Advies: actievere rol overheid bij splitsing energiebedrijven

Het rijk moet zich de komende jaren actiever bemoeien met de regionale energiebedrijven. Provincies en gemeenten moeten zich bezinnen op hun rol als aandeelhouders in energiebedrijven.

Dit schrijft een commissie die op verzoek van minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) de gevolgen van de Splitsingswet heeft onderzocht. Deze wet verplicht de energiebedrijven (Nuon, Eneco, Essent en Delta) om in 2011 hun netwerken van elektriciteitskabels en gasbuizen af te splitsen van de productie en levering van stroom en gas. De netwerkbedrijven moeten daarna in publieke handen blijven, de productie- en leveringsbedrijven mogen worden geprivatiseerd.

Tegen de Splitsingswet was indertijd fel verzet van het management en personeel van de energiebedrijven. De aandeelhouders van deze bedrijven zijn de gemeenten en provincies.

Volgens de commissie moet na splitsing de bestaande versnippering in het eigendom van de netwerken worden verminderd. Nu ontbreekt vaak de relatie tussen de aandeelhouders en de regio’s waar zich de netwerken bevinden. Er is een „herverkaveling” van netwerken nodig, zodat uiteindelijk drie tot vijf regionale netwerkbedrijven ontstaan, waarbij het Rijk de belangen van kleinere lokale aandeelhouders kan overnemen. De bevoegdheden van TenneT, het staatsbedrijf dat het hoogspanningsnet bezit, moeten worden uitgebreid, aldus het rapport.

Na de splitsing moeten de publieke aandeelhouders meer oog hebben voor de financiële belangen van de bedrijven.

De commissie waarschuwt de gemeenten en provincies niet lichtvaardig te beslissen over de verkoop van de afgesplitste leverings- en productiebedrijven. Ze moeten een „objectieve afweging” maken tussen „behoud van de aandelen en aanwending van de opbrengst bij verkoop”, aldus de commissie.

Als de aandeelhouders tot verkoop besluiten, is het raadzaam van te voren vast te stellen waaraan de verkoopopbrengst besteed zal worden. In geen geval zou deze eenmalige inkomensbron voor consumptieve uitgaven van de gemeenten of provincies gebruikt moeten worden.