Strafhof probeert proces tegen Lubanga te redden

Door een vormfout dreigt het eerste proces van het Internationale Strafhof, tegen de Congolees Thomas Lubanga, te mislukken. Dat zou schadelijk zijn voor het hof en voor Congo.

Een kamer in het Vredespaleis en het kortetermijngeheugen van drie rechters moeten het eerste proces van het Internationale Strafhof redden. Dat hopen althans de aanklagers, die gisteren probeerden hun eerder deze maand geconstateerde vormfout in de zaak tegen de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga te herstellen. Die fout kan grote gevolgen hebben voor het proces, maar ook voor de geloofwaardigheid van het hof, en – volgens sommigen – voor de vrede in de Congolese regio Ituri.

Congo droeg Thomas Lubanga ruim twee jaar geleden over aan het Strafhof, dat in 2002 is opgericht voor de berechting van de zwaarste oorlogsmisdadigers. De eerste aanklacht van procureur Luis Moreno-Ocampo was nauw afgebakend: Thomas Lubanga wordt vervolgd voor het ronselen en inzetten van kindsoldaten in Ituri, waar hij leider was van de rebellenbeweging Union des Patriotes Congolais. Het moet het eerste internationale proces worden dat uitsluitend over kindsoldaten gaat. Mensenrechtenorganisaties waren destijds teleurgesteld dat Lubanga niet werd vervolgd voor moorden en verkrachtingen.

Ook in deze afgebakende zaak stuit het hof op een probleem waar het vaker mee te maken kan krijgen: hoe moeilijk het is recht te spreken als een conflict nog niet volledig is uitgewoed. In Congo, waar tijdens de oorlog miljoenen mensen omkwamen, moeten 16.000 blauwhelmen de vrede bewaren. Een poging van de aanklagers om VN-medewerkers die belastende informatie verstrekt hebben te beschermen, brengt nu het proces-Lubanga in gevaar.

De aanklagers hebben ruim 200 documenten verkregen, onder andere van de VN, op voorwaarde dat die vertrouwelijk zouden blijven. Daarvoor hanteren zij een artikel in het Statuut van Rome, het oprichtingsdocument van het Strafhof, waarin staat dat dit mag als die informatie uitsluitend gebruikt wordt als aanwijzing voor andere informatie die als bewijs gebruikt kan worden. De rechters oordeelden eerder deze maand dat die voorziening „ernstig is misbruikt”. Zij stelden dat de aanklagers informatie hebben verzameld „onder de mantel van vertrouwelijkheid” en die willen indienen als bewijsmateriaal. Maar in dat geval moeten de documenten ook aan de verdediging worden gegeven, zodat die ze kan doornemen op ontlastende informatie.

Toen de rechters de fout constateerden, hielden zij de zaak, die afgelopen maandag zou beginnen, aan. Een eerlijk proces kon zo niet worden gegarandeerd, zeiden ze. Lubanga’s advocaat Catherine Mabille stelde gisteren dat dit automatisch tot Lubanga’s vrijlating leidt, maar de rechters willen eerst de uitweg bestuderen die de aanklagers hebben bedacht.

Samen met de VN stellen zij voor dat de rechters de documenten wel mogen zien, om te beoordelen of de verdediging te zeer wordt benadeeld als ze vertrouwelijk blijven. De VN stellen als voorwaarden dat de drie rechters de documenten inzien in een kamer van het Vredespaleis, onder toezicht van een VN-medewerker, en dat zij daar geen aantekeningen mogen maken. Na afloop mag dat wel, buiten de kamer, maar zij mogen daarin slechts „hun gedachten noteren”, niet citeren.

Met nauwelijks verholen cynisme maakte rechtbankvoorzitter sir Adrian Fulford gisteren zijn ongenoegen kenbaar. „Klopt het dat wij, ongeacht of wij pen en papier bij ons dragen, die niet mogen gebruiken tot wij die kamer weer hebben verlaten?” vroeg hij aan een steeds ongemakkelijker kijkende aanklager Ekkehard Withopf. Fulford noemde het „onwaarschijnlijk [...] dat zij een systeem zullen goedkeuren dat afhankelijk is van het vermogen om grote hoeveelheden informatie te onthouden”.

Bij de processen van het Strafhof zijn ook de slachtoffers van de misdaden vertegenwoordigd, een novum in het internationale recht. Carine Bapita Buyangandu, die de belangen van 105 slachtoffers behartigt, waarschuwde gisteren dat zij hun vertrouwen in het hof verliezen als Lubanga wordt vrijgelaten. „Zij lijken geen belang meer te hebben bij het beleid van het hof”, zei ze. „Zij weten niets van het internationaal recht. Zij zien alleen dat hij wordt vrijgelaten. Al onze hoop is vervlogen. We bespreken hier de rechten van de verdediging en de aanklager, maar slachtoffers lijken nooit rechten te hebben.” Volgens Bapita voelt Lubanga aanhang, die rivaliseert met de Lendu in Oost-Congo, zich gesterkt door de aanhouding van de zaak. „Er zullen mensen wraak willen op de gemeenschap van Lubanga.”

De vormfout in de zaak-Lubanga heeft mogelijk gevolgen voor het proces tegen twee andere Congolezen, Germain Katanga en Mathieu Ngudjolo, omdat de aanklagers daarvoor dezelfde documenten willen gebruiken.

Bapita voorspelt dat Lubanga’s vrijlating de geloofwaardigehdi van het hof voor de Congolese autoriteiten zal schaden. „De regering zal zeggen: het was een vergissing om de zaak naar het Strafhof te verwijzen. We hadden hem zelf kunnen berechten.” Maar mensenrechtenorganisaties zijn blij dat de rechters de eerlijkheid van het proces boven alles stellen.