Auto

We spreken de meneer van de bank. Hij licht onze verzekeringspolissen door. Hee, fronst hij, er ontbreekt iets. „Waar is de autoverzekering?”, vraagt hij. „Hebben we niet”, zeg ik, „we hebben geen auto.”

Bevreemd kijk hij mij aan. Geen auto? Wat zijn wij voor mensen? Maar inderdaad, moet hij toegeven, het klinkt logisch: geen auto, dan geen verzekering. Een half uur later nemen we afscheid. De man brengt ons naar de deur. „Waar heeft u de auto staan?” vraagt hij belangstellend. „Tsja”, zeg ik, „we rijden liever niet in een onverzekerde auto.” „Heel verstandig”, vindt hij, „parkeren is altijd lastig in deze straat.”

Gerard Scheltens