ik@nrc.nl

We spreken de meneer van de bank. Hij licht onze verzekeringspolissen door. Hee, fronst hij, er ontbreekt iets. „Waar is de autoverzekering”, vraagt hij.

„Hebben we niet”, zeg ik. „We hebben geen auto.”

Bevreemd kijkt hij ons aan. Geen auto? Wat zijn wij voor mensen, lijkt hij te denken. Maar inderdaad, het klinkt logisch: geen auto, dan geen verzekering.

Een half uur later nemen we afscheid. De meneer brengt ons naar de deur. „Waar heeft u de auto staan”, vraagt hij belangstellend.

„Tsja”, zeg ik. „We rijden liever niet in een onverzekerde auto.” „Heel verstandig”, vindt hij. „Bovendien is parkeren altijd lastig in deze straat.”