Bern ziet nog steeds oranje

Liftend op het succes van het Nederlands elftal steeg de prijs van oranje bloemen de afgelopen weken op de veilingklokken van Flora Holland met een paar procent. Dat lijkt niet veel, maar dat is het wel, zegt Henk Vreugdenhil van de vestiging in Naaldwijk.

Via 39 veilingklokken worden op zes vestigingen van Flora Holland de bloemen en de planten geveild. Daarbij gaat het om zo’n 125.000 veilingtransacties per dag. Per jaar worden 12 miljard snijbloemen verhandeld. „Vijf procent daarvan is voor de binnenlandse markt en dan is zo’n kleine stijging opmerkelijk”, legt Vreugdenhil uit. „Ook omdat er in de deze periode veel alternatieven zijn met de specifieke zomerbloemen. Als het Europees kampioenschap in de winter zou zijn gespeeld, dan zou de stijging waarschijnlijk groter zijn geweest.”

Het straatbeeld van Bern en Lausanne was oranje door de Gazania, Tagetes, Anagallis, Dahlia en Impatiens. Syngenta Flowers (een veredelaar en vermeerderaar van onder andere eenjarige zomerbloeiers) had van Bloembureau Holland en het ministerie van Landbouw de opdracht gekregen om in de speelstad van het Nederlands elftal voor de groepswedstrijden tegen Italië, Frankrijk en Roemenië (Bern) en de stad van het trainingskamp (Lausanne) oranje aan te planten.

„De planten zijn als jonge plant aan een lokale teler in Zwitserland geleverd en daarna in zes tot tien weken opkweekt tot een eindproduct”, vertelt productmanager Geert-Jan Aaldering. „De bloemen zullen het wel tot het einde van het toernooi volhouden – helaas langer dan het Nederlands elftal”, verzucht hij.

Uit Rusland komt nog geen extra vraag naar bloemen, zegt Flora Holland-medewerker Vreugdenhil. „Ik heb het nog even nagevraagd bij een Russische collega, maar die verwacht het ook niet”, vertelt hij. Wel is er volgens Vreugdenhil sprake van een andere ontwikkeling. „De naam Guus, voor pas geboren jongetjes, schijnt erg populair te zijn.”

Cees Banning