Turkse vlaggen in Berlijn

Duitsland en Turkije spelen vanavond tegen elkaar op het Europees kampioenschap.

De wedstrijd is beladen. Er zijn nog altijd spanningen tussen Duitsers en Turken.

In de Berlijnse wijken Kreuzberg en Neukölln wapperen vandaag in sommige straten alleen maar Turkse vlaggen. In andere hangen ze naast elkaar: het zwart-rood-goud van Duitsland en het rood met de witte halve maan en de ster van Turkije. Maar het laatste overheerst. Nergens is Duitsland zo Turks als hier.

Vanavond spelen Duitsland en Turkije tegen elkaar in de halve finale van het Europees Kampioenschap voetbal. De wedstrijd geldt als beladen, hoewel politici en maatschappelijke organisaties van beide zijden erop hameren dat het toch vooral een gezamenlijk volksfeest moet worden.

Toen vorige week Turkije op de valreep van Kroatië won, ontplofte Turks Berlijn letterlijk van feestvreugde. Op de Kurfürstendamm werd tot laat in de nacht vuurwerk afgestoken. Auto’s met Turkse vlaggetjes reden luid toeterend rondjes. „Ik ben zo blij, ons land heeft gewonnen”, riep een jongeman voor de regionale televisie, terwijl hij met een Turkse vlag naar de camera zwaaide.

Maar zijn geboorteland is hoogstwaarschijnlijk Duitsland. En anders dan zijn ouders zal hij naar nieuwe Duitse wetgeving gewoon een Duits paspoort hebben. Zijn hart klopt echter voor Turkije – in ieder geval wat het voetbal betreft.

In heel Duitsland leven naar schatting 2,5 miljoen mensen van Turkse afkomst. Verreweg het grootste deel van hen, naar schatting 1,8 miljoen, is Turks staatsburger. De rest zijn ingeburgerde Turkse Duitsers, met een Duitse pas. Aan hen valt de stand van ’s lands integratie af te meten. Als er spanningen tussen autochtone Duitsers en ‘buitenlanders’ zijn, gaat het niet zelden om Turken. Omdat zij van de minderheden nu eenmaal het sterkst in de Bondsrepubliek vertegenwoordigd zijn.

En spanningen zijn er – hoewel de harmonie in het dagelijks leven overheerst en slechts een zeer klein percentage Turken geradicaliseerd is. Duitsers en Turken leven over het algemeen vreedzaam naast elkaar. Of misschien moet je zeggen: leven vreedzaam langs elkaar heen. Turken worden hier als minderheid traditiegetrouw omzichtig behandeld. Uit vrees voor discriminatie – de historische doodzonde van Duitsland.

De omzichtige behandeling van de Turkse gemeenschap heeft de integratie volgens veel deskundigen niet bevorderd. Eisen, bijvoorbeeld op het gebied van de taal, zijn er nooit gesteld. Pas de laatste jaren is de Duitse regering strenger voor haar immigranten geworden. Met ingang van komend najaar is een inburgeringstest van kracht, met 33 vragen over Duitsland waarvan de geëxamineerde er zeventien goed moet hebben.

Soms laaien de gemoederen onder de Turken ineens hoog op. Zoals begin dit jaar, toen in Ludwigshafen bij een brand in een oud woonhuis negen Turkse bewoners omkwamen. De (voorbarige) conclusie van de Turkse pers luidde dat sprake was van brandstichting, waarschijnlijk met racistische achtergrond. Bondskanselier Angela Merkel en de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan moesten eraan te pas komen om de gemoederen tot bedaren te brengen.

Erdogan was mede hiervoor naar Duitsland gereisd. Een dag later sprak hij een geruchtmakende rede in Keulen uit, voor een laaiend enthousiast Turks publiek dat de premier als een popster ontving. Hij riep de Turken in Duitsland op zich geen assimilatie te laten aanpraten. „Assimilatie is een misdaad tegen de menselijkheid”. Merkel was door die „insinuatie” onaangenaam getroffen. Ze zei later dat ze bondskanselier is van álle Duitsers, ook als ze van Turkse afkomst zijn.

Tot openlijke fricties heeft ook de bouw van moskeeën geleid. In Keulen is vorig jaar een splijtende ruzie losgebarsten over een nieuwe Turkse moskee in de wijk Ehrenfeld. De rechts-conservatieve ‘Burgerbeweging Pro Keulen’ rebelleerde tegen het te bouwen godshuis. Gevolg: politieke en maatschappelijke polarisatie. Overigens verliep de bouw van een moskee in Duisburg, de grootste van Duitsland, vrijwel probleemloos. In oktober wordt hij ingewijd.

Wie van de twee landen vanavond ook wint, gefeest zal er worden. In Berlijn is op de Strasse des 17. Juni een speciale ‘feestmijl’ ingericht waar Duitse worst- en Turkse dönerkramen broederlijk naast elkaar staan. Feesten doen we samen, luidt hier de expliciete boodschap. Maar met de intussen toch wat opgezweepte nationalistische gevoelens is een vreedzaam samenzijn niet voor iedereen een gemakkelijke opgave.

Claudia Roth, partijvoorzitter van de Groenen, hekelde de Turks-nationalistische uitlating dat het doelpunt tegen Kroatië een geschenk van Allah was ter ere van de Turkse natie. En ze vroeg zich hardop af wat veel Duitsers heimelijk denken: waarom spelen voetballers als Hamit Altintop en Hakan Baltam niet voor Duitsland?

Beiden zijn in Duitsland geboren en komen uit voor het Turkse nationale team. Altintop, geboren in Gelsenkirchen, staat onder contract bij Bayern München. Baltam, van oorsprong een Berlijner, speelt voor de Turkse ploeg Galatasaray. Dat zij voor Turkije voetballen, laat volgens Roth zien „dat onze integratiepolitiek niet functioneert”.

Op haar woorden kwamen meteen veel reacties: in het Duitse team staan de geboortige Polen Miroslov Klose en Lukas Podolski opgesteld, die bewust voor Duitsland hebben gekozen terwijl ze ook voor Polen hadden kunnen spelen. Podolski juichte overigens niet toen hij tegen Polen scoorde. „Uit respect voor het land. Mijn familie woont daar.”

Kaya Yanar, een Turks-Duitse stand-up comedian die veelvuldig op de Duitse televisie te zien is en harde en meestal leuke grappen maakt over Duitse en Turkse stereotypen, probeert met zijn humor de bevolkingsgroepen juist nader tot elkaar te brengen. In het Duitse blad Bild geeft hij enkele tips. „Alleen voor Duitse fans! Zeg nooit tegen een Turk: waar waren jullie eigenlijk op het WK van 2006? En alleen voor Turkse fans! Zeg nooit tegen een Duitser: Wij komen misschien niet in de EU, maar we komen wel in de finale.”