Noord, het Rotterdam van Amsterdam

In Amsterdam vestigen creatieve bedrijven en hippe bewoners zich de laatste tijd in Noord. Profiteert de armelijke kant van de stad ervan, of wordt de IJ-oever een speeltje van de elite?

Noord verandert: de Baanderij, ooit kantoor, montagehal en kantine van de NDSM-werf en daarna clubgebouw voor werkloze scheepsbouwers, is nu brasserie IJ-kantine. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Amsterdam-Noord cafe restaurant IJ-Kantine Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080523 straatbeeld horeca restaurants Boyer, Maurice

De caféboot aan het einde van de pier beweegt lichtjes onder de voeten van Rob Post, bestuursvoorzitter van Amsterdam Noord. „Wat een uitzicht, hè”, zegt hij en kijkt over de golven. Het IJ toont als een moderne Van Goyen: een wolkenlucht boven een uitgestrekte watervlakte, trage boten en bebouwde oevers met het centraal station als het grauwe middelpunt.

De vraag aan Rob Post luidde: welke plek symboliseert het best de gedaanteverwisseling van het noorden van Amsterdam? Deze plek dus, de voormalige NDSM-werf, die na de sluiting in de jaren tachtig in verval raakte en nu het decor is van bedrijfspanden, horecagelegenheden en een broedplaats voor kunstenaars. De werf toont zo hoe de vergeten en armelijke noordkant van het IJ in een steeds hoger tempo ‘creatieve’ bedrijven en hippe bewoners trekt.

Post heeft ook gedacht aan een andere plek, zegt hij: woontoren Overhoeks. Dit reusachtige gebouw, met appartementen die 5.000 tot 6.000 euro per meter kosten, verplettert bijna de jarendertigwijk aan zijn voet, de nogal vervallen Van der Pek-buurt. „Deze plek toont de uitdaging om het oude en het nieuwe Noord op elkaar aan te sluiten”, zegt Post. Want tussen de nieuwkomers aan de oever en de oude bewoners van Noord dreigt een kloof.

De nieuwelingen zijn hoogopgeleide en vaak goed verdienende werknemers van mediabedrijven en reclamebureaus. De oude noorderlingen zijn lager opgeleid, vaker werkloos (8,7 procent van de beroepsbevolking), in één op de drie gevallen allochtoon. Bijna 5.000 mensen hebben een WAO-uitkering; mogelijk is dit cijfer zo hoog doordat de vele woningen op de begane grond geschikt zijn voor gehandicapten. „Nergens zie je dit contrast zo sterk als bij Overhoeks”, vindt ook Chris Keulemans, oprichter van de Tolhuistuin.

De Tolhuistuin, in de voormalige Shell-kantine, moet het grootste multifunctionele cultuurcentrum van Amsterdam worden. En daarmee een van de blikvangers op de oever, naast het nog te bouwen Filmmuseum, het MTV-kantoor in de oude timmerwerkplaats van de NDSM en het futuristisch ogende kantoorcomplex Kraanspoor. In dat complex zit onder meer mediabedrijf IDTV. „Het is booming hier”, zegt Brenda Matthijs van IDTV. „We hebben veel aanvragen voor rondleidingen en onze klanten komen graag hier.”

Mede doordat woningen elders in Amsterdam zo duur zijn geworden, begint Noord ook in trek te raken bij huizenzoekers. „Bij de verkoop van veel woningen werken we hier nu ook met inschrijvingen”, vertelt makelaar Mark Wildschut: „Zeker van de dijkwoningen en de jarendertighuizen zijn de prijzen fors gestegen.” En woningcorporatie Ymere raakt zijn tijdelijke huurwoningen in de Van der Pek-buurt, een Vogelaarwijk, makkelijk kwijt. „Vooral aan jonge kunstenaars”, zegt regiodirecteur Rob van Oostveen.

De dertiger Stephan Cremer, werkzaam in de gezondheidszorg, woonde met zijn vriend op het Amsterdamse Java Eiland. „Prachtig wonen daar, maar een balkon van twee bij twee meter vonden we te weinig als particuliere buitenruimte”, vertelt Cremer. Na twee jaar tevergeefs te hebben gezocht naar een huis met een tuin, vonden zij in Noord een betaalbare woning uit de jaren dertig. „En met de fiets op de pont ben je zo in de stad”, zegt Cremer: „In de stad werken en buiten wonen is een ideale combinatie.”

Met een oppervlakte van ruim 6.000 hectaren is Noord het grootste stadsdeel van Amsterdam. Met 88.000 inwoners is Noord haast een stad op zichzelf.

„Noord is het Rotterdam van Amsterdam”, zegt Chris Keulemans, die er sinds enkele jaren woont: „De mensen hier hebben iets van: ze zien ons niet, maar we hebben het best goed.” Het stadsdeel komt bijna jaarlijks in het nieuws door uitbundige kerstboomverbrandingen, maar de rust overheerst. Zo verliep de komst van bijna 8.000 Surinamers, die moesten wijken voor de nieuwbouw in Amsterdam Zuidoost, vrijwel geruisloos.

De Surinamers illustreren ook dat Noord al heel lang het eindpunt is van de migratie binnen Amsterdam. „In Noord wonen mensen uit de rest van Amsterdam”, zegt Post: „Het begon dertig jaar geleden met de stadsvernieuwing in de Jordaan, waarna de bewoners hierheen kwamen. Dat is later zo doorgegaan toen andere buurten werden opgeknapt.”

Zo is het echtpaar Mentink een kwart eeuw geleden in Noord beland, toen hun huis in de Jordaan werd gesloopt. „Een duivenmelker kijkt altijd eerst naar de tuin”, zegt Th. Mentink (72): „Deze tuin was groot genoeg voor mijn duivenkooi en de vijver met koikarpers.” Hij wijst op een diepe waterbak die is overspannen met netten tegen de reigers. Overal bloeien de bloemen van zijn vrouw.

De voorkant van het huis was de afgelopen weken volledig oranje door de slingers en vlaggen voor het EK voetbal – zoals veel huizen in deze rustige wijk. Op het buurtplein stond een groot tv-scherm, waar iedereen kwam kijken – biertje erbij. Dat is de cultuur van Noord.

Maar gaat het echtpaar straks ook naar het Filmmuseum of de Tolhuistuin? Mentink: „We komen niet vaak aan de oever.”

Toch is dat wel de bedoeling, bezweert directeur Sandra den Hamer van het Filmmuseum: „Het museum moet een onderdeel zijn van de buurt.” Door bijvoorbeeld mediterrane films te vertonen, wil het museum allochtone bezoekers trekken. Den Hamer: „En in het najaar beginnen we al met openluchtvoorstellingen in Noord.” Het Filmmuseum werkt daarbij samen met de Tolhuistuin.

Toch leeft de vrees dat de hippe IJ-oever een speeltje van de elite wordt. „De opleving van Noord biedt kansen, maar het zal moeite kosten deze te benutten voor onze leerlingen”, zegt Denise Frèrejean van het IJdoorncollege. Deze school voor vmbo en mbo telt veel allochtonen (90 procent) en kinderen uit sociaal zwakke gezinnen. Die kunnen niet zonder meer terecht bij de nieuwe bedrijven in Noord. Frèrejean: „De zwakste leerlingen hebben bij een stage veel begeleiding nodig, maar bedrijven hebben daar geen tijd voor. Het zou mooi zijn als het stadsdeel stagebegeleiders zou willen betalen.”

Een interessant plan, vindt stadsdeelvoorzitter Post, maar volgens hem gebeurt er al aardig wat op de arbeidsmarkt. Werklozen worden bijgeschoold om aan de slag te kunnen als cateraar, bewaker of schoonmaker. „Op de langere termijn biedt het elan van Noord kansen”, zegt Bianca Overveld van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI): „We merken nu al dat het imago van werkzoekenden uit Noord bij bedrijven is verbeterd.”

De Van der Pekbuurt wordt bovendien een ‘kansenzone’: startende winkeliers krijgen de helft van hun investering gesubsidieerd. Grote woningcorporaties zijn bezig met een grootscheepse sloop en nieuwbouw van wijken.

Onlangs begon een omvangrijk kunstproject voor basisschoolkinderen. Want, zo zegt Rob van Oostveen van mede-initiatiefnemer Ymere: „De kinderen zijn de toekomst. Zij zullen echt profiteren van de opleving van Noord.”