Preventief gewantrouwd

Jurist Frank Kuitenbrouwer zegt dat Amsterdam te lichtzinnig met de Wet Bibob omgaat (nrc.next, 13 juni). De gemeente gebruikt de wet om van de Wallen een net buurtje te maken, terwijl Bibob is bedoeld om misdaad aan te pakken. De onderzoeksprocedure is arbeidsintensief voor de betrokkene en kan reputatieschade veroorzaken, zoals getroffen ondernemer Jeron Halewijn per brief aan de krant bevestigde.

De discussie over de Wallen blijft voor een buitenstaander vaag, omdat de feiten omstreden zijn. Schimmige dingen zijn nu eenmaal moeilijk te tellen. Zegt de gemeente Amsterdam dat er op de Wallen een x-aantal vrouwen zich gedwongen prostitueert, zeggen organisaties van prostituees dat je dat cijfer door tien moet delen. En hoe staat dat in verhouding tot wat er buiten de Wallen gebeurt?

In de communicatie over de Wallen wordt bovendien vaak uiterst emotionele taal gebruikt, zoals Kuitenbrouwer terecht opmerkt. Het gaat om ‘schrijnende situaties’, om een ‘hoger moreel belang’. De Wallen zijn ‘ranzig’ en moeten worden ‘schoongeveegd’. O, dat rottend, stinkend oord, waar Britse jongens drinken.

Tja, sommige mensen houden nu eenmaal van ranzig. Partnerruil. Housefeesten. Pinkpop. Een Laaf in de tuin. Slappe patat met frietsaus. Moet Den Nederlandschen Binnenstad in al zijn hoekjes okselfris ruiken? Liever een Albert Heijn To Go dan een dikke Braziliaanse hoer? Overal gezandstraalde gevels, geschrobde stoepjes en glimmende naambordjes?

Waar het om gaat, is dat ondernemers preventief gewantrouwd worden. Burgemeester Job Cohen benadrukt dat de Bibob-procedure juist uiterst zorgvuldig is (nrc.next, 23 juni). „Een vergunning wordt nooit geweigerd of ingetrokken op basis van simpele vermoedens en vage informatie.” Maar het onderzoek zelf, op basis waarvan wordt dat ingesteld? Volgens ondernemer Halewijn worden alle vergunningaanvragers in het Amsterdamse centrum nu gebibobd. Preventief fouilleren, full-bodyscans op Schiphol, enorme hoeveelheden telefoontaps, schone Wallen: allemaal voor ‘burgerveiligheid’. En allemaal aan de man gebracht met weinig concrete informatie, veel moreel gezemel en preventief wantrouwen.

Merel Boers