Zelfbedrog en zelfbewustzijn

Amerika heeft in wezen geen zwakke economie of een decadente samenleving. Het heeft alleen maar een verroest politiek stelsel dat in de greep is van geld, speciale belangen, op sensatie beluste media en ideologische stoottroepen. Het resultaat is een onophoudelijk wild debat over trivialiteiten – politiek als theater – en weinig inhoud, compromis of actie. Een can do- land is opgezadeld met een do nothing-politiek proces. Als de overheid financiële verspilling tegengaat, sparen stimuleert, opleiding bevordert, pensioenen veiligstelt, een effectief immigratiesysteem schept en efficiënter gebruik van energie bevordert, blijft het land de belangrijkste bron van nieuwe ideeën in de wereld.

Dit is grofweg de kern van een alleraardigst en veel besproken boek van de Newsweek-hoofdredacteur Fareed Zakaria, The Post-American World. De schrijver besteedt veel aandacht aan de neergang van Groot-Brittannië een eeuw geleden, bovenal met het doel om te bewijzen dat Amerika zo anders is en dus hetzelfde lot niet beschoren zal zijn. Van fregatten tot nano- en biotechnologie sleept hij erbij om zijn punt te maken: Amerika kan het land van de toekomst blijven als de politiek maar meewerkt.

Het is gemakkelijk om de gedreven Zakaria beentje te lichten: het kan immers geen toeval zijn dat het politieke stelsel is verworden tot wat het is, er bestaat een samenhang tussen het karakter van de economie, de sociale en culturele ambities van mensen en de resultante van dat alles die zich manifesteert in het openbaar bestuur.

Maar het is anderzijds ook aanstekelijk om op basis van een kritische analyse een rotsvast geloof in eigen, Amerikaans kunnen te documenteren. En een geloof in de mogelijkheden van de politiek om een land vorm te geven.

De bezeten belangstelling op andere plekken in de wereld voor de Amerikaanse verkiezingen heeft hiermee te maken. „De VS zijn het laatste ideologische land. Als de Amerikaanse boodschap niet klinkt, raakt de wereld op drift”, schreef The New York Times- columnist Roger Cohen, die zijn rubriek ‘Globalist’ noemt. Krasse taal in feite, maar iets anders zou bijna landverraad zijn.

Groot is het verlangen in het Westen naar een soort universele autoriteit in een geglobaliseerde wereld. De paus is daarvoor ongeschikt, de VN-secretaris-generaal te zwak, McCain te Amerikaans. Dus is er deze ideale post-Afrikaanse Amerikaan Obama.

Op diverse plekken is er al op gewezen dat een president Obama wat dit betreft voor een stevige kater zal zorgen, want ook hij zal gewoon Amerikaanse belangen volgen. Maar daar gaat het hier even niet om: de bezeten belangstelling in Europa is minstens zozeer uitdrukking van een tragische zinsbegoocheling. Alle heil moet uit Amerika komen. Het ontbreekt kennelijk aan elk geloof in Europa zélf nog het heft in handen te kunnen nemen, zélf nog vormgevend bij te dragen aan openbaar bestuur in een geglobaliseerde wereld. Daarvoor zou nodig zijn een krachtig Europees bestuur, een slagvaardige Brusselse staat. Maar dat is onbereikbaar want dan wordt het volk boos en verliezen nationale politici hun macht.

Zakaria maakt in zijn boek nogal wat werk van demografische analyses en constateert dat ook hier Amerika er goed en Europa er dramatisch slecht voorstaat. De neergang van Europa zou alleen zijn af te remmen wanneer het immigratie zou bevorderen. Maar, helaas, ook dan wordt het volk boos en politieke leiders ontbreekt het aan regisserend vermogen om dat alsnog te stimuleren.

Veelzeggend en vol zelfbedrog dus – al die Europese yes we can-dweperij.

Hoe veelzeggend is het verschil met Azië. Indonesië is misschien een uitzondering, want daar heeft Obama een paar jaar op de lagere school gezeten. Ze hebben er zijn boek The Audicity of Hope in de winkel liggen onder de titel Van Jakarta naar het Witte Huis. Maar verder?

Aziatische landen hebben Amerika helemaal niet nodig voor leiderschap en inspiratie. De meeste Aziatische landen volgen inmiddels een eigen route. Ze zien in Amerika vooral een land dat geld leent van de Chinezen om de olie van de Saoedi’s te kunnen betalen, niet bepaald de potentiële inspirator voor de rest van de wereld. Over het algemeen hebben Aziatische landen trouwens een voorkeur gehouden voor Republikeinse presidenten die – vroeger althans – wat nuchterder naar de wereld in termen van machtsevenwicht keken en wat minder als wereldverbeteraars optraden. De op één na hoogste generaal in China, Ma Xiaotian, vertelde het op de jaarlijkse Azië-bijeenkomst van het International Institute on Strategic Studies onlangs zo: „Vrede is het product van evenwicht, een gelijkheid van macht en een evenwicht tussen aanvallende en verdedigende kracht.”

Voor Aziatische landen gaat het minder om het politieke theater, meer om de onderstroom: van de vijf grootste bedrijven in de wereld – naar beurswaarde – zijn er nu drie Chinees en ze worden niet volgens Amerikaanse principes geleid, maar volgens Chinese. En met succes. Overtollige middelen beleggen Aziatische fondsen niet langer in risicoloze Amerikaanse staatspapieren, maar agressiever, in de particuliere sector van het Westen. Het tempo is van dien aard dat volgens een onderzoek onder Amerikaanse investeringsfondsen zij in bijna tweederde van de gevallen Chinese concurrenten tegenkomen. In de sector van generaal Ma Xiaotian valt te melden dat China in 2010 bijvoorbeeld meer onderzeeërs zal bezitten dan Amerika. De kwaliteit is onbetwist, want marinegeleerden puzzelen nog steeds over het feit dat een nieuwe duikboot van de Songklasse zo lang het vliegdekschip Kitty Hawk kon schaduwen zonder te worden opgemerkt.

Amerika ligt, zo lijkt het vanuit Europa, in het centrum van de wereld. Maar daar wordt heel verschillend naar gekeken: met zelfbewustzijn vanuit Azië, met zelfbedrog vanuit Europa.

Reageren kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)