte voor een soortgelijk appèl.

Ik vind dat nuttige en aanbevelenswaardige oproepen, maar verwacht er weinig heil van. Het gaat namelijk niet om de al dan niet verhitte toon waarop iets wordt beweerd, maar om de strekking, het inzicht en vooral om de redenering, de argumentatie.

Mij stoort het volstrekt niet als iemand op hoge toon tekeer gaat tegen imams die homo’s van het dak willen werpen of tegen een stadsdeelvoorzitter die voorstelt dat openbare scholen islamitisch onderwijs gaan verzorgen. Wat mij betreft kan de polemiek daarover niet scherp genoeg zijn.

Wat mij eerder stoort en verontrust dan een scherpe toon, zijn verschijnselen als het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld het zaaien van haat tegen moslims, wat ook in op deftige of op fluistertoon geschreven opiniestukken gebeurt.

Als ik zoiets zeg of schrijf wordt mij wel eens aangewreven dat mijn verontwaardiging selectief is, dat ik geen haar beter ben en mij bezondig aan het beledigen van christenen.

Als ik Vrij Nederland van afgelopen week moet geloven is er op het onlangs gehouden congres van de ChristenUnie over mij gesproken als over de ‘linkse helleveeg uit de grachtengordel’ Ik beschouw dat uiteraard als een geuzennaam, maar vind het versluierend dat over kwesties als abortus, euthanasie en embryoselectie in termen van links/rechts wordt gedacht en gesproken. Waar ik in mijn columns wel eens bezwaar tegen aanteken, is dat de ChristenUnie wil dat de overheid de religieuze overtuiging van de ChristenUnie oplegt aan de gehele, in meerderheid seculiere, samenleving.

De ChristenUnie heeft daar nu van gemaakt dat ik haar het recht op haar eigen mening ontzeg. De fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, Arie Slob, zei daarover: „Mevrouw Etty heeft het over de dictatuur van de minderheid, maar zelf doet ze precies waar zij ons van beschuldigt: de ander het recht op zijn mening ontzeggen. Alsof je als christelijke minderheid je stem niet mag laten horen. Erg democratisch vind ik dat niet.”

Maar ik ontzeg de heer Slob het recht op zijn meningen geenszins. Hij mag abortus gelijkstellen aan moord, hoe smadelijk ik dat ook vind, maar in het kader van een democratisch besluitvormingsproces behoort hij zijn standpunt met rationele argumenten naar voren te brengen en zijn religieuze overtuiging niet aan anderen op te leggen, evenmin als kan worden aanvaard dat wetgeving wordt gebaseerd op de Koran.

Er is de afgelopen jaren veel gesproken over cultuurrelativisme versus wat in Duitsland de ‘Leitkultur’ wordt genoemd. Ik heb een hekel aan dat woord, wat mij betreft zijn alle culturen in beginsel gelijkwaardig, maar ik verdedig de in Nederland dominante cultuur als daaronder wordt verstaan: het respect voor de keuzevrijheid van het individu, voor de rechten en vrijheden van alle burgers, de vrijheid van godsdienst, de scheiding van kerk en staat, de volledige emancipatie van vrouwen, vrijheid van seksuele oriëntatie, en het recht iedereen aan kritiek bloot te stellen in het publieke debat.

Nogmaals: dat mag op scherpe en polemische toon.

Ik realiseer me dat mijn stukjes soms fel zijn en ook wel eens te hermetisch. Maar een met stelligheid gebrachte redenering betekent niet dat ik een absoluut gelijk pretendeer. Het doel van een column is niet je eigen te mening te verabsoluteren, maar een redenering te bieden die voor tegenspraak vatbaar is.

Toch ben ik geen relativist, in de betekenis dat er geen waarheid zou bestaan en dus geen goed of fout, omdat alles relatief is en wat in de ogen van de één juist, nu eenmaal uit een ander perspectief onjuist kan zijn. Op die manier zou men zelfs schendingen van de mensenrechten kunnen relativeren of betogen dat, uit zijn standpunt bezien, Mugabe gelijkheeft of dat het er gewoon niet toedoet waar de Olympische Spelen gehouden worden.

Dit meningenrelativisme lijkt mij niet minder gevaarlijk dan het optreden van politieke en religieuze leiders die een absoluut gelijk claimen. Het recentste voorbeeld van zulk meningenrelativisme zijn de advertenties van Nederlandse bedrijven in Jordanië die om hun worst en kaas voor een boycot te vrijwaren hun steun betuigen aan haatcampagnes tegen het Nederlandse Tweede-Kamerlid Wilders. De vrijheid van worst- en kaasverkoop is hun meer waard dan de vrijheid van meningsuiting in Nederland.

Aan de vooravond van de Franse revolutie noemde Mirabeau de vrijheid van meningsuiting de grondslag van alle vrijheden. Dát is de bestaansgrond van de journalistiek zoals deze in Nederland wordt bedreven.

Ook ik weet dat geen enkel grondrecht absoluut is en dat er wettelijke beperkingen moeten bestaan voor zover deze, in de woorden van het Europese Mensenrechtenverdrag, noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, onder andere ter bescherming van de rechten van anderen. Tegelijk moet duidelijk zijn dat het niet de polemisten, cartoonisten, pamflettisten of columnisten zijn die de vrijheid van anderen beperken door zich scherp uit te laten, maar dat alleen de overheid deze beperkingen kan opleggen.

Ik wil dan ook van deze gelegenheid gebruiken om er bij de minister van Justitie op aan te dringen het Openbaar Ministerie om de grootst mogelijke terughoudendheid te vragen in dezen – wat duidelijk niet gebeurd is in de zaak tegen de cartoonist Gregorius Nekschot.

Ik zou de minister willen vragen geen énkele beperking van de vrijheid van meningsuiting toe te voegen aan de bestaande, zoals een uitbreiding van het verbod van smalende godslastering naar andere religies en levensovertuigingen. Ik zou hem willen vragen er alles aan te doen om de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting af te schaffen die niet strikt noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, zoals het verbod op smalende godslastering.

Elsbeth Etty is redacteur/columnist van NRC Handelsblad. Dit is een bekorte en licht bewerkte versie van haar dankwoord bij de aanvaarding van de Anne Vondelingprijs die zij gistermiddag ontving uit handen van minister van Justitie Hirsch Ballin.