Eregalerij tegen kwijnend Europadebat

Een canon van de Europese integratie kan wellicht een frisse impuls geven aan het Europadebat, denkt politicoloog Alfred Pijpers. Hij werkt aan een voorzet.

Margaret Thatcher, Brits premier van 1979 tot 1990. Foto Reuters British Prime Minister Margaret Thatcher walks past flags from some of the European nations as she heads toward the second day of meetings during this summit of European community leaders on June 28, 1988 in Hanover, West Germany. REUTERS/Michael Urban Reuters

De discussie over de canon van de vaderlandse geschiedenis heeft er in elk geval voor gezorgd dat het onderwerp nieuwe aandacht trok.

En het resultaat is bemoedigend: per september 2009 wordt die canon als ‘richtinggevende handreiking’ verplichte lesstof in het basisonderwijs en een deel van het voortgezet onderwijs.

Zou een canon ook kunnen werken voor de Europese Unie, vroeg politicoloog Alfred Pijpers zich af. Zijn diagnose is niet nieuw: belangstelling voor Europese vraagstukken blijft gering, debat over Europese politiek is er nauwelijks, en kennis over Europese zaken is onder de maat, ook onder hogeropgeleiden en politiek geïnteresseerden. Zou een canon een remedie kunnen zijn?

Pijpers: „Een canon van de Europese integratie geeft misschien een frisse impuls aan het kwijnende Europadebat. Het lijkt me een geschikt middel om vat te krijgen op de ingewikkelde naoorlogse Europese geschiedenis, om eenheid te scheppen in de kennis en beleving daarvan, en om historische feiten te scheiden van propaganda en retoriek waarmee menigeen de Europese eenwording overgiet.”

Pijpers, die verbonden is aan het Nederlands instituut voor internationale betrekkingen ‘Clingendael’, werkt zelf aan een voorzet. Die hoopt hij deze zomer af te ronden. Deze is bedoeld als startnotitie voor een nog te vormen comité van deskundigen. Dat zou zich vervolgens, naar analogie van de commissie-Van Oostrom en haar canon van de vaderlandse geschiedenis, moeten buigen over een nadere uitwerking.

Complicatie is dat zo’n nationale commissie onvermijdelijk een canon oplevert vanuit Nederlands perspectief. „Idealiter gaat er in elke EU-lidstaat eerst een nationale commissie aan de slag. Vervolgens zou je een poging kunnen doen daar een samenhangend Europees geheel van te maken”, zegt Pijpers. Maar dat is voor later zorg.

Een andere handicap is volgens Pijpers een gebrek aan interessant beeldmateriaal van de Europese integratie. „Ja, de Berlijnse Muur enzo, maar dat zijn veeleer symbolen die thuishoren in een canon van de Europese geschiedenis, dan in een canon van de Europese integratie. Die twee zou ik niet door elkaar willen halen.”

Als oplossing stelt Pijpers voor episodes te kiezen met bijbehorende relevante politieke sleutelfiguren, ongeacht of zij een positieve dan wel negatieve bijdrage aan de Europese eenwording hebben geleverd (zie inzet). Het hoeven, wat hem betreft, ook niet uitsluitend Europeanen te zijn. „Amerika was de drijvende kracht achter de Duitse eenwording. Bush gaf de push, dus die komt zeker in aanmerking voor een plaats in het pantheon van Europese helden”, zegt Pijpers over de vader van de huidige Amerikaanse president.

De vaderlandse canon gebruikt voor drieduizend jaar geschiedenis vijftig vensters. „Dan moeten voor zestig jaar Europese integratie tien vensters wel genoeg zijn”, vindt Pijpers. Rond iedere sleutelfiguur wil hij een venster bouwen dat informatie over en inzicht in het integratieproces verschaft.

Waar te beginnen? Pijpers: „Je kunt natuurlijk heel braaf de Frans-Duitse samenwerking en het zogenoemde plan-Schuman in mei 1950 als beginpunt nemen. Maar ik denk dat je beter kunt starten bij de geallieerde overwinning in 1945.”

Pijpers staan afzonderlijke verhalen voor ogen, maar zodanig uitgewerkt dat ze tezamen een historische reeks vormen. „Geen willekeurig stelletje erflaters, maar een tiental dat het integratieproces beslissend heeft beïnvloed.”

Dat moeten dan, vindt de initiatiefnemer, niet alleen personen zijn die het integratieproces hebben aangewakkerd, zoals Jacques Delors, maar ook figuren die het hebben gefrustreerd, zoals Giscard d’Estaing met zijn gooi naar een Europese Grondwet, of die het hebben ontdaan van zijn federale ambities en hebben omgebogen naar nauwere samenwerking tussen lidstaten.