Mooie tussenvorm met kieuwen en pootjes

Een 365 miljoen jaar oud fossiel heeft kenmerken van een vis én een alligator. „De stamboom van vroege viervoeters lijkt meer op een dichte struik dan op een boom met rechte takken.”

De visachtige viervoeter Ventastega. Tekening Philip Renne Renne, Philip

Michiel van Nieuwstadt

Een vis met poten die in 2001 ontdekt is in Letland toont aan dat de vroege viervoeters waar de mens van afstamt een grote diversiteit aan soorten hebben gekend. Dat zegt paleontoloog Pehr Ahlberg van de universiteit van Uppsala in een telefonische toelichting op zijn analyse van deze Ventastega curonica.

De studie is vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Ahlberg publiceerde al in 1994 over fossielen van Ventastega. Het dier leek op het eerste gezicht wat op een alligator, maar had kieuwen en een vissenstaart.

Volgens Ahlberg blijkt Ventastega qua skeletbouw mooi te passen tussen de visachtige viervoeter Tiktaalik en Acanthostega, een echte viervoeter met vingers en tenen, maar ook een vissenstaart. Tiktaalik, een fossiel waarover in 2006 in Nature is gepubliceerd, had pols- en enkelbotjes, maar geen vingers of tenen.

Van het Ventastega-fossiel waarover Ahlberg nu publiceert, zijn geen ledematen gevonden. Toch bieden de schedel, schouder en het gedeeltelijke bekken hem naar eigen zeggen voldoende houvast voor een plaats in de stamboom. Uit de manier waarop het bekken aan de ruggengraat vastzit, concludeert Ahlberg dat Ventastega achterpoten had en geen vinnen. Het dier leefde waarschijnlijk in het water, maar kon zich ook redden op het land.

De onderkaak lijkt meer op de kaak van een amfibie dan op de kaak van een vis. „Dat betekent dat de bek geschikt was om naar voedsel te happen in plaats van het naar binnen te zuigen”, aldus Ahlberg. „Snijtanden binnenin de kaak zijn daarentegen weer kenmerkend voor vissen.”

Volgens de analyse van Ahlberg lijkt de skeletbouw van Ventastega in het geheel niet op die van Ichtyostega, een ander beroemd fossiel van een vroege viervoeter. Hij concludeert dat Ichtyostega evolutionair op een dood spoor zat. „Al met al zie je dat de stamboom van vroege viervoeters meer lijkt op een dichte struik dan op een keurige boom met rechte takken.”

Het ontstaan uit vinnen van tenen en vingers zoals de viervoeter Acanthostega die had, is een cruciale verandering in de evolutie. „We denken dat dieren vingers en tenen ontwikkelden, omdat die grip bieden, omdat je ze makkelijker over een vast oppervlak kunt uitspreiden en omdat ze op een vaste ondergrond minder snel kapot scheuren dan vinnen”, zegt Ahlberg.

Ahlberg was ’s werelds meest prominente vroege viervoeterpaleontoloog, totdat de Amerikaan Neil Shubin in 2006 publiceerde over de ontdekking van Tiktaalik op Ellesmere Island, in het Canadese Noordpoolgebied. Anders dan in Canada zijn de fossielen die tot nu toe zijn gevonden in Letland niet in zijn geheel bewaard gebleven. De schedel, schouder en het bekken waarover Ahlberg nu publiceert, lagen volgens hem zo dicht bij elkaar dat ze wel tot één exemplaar behoord moeten hebben. „We keren zeker naar Letland terug om verder te zoeken naar complete fossielen”, zegt Ahlberg. „De omstandigheden waaronder een fossiel bewaard blijkt kunnen op een paar meter afstand sterk verschillen.”