Suïcidale gangsters in stad van de dood Brugge

In Bruges. Regie: Martin McDonagh. Met: Colin Farrell, Brendan Gleeson, Ralph Fiennes. In: 14 bioscopen.

Net als Venetië is ook Brugge een waterige, historische stad, die sterke associaties oproept met de dood. Een stad als een museum waar de tijd lijkt stil te staan, is mooi om te bezichtigen maar er valt niet in te leven.

Dat thema komt onder meer aan de orde in de beroemde opera van Erich Korngold, Die Tote Stadt,, die is gebaseerd op de roman Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach. Het verhaal draait om een man die zich pas los weet te maken van zijn overleden vrouw, die nog steeds zijn geest beheerst, als hij uit de stad vertrekt.

Toneelschrijver Martin McDonagh tapt uit deze rijke bron van associaties in zijn eerste speelfilm In Bruges. Ook bij hem draait het om een personage dat zich niet los kan maken van de herinnering aan een dode, in de traditie van Korngold. Hoofdpersonen zijn de Londense gangsters Ray (Colin Farrell) en Ken (Brendan Gleeson) die door hun maffiabaas Harry (Ralph Fiennes) naar Brugge zijn gestuurd om een poosje onder te duiken, nadat Ray per abuis een jong kind heeft doodgeschoten. Ray worstelt dusdanig met zijn geweten dat hij er suïcidaal van wordt. Eigenlijk zijn alle gangsters in het verhaal de suïcide nabij; Ken omdat hij oud is en zijn gangsterbestaan zat, Harry omdat hij worstelt met zijn krankzinnige erecode.

Een ander vaatje waar McDonagh uit tapt zijn de films van Quentin Tarantino en zijn ijverigste Britse leerling, Guy Ritchie. Tarantino is al eindeloos vaak geïmiteerd, maar McDonagh benadert twee Tarantino’s tegelijk: die van de karikaturale oneliners en het expliciete geweld en drugsgebruik van Pulp Fiction en Reservoir Dogs, én de meer bezonnen Tarantino van Jackie Brown, die meer tijd neemt om zijn personages tot leven te laten laten komen. Een combinatie van die twee heeft Tarantino zelf nooit geprobeerd.

Empathie en cynisme strijden met elkaar, zonder een winnaar op te leveren. Steeds als McDonagh het sentiment ruim baan geeft, verpest een botte grap de opgebouwde sfeer. Voor geestige gangsterkarikaturen heeft de film weer te weinig vaart en te weinig echt venijn.

Colin Farrell is vertederend, maar niet boeiend om naar te kijken. Fiennes geeft de film in de laatste scènes een adrenalinestoot, die de film goed kan gebruiken.