‘Meedoen is goed voor sociale cohesie’

Het Programmafonds Cultuurparticipatie mag per 1 januari jaarlijks 13,7 miljoen euro uitgeven voor kunst in de wijk. Utrechtse beleidsmakers hopen op meer continuïteit.

De harde kern supporters van Go Ahead Eagles die hun tatoeages afbeelden op schuttingen. Jongeren die zeggen niets te hebben met componeren, tot ze meedoen aan een wedstrijd ringtones maken. Zulke ‘cultuurparticipatie’ wil het ministerie van OCW meer zien. In de Utrechtse wijk Overvecht spraken beleidsmakers, culturele instellingen en welzijnswerkers vorige week over kunst in probleemwijken.

Minister Plasterk wil community art een belangrijke plek in zijn beleid geven. Daarom gaat per 1 januari 2009 het Programmafonds Cultuurparticipatie in bedrijf. Jaap Dijkstra, kwartiermaker voor het fonds, wil dat gemeenten en provincies vooral meer gaan luisteren naar de vraag van de wijkbewoners. „Als blijkt dat het aantal participanten in amateurkunst terugloopt, dan is het aanbod misschien niet goed. Er is wel degelijk interesse in kunst in de wijken, ook bij nieuwe Nederlanders en jongeren, maar het is niet de interesse die wij gewend zijn.”

Het programmafonds heeft 13,7 miljoen euro, ofwel 79 eurocent per inwoner per jaar beschikbaar om de burger met kunst in aanraking te laten komen. „Meedoen in kunst en cultuur is goed voor de sociale cohesie in de wijk”, zegt Dijkstra. Bovendien is het publiek van kunstinstellingen te grijs en te blank. „Het is de vraag of met cultuurparticipatie het schouwburgbezoek snel minder blank wordt, maar het is wel een taak om daarnaar te streven. Outreachend werken. Iedereen moet in contact komen met kunst en cultuur.”

Het programmafonds gaat geld geven aan projecten voor cultuureducatie, amateurkunst en volkscultuur, die een divers publiek aanspreken, vernieuwend zijn en voor een langere termijn zijn. Er heerst in de Stefanuskerk in Overvecht nog wat scepsis over het programmafonds. Vooral dat vernieuwen boezemt sommigen angst in.

Katrijn Kuypers, muziekconsulent bij het Utrechtse huis voor amateurkunst Zimihc ziet de bui al hangen. Zimihc biedt vanuit de Stefanuskerk mogelijkheden voor amateurkunst. Het krijgt subsidies van provincie en gemeente. „Heel veel projecten moeten na een jaar weer stoppen, omdat ze niet meer vernieuwend zijn. Ik word daar echt woest van. Zo blijft het nieuwe publiek nooit behouden. Het komt zelfs voor dat we van de gemeente een opdracht krijgen vanuit onze welzijnsfunctie. Vervolgens wordt het plan door de artistieke commissie van de gemeente afgeschoten omdat het kunstzinnig niveau niet hoog genoeg is.”

Meer organisaties kennen die frustratie. Door steeds van project naar project te hobbelen blijft niets in stand en als er iets belangrijk is voor nieuwe doelgroepen (lees allochtonen en jongeren) dan is het een herkenbare basis.

Volgens Dijkstra is juist dat probleem nu ook door OCW erkend. „Het fonds moet een kenniscentrum worden waar bekend is wat wel en niet werkt. We vragen om plannen met ‘verankering’, dat wil zeggen dat cultuurmakers ook moeten aangeven wat ze op lange termijn willen doen.”

Rest nog de vraag waarom de Stefanuskerk die dag volzit met ‘fout publiek’, namelijk blank publiek. Organisaties zullen alleen verkleuren als het aanbod verkleurt, luidt de conclusie. En het aanbod moet daarom afgestemd worden op wat de wijk wil. Sikko Cleveringa, voorzitter van het landelijk platform cultuuraanjagers, vat de nieuwe strategie voor cultuurparticipatie in de wijk samen: „Maak niet de doelgroep medeplichtig aan de stichting, maak de stichting medeplichtig aan de doelgroep.”