Prijsvorming ijzererts via een onderonsje

De Chinese staalindustrie moet twee keer zoveel gaan betalen voor zijn ijzererts. Maar dat is altijd nog minder dan de prijs op de spotmarkt. De mijnbouw zit in een ‘supercyclus’.

IJzerertsmijn van Atlas Iron in Port Hedland in West-Australië. Foto Reuters A stacker (L) and a bucket wheel reclaimer are operated at the FMG iron ore loading facility in Port Hedland, about 1,600 km (960 miles) north of Perth May 26, 2008. Picture taken May 26, 2008. REUTERS/Tim Wimborne (AUSTRALIA) REUTERS

Bijna 14 kilo goud, ruim één ton zilver en zeven ton koper schonk BHP Billiton dit jaar aan China om de Olympische medailles te kunnen maken. Deze geste kostte de Australische mijnbouwer bijna 1,1 miljoen dollar (700.000 euro). Een schijntje voor het concern dat – dankzij de explosief gestegen grondstofprijzen – vorig jaar een winst voor belastingen van 18 miljard dollar boekte.

Het ziet er niet naar uit dat die ‘supercyclus’ – een lange periode van structurele behoefte aan grondstoffen, door de opmars van de industrie in China, India en Rusland – dit en volgend jaar zal eindigen. Gisteren werd bekend dat Chinese staalbedrijven tot 96,5 procent meer moeten gaan betalen voor ijzererts dat door het Brits-Australische Rio Tinto, een concurrent van BHP Billiton, in de periode 2008-2009 zal worden geleverd.

De omvang van de prijsverhoging verraste vele analisten. Vier maanden geleden sloot het Braziliaanse Vale – de nummer drie op de wereldranglijst – als eerste zijn jaarcontracten af voor de levering van ijzererts aan Japanse en Zuid-Koreaanse klanten. Ook daar stegen de prijzen fors – met 65 tot 71 procent – maar een stuk minder snel dan de tariefverhogingen die Rio Tinto nu bedong. Dit bewijst dat de vraag naar grondstoffen – vooral in Azië, en ondanks een haperende economische groei in de VS en Europa – nog steeds zeer krachtig is.

Niemand twijfelt eraan dat BHP Billiton, als het straks zijn jaarcontracten vernieuwt, eveneens ‘Olympische records’ in de wacht zal slepen. Dit voedt de vrees voor extra inflatie. De hogere ijzerertsprijzen zetten ook staalbedrijven als ArcelorMittal en Nippon Steel onder immense druk: ofwel zij zien hierdoor hun hoge winstmarges teruglopen, ofwel zij blijven net als in het verleden de hogere kosten mordicus doorberekenen aan hun klanten – wat de economische afkoeling alleen maar kan versnellen.

BHP Billiton, Rio Tinto en Vale – die samen goed zijn voor 70 procent van het mondiale aanbod aan ijzererts, de belangrijkste grondstof van staal – verwijzen naar de ijzerertsprijs die op de spotmarkt (handel op dagbasis) in een jaar meer dan verdubbeld is. Op de spotmarkt kost een ton ijzererts nu tussen de 180 en 200 dollar, 60 procent meer dan het tarief dat Vale zijn Aziatische klanten rekent.

Bovendien, zo stellen BHP Billiton en Rio Tinto, is ijzererts afkomstig uit de Australische Pilbara-regio geografisch veel dichter bij China gelegen dan vergelijkbare ertsaanvoer uit Brazilië. Dit resulteert in lagere kosten voor vervoer per schip en die ‘vrachtpremie’ moet in de prijs van de erts verrekend worden.

China is een veelvraat op het gebied van ijzererts, dat verwerkt wordt tot staal voor wegen, bruggen, tunnels, industriële complexen, huizen en kantoren. Het Chinese verbruik van ijzererts is gemeten in tonnen hoger dan welke andere grondstof dan ook. In drie jaar verhoogde China zijn invoer van ijzererts met 35 procent tot 370 miljoen ton, ondanks het feit dat de ontginning van ijzererts op eigen bodem in dezelfde periode tot 680 miljoen ton steeg.

De Chinese overheid moet de explosieve prijsverhogingen dan ook met veel tegenzin ondergaan. Mijnbouwconcerns van hun kant argumenteren dat exploratie-, personeels- en energiekosten om aan die gigantische vraag te voldoen, snel stijgen. Een recente studie van PricewaterhouseCoopers bevestigt dat: bij de vier grootste mijnbouwers stegen de operationele kosten het afgelopen jaar gemiddeld met 46 procent, tegenover 33 procent bij de kleinere concurrenten.

De prijsonderhandelingen voor ijzererts, die voor BHP Billiton nog steeds lopen, sleepten dit jaar langer aan dan verwacht en hadden veel weg van een partijtje blufpoker. Zo weigerde China in maart invoerbewijzen af te leveren voor 300.000 ton Australische ijzererts om de druk op de mijngiganten te verhogen. Rio Tinto dreigde op zijn beurt 15 miljoen ton (7 procent van zijn totale productie) op de spotmarkt te verkopen: drie keer meer dan in 2007. „Klanten vragen meer transparantie in de prijsvorming, grotere volumes en snellere levering”, zo reageerde Tom Albanese, de topman van Rio Tinto.

Die redenering klopt, en wellicht in veel grotere mate dan Albanese bedoelde. Nu verkoopt de mijnbranche nog steeds 80 tot 90 procent van haar ijzererts via jaarlijks te onderhandelen langetermijncontracten. Met andere woorden, een handvol spelers controleert via gesloten onderonsjes de prijs van een van de belangrijkste grondstoffen in de mondiale economie.

Niet lang meer, verwachten analisten. Vorige maand kondigden Credit Suisse en Deutsche Bank aan dat ze een platform willen opstarten om termijncontracten in ijzererts te verhandelen. De doelgroep waarop ze mikken zijn financiële investeerders – pensioen- en hedgefondsen – maar ook staalbedrijven en consumenten die zich willen indekken tegen de risico’s van sterk stijgende of volatiele prijzen. Als Rio Tinto bereidheid toont om substantieel meer ijzererts op de spotmarkt te verkopen – en analisten gaan ervan uit dat ook BHP Billiton en Vale dat zullen doen – dan kan dit tegen 2009 leiden tot de ‘vrije’ verkoop en verhandeling van 15 tot 20 procent van het jaarlijkse volume aan ijzererts. In de branche geldt dat als een aardverschuiving.