Ach, die idealen uit de jaren tachtig

Er is een boekenprogramma! Het is er al een poosje, elke week, op Het gesprek, een zender die door de meeste kabelaars wordt geleverd, maar waarvan de programmagegevens alleen maar op internet opgegoogled kunnen worden en niet in de gidsen vermeld staan, en je zit zelden voor de televisie met je laptop op schoot, zodat je vaak geen idee hebt wat ze doen bij dat Gesprek.

Hoe dan ook, elke woensdagavond om half negen ontvangt schrijfster en columniste Susan Smit in Uitgelezen twee schrijvers met wie ze praat over boeken, hun eigen en andermans c.q. -vrouws. Gisteravond zaten er de beginnende schrijver Christiaan Weijts ( Art. 285b) en romancière Marja Pruis, wier boek Atoomgeheimen zo’n twee maanden geleden verscheen. Het programma is tamelijk ontspannen, de boeken die besproken worden zijn soms al langere tijd uit, iedereen praat rustig en weloverwogen, Smit geeft eerst een samenvatting van het verhaal van de roman. Helemaal geen onaardig boekenprogramma dus, al heeft het misschien iets te veel de sfeer van ‘schrijvers onder elkaar’.

In het gesprek over haar roman had Marja Pruis het over veranderende vrouwbeelden – de lingerieontwerpster die de hoofdpersoon is van haar boek was begin jaren tachtig actief in de kraakbeweging en alle andere wereldverbeterende bewegingen die er toen waren. Dat is iets heel anders dan vrouwen die zichzelf mogen verwennen met duur ondergoed: „Je droeg gewoon geen beha”, zei Pruis, die zelf ook enige ervaring had in het door haar beschreven milieu.

Die wereld, de wereld waarin een vrouw die haar benen, laat staan haar oksels schoor, al een knieval deed voor de vrouwonderdrukkende mannelijke lustbeleving, lijkt ontzaglijk ver weg. Nu wil iedereen model worden, Net 5 had weer een complete modellenavond gisteravond, plus een modeprogramma, plus een ziekenhuisserie. Dan weet je het wel: ‘vrouwenavond’. Dat zou in de jaren tachtig als een belediging zijn opgevat, nu kijken ontwikkelde en geëmancipeerde vrouwen daarnaar ter ontspanning. Al is het weer wel zo dat in al die series vrouwen optreden die zeer bekwame chirurgen zijn, geslepen detectives, technisch begaafde patholoog-anatomen en wat niet al. En daarbij zien ze er dan uit als fotomodellen.

Vrouwbeelden – op de BBC lieten ze daar ook wat van zien in hun rare serie Tribal wives. Daarin wordt een vrouw naar een of andere verre stam gestuurd om daar een maand het leven van die stam te leiden. Gisteravond zagen we zakenvrouw Karen bij de Waorani ergens diep in de jungle van Ecuador, indianen die niet meer met pijl en boog op vliegtuigen schieten, maar wel op houthakkers die hun leefomgeving komen verwoesten. Je kunt ze geen ongelijk geven, want als de jungle zou ophouden te bestaan, wat ze terecht niet voor onmogelijk houden, is hun hele manier van leven ook weg en moeten ze, net als Karen deed voor ze kwam, in dichte huizen gaan wonen, achter bureaus gaan zitten de hele dag, voor hun eten betalen en altijd een onderbroek aan doen.

Ook hun vrouwbeeld zal vermoedelijk wel veranderingen ondergaan, niet eens zozeer op het gebied van emancipatie, want de taken lijken heel realistisch verdeeld, al zijn de mannen natuurlijk wel, zoals eigenlijk overal, ook bij ons, de baas. Maar indianenvrouwen hoeven er niet de hele tijd uit te zien als fotomodellen.

Nu ja, er valt eigenlijk helemaal niets te vergelijken, want alles is zó anders dat Karen in een bepaald opzicht dolgraag zou willen blijven en zich overgeven aan de man die haar met behulp van zelf geschoten apen, enorme vogels en wilde varkens een maand lang onafgebroken het hof heeft gemaakt, maar in een ander opzicht heel goed voelt dat dat niet kan. We kunnen (en willen) al niet eens terug naar de jaren tachtig, laat staan naar deze prehistorie, ook al verzucht Karen nog zo dat de Waorani een kwaliteit van leven hebben die wij nooit zullen krijgen.

„Ik zal alleen blijven tot ze terug komt”, verklaart haar nieuwe man met een van teleurstelling strak gezicht.

Ze zal niet terugkomen.