Niemand gelooft nog in Mbeki’s aanpak

De Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki krijgt veel kritiek voor zijn optreden tegenover Zimbabwe. Maar zou hij iets anders kunnen doen?

Opvallend veel kritiek vanwege de crisis in Zimbabwe belandt op het bord van een man die zegt zich juist in te spannen om de crisis op te lossen. Die man is Thabo Mbeki, president van buurland Zuid-Afrika.

De kritiek op Mbeki is begrijpelijk maar wellicht minder vanzelfsprekend dan zij op het eerste gezicht lijkt.

Al een jaar bemiddelt Mbeki namens het samenwerkingsverband van zuidelijke Afrikaanse landen, SADC, tussen de Zimbabweaanse regeringspartij ZANU-PF en oppositiepartij MDC. Dat heeft volgens de critici weinig tastbaars opgeleverd. Het moorden en aftuigen neemt alleen maar toe, zicht op verbetering lijkt er niet. Vorige week slaagde Mbeki er niet in om ZANU-PF te bewegen tot het vormen van een regering van nationale eenheid met MDC; de oppositiepartij zegde het vertrouwen in Mbeki als bemiddelaar op.

Mbeki zit ogenschijnlijk in een gunstige uitgangspositie. Zijn land is de grootste machtsfactor in Afrika bezuiden de Sahara, de Zuid-Afrikaanse economie en stroomtoevoer zijn van cruciaal belang voor het strompelende Zimbabwe. Bovendien leidt Mbeki een regering van het ANC, net als ZANU-PF een partij met wortels in de onafhankelijkheidsstrijd tegen de blanke kolonialen waar Mugabe zich zo op laat voorstaan.

Maar in plaats van die positie te gebruiken om druk op hem uit te oefenen, leek Mbeki recentelijk Mugabe in bescherming te nemen tegen alle kritiek op diens mensenrechtenschendingen door de inmiddels gevleugelde woorden te spreken: „Crisis? Welke crisis?”

Mbeki’s passieve houding contrasteert bovendien steeds sterker met de groeiende kritiek op Mugabe van staatshoofden en regeringsleiders in de regio. SADC, het samenwerkingsverband van landen in zuidelijk Afrika riep gisteren Zimbabwe op om de tweede stemronde uit te stellen. Een opvallende stap, Afrikaanse leiders bekritiseren elkaar zelden openlijk want zij hebben vrijwel allemaal hun democratische tekortkomingen. Mbeki was er niet bij. Geen uitnodiging gekregen, luidde het argument – wat SADC weersprak.

Thabo Mbeki lijkt de enige die nog gelooft in de ‘stille diplomatie’ van Thabo Mbeki.

Er zijn argumenten die dit geloof van Mbeki in een ander daglicht plaatsen. Mbeki is de enige met wie Mugabe zich überhaupt verstaat. Door vanuit die positie ongezouten kritiek leveren, kan Mbeki het luisterend oor van Mugabe verliezen. Maar Mugabe luistert toch sowieso niet? Niet helemáál waar: bij de eerste ronde van de verkiezingen op 29 maart waren honderden waarnemers van SADC aanwezig, afgedwongen door Mbeki tijdens zijn bemiddeling. Dankzij die waarnemers was er voor ZANU-PF geen ontkennen meer aan dat Tsvangirai de eerste ronde gewonnen had. De recente oproep van Washington, om Tsvangirai op basis van de eerste ronde te beschouwen als legitiem staatshoofd van Zimbabwe, dankt Tsvangirai aan Mbeki.

Voorzichtig proberen iets aan de situatie in Zimbabwe te veranderen, is het motto van Mbeki. Eenzijdig optreden – militair interveniëren, zoals sommigen opperen? – zou Zuid-Afrika’s positie in de regio onherstelbaar schaden. Thabo Mbeki wil niet de George W. Bush van Afrika worden.

Vergeleken met Mbeki balanceren de Afrikaanse regeringsleiders op een veel minder dun koord. Zij kritiseren Mugabe nu, maar bieden weinig reden om aan te nemen dat dit meer is dan lippendienst bewijzen aan fatsoenlijk bestuur.

En de felle woorden jegens Zimbabwe van ANC-leider Jacob Zuma lijken mede bedoeld voor binnenlandse consumptie. De populist Zuma hoopt volgend jaar zijn impopulaire partijgenoot Mbeki op te volgen als president.

Mbeki’s ‘stille diplomatie’ zou nog een staartje kunnen krijgen. Deze week zei Mugabe gesprekken met MDC niet uit te sluiten. De oppositie wijst gesprekken na morgen weliswaar af, maar onder druk van een teleurgestelde achterban kan alles vloeibaar worden. Dan wacht mogelijk opnieuw een rol voor Thabo Mbeki.