Invaller maakt indruk

Eindexamenfilms van de Film- en Televisieacademie zoeken het dicht bij huis

Beste film: ‘Drang’ van invalregisseur Sacha Polak.

Lore Dijkman voor de spiegel in de eindexamenfilm ‘Drang’ van Sacha Polak.

De afstudeerfilms van de Amsterdamse Film en Televisieacademie zitten wat de lengte betreft tussen tafellaken en servet. Om dit najaar in aanmerking te komen voor uitzending op televisie mogen ze niet langer zijn dan 24 minuten; langer dan de meeste korte films, maar veel korter dan een speelfilm.

Veel studenten van lichting 2008 kozen ervoor hun onderwerp dicht bij huis te zoeken en in hun eigen ervaringen. Dat kan verstandig zijn. Het advies aan een beginnend filmmaker om het niet té groots aan te willen pakken, ligt voor de hand. Maar het levert niet altijd de spannendste films op.

Er was sfeervol werk te zien over het verlaten van het ouderlijk huis (Gaandeweg van Margot Schaap), of de onwennige intimiteit tussen een jongen en een meisje op de ochtend na een vrijpartij op een feest (Daglicht van Michiel Rummens), of de passie voor de componist Boccherini van de cellovirtuoos Anner Bijlsma (Het geheim van Boccherini, gemaakt door dochter Carine Bijlsma). Maar voor een film zijn deze werelden wel klein. Zijn er werkelijk geen verhalen te vertellen met meer urgentie?

Dat een onderwerp dicht bij huis – Amsterdamse studente verliest zich in het nachtleven – toch een film met urgentie kan opleveren, bewijst Drang van regisseur Sacha Polak. Ze behoort alleen zelf niet tot lichting 2008, maar is al twee jaar geleden afgestudeerd. Omdat eindexamenkandidaten van alle richtingen van de academie (productie, camera, geluid en montage) moeten afstuderen met een eigen film, kan er een tekort aan regisseurs ontstaan. Polak sprong drie weken voor de opnamen in als regisseur, en leverde een huzarenstukje af.

Polak heeft een kleine voorsprong op de andere regisseurs; ze hád al eens een eindexamenfilm gemaakt, Teer uit 2006, die een speciale vermelding kreeg van de jury op het filmfestival van Bologna. Maar de voornaamste reden dat haar film eruit springt is gewoon haar talent. Polak zette de film naar haar hand door het scenario grondig te herzien en aan te vullen met knappe improvisaties, door een voortreffelijke hoofdrolspeelster te casten (Lore Dijkman ) en door prachtige muziek te kiezen (onder meer van de breekbare zanger Anthony). Drang is een film die leeft en is het enige werkstuk dat meteen honger oproept naar meer: in het verhaal zit een mooie lange speelfilm.

De film gaat over een losgeslagen jonge vrouw, die een gebrek aan liefde en geborgenheid compenseert door zich over te geven aan obscene fantasieën, die ze uitspreekt voor de spiegel – die scènes zijn geïmproviseerd – en tamelijk ranzige one night stands. Om uit de vicieuze cirkel te breken, zoekt ze toenadering tot een even eenzame duivenmelker (Jaap ten Holt), die ze elke avond ziet op het dak tegenover haar huis.

Het knappe is dat Drang een rauwe en directe indruk maakt – met suggestie, niet door veel expliciet te laten zien. Over het verschijnsel female chauvinist pigs, jonge vrouwen die zich gedragen als wilde jongens, zijn al veel afkeurende woorden geschreven, maar lastiger is het om dit type gedrag te verklaren. Dat onderstreept Polak door geen pasklaar, waterdicht motief aan haar ongelukkige personage mee te geven.

Waterstand van Dries Meinema valt op door het hoge niveau van het camerawerk met mooie lange shots van Mick van Dantzig, de indringende, grijze sfeer, uitstekende opbouw van de scènes – Meinema durft veel weg te laten – en prima spelregie. Alleen het wel erg onoriginele verhaal speelt de film parten: jongen keert na lange tijd terug naar geboortedorp en blijkt daar niet meer te kunnen aarden.

Wie niet weg is, is gezien van Beri Shalmashi, een documentaire die kinderen van vluchtelingen in Nederland volgt bij hun spel, blijft gelukkig niet steken in menslievendheid. De film maakt op originele wijze de geheimzinnigheid van de kinderwereld voelbaar. De kinderen spelen huiselijkheid na – door een hut te bouwen, en door te ‘koken’ met takken en blaadjes – die in hun werkelijkheid zo fragiel is gebleken te zijn. De film heeft wel last van een wat rommelige opbouw (en een suffe titel).

Overgave is een bijzondere documentaire van Joanna Wesseling die de levens van zes jonge nonnen volgt die een zwijggelofte hebben afgelegd, De film verliest aan zeggingskracht door lelijk licht en te prozaïsch camerawerk, maar die indruk kan mede bepaald zijn door de gebrekkige projectie.

Ambitieus op zoek naar grote thema’s als de Liefde en de Dood, maar ook meer dan een tikje melodramatisch is Uitzicht van Rogier Hesp, over een zwemster met een vriend die in een coma ligt. De film kreeg de Nassenstein Startprijs: een door Endemol gefinancierde prijs van 10.000 euro voor het beste fictieproject.

De VPRO-prijs voor de beste documentaire (2.500 euro) ging naar Jan Jaap Kuiper voor Pjotr – Brieven uit de Goelag. Hij volgt zijn Russische geliefde Katja, die met brieven van haar overgrootvader diens lotgevallen en dood de strafkampen van Stalin reconstrueert. De film is van een bewonderenswaardige ernst, maar wat te keurig: interviews worden netjes afgewisseld met de persoonlijke zoektocht van Katja op de plaatsen des onheils. Toch was het een verademing om een film te zien van een filmmaker die ver van huis was – al was het met dank aan zijn vriendin.

De films zijn tot en met zaterdag te zien op de Academie in Amsterdam: filmacademie.nl.