Neutronenbom

Ja, er waren zaterdagavond ook een paar kinderen in het stadion van Bazel. Na het laatste fluitsignaal besloot de regisseur ze close in beeld te brengen. Voor die kinderen vond ik de uitschakeling van Oranje het ergst. Wat een verdriet. Een grote hand aaide over een blond bolletje. Maar toen zag ik dat hun gezichtjes iets heel anders dan verdriet weerspiegelden: verwarring, vertwijfeling. Het blonde jongetje keek spichtig naar de volwassenen die om hem heen zaten. Het was hun treurnis waar hij zich geen raad mee wist. Hij twijfelde duidelijk: moet ik hieraan meedoen of niet.

Wij worden tijdens dit EK gulhartig getrakteerd op close-ups van het publiek. Het lijkt erop dat sommige cameramensen er speciaal mee belast zijn: zoom in op de emotie. Dynamische televisie levert het op, vooral in de knock- outfase. Ik zou wel eens een herhaling willen zien, bijvoorbeeld van Nederland-Rusland, louter bestaande uit close-ups van supporters. 2 × 45 minuten plus verlenging aan tollende emoties. Geluid hoeft er niet bij.

Vier dagen voor de uitschakeling van onze jongens las ik op de wetenschapspagina van deze krant een interessant artikel over gezichtsuitdrukkingen van emoties. Die zijn overal ter wereld herkenbaar. In 1967 verzamelde de Amerikaanse psycholoog Paul Ekman bewijzen hiervoor. Op Nieuw Guinea vroeg hij mensen hoe ze zouden kijken als ze een dood varken langs de weg zagen liggen; als ze voor het eerst die dag een vriend tegenkwamen; als hun kind was overleden; als ze van plan waren te vechten. De foto’s van Ekman waren als een mooi kwartet bij de tekst geplaatst.

Zeer herkenbare gezichtsuitdrukkingen. Zaterdagavond zag ik ze terug op de tribunes van Bazel. Een kwartfinale in vier portretten. Mensen die keken of ze van plan waren te gaan vechten zaten er dus ook tussen. Een paar maar. Bazel is goed weg gekomen met het Oranjelegioen als verliezer.

Zondagochtend werd ik om een uur of acht wakker. Iets klopte er niet. Wat? Na een poosje wist ik het: het was het ontbreken van elk geluid. Nu woon ik in een rustige straat, maar er is altijd wel een auto die start, een kind dat kwettert. Ik stak mijn hoofd door het raam. Stilte. De man van een paar huizen verderop had het oranje vaandel al van zijn gevel verwijderd.

Om een uur of tien fietste ik een rondje door de wijk. Geen sterveling op straat, geen beweging achter de ramen. Alsof ik de enige overlevende was na een aanval met een neutronenbom. De mensen trekken het zich wel erg aan, dacht ik. Eindelijk, dan toch een schim. Een man duwt een motorfiets de voordeur uit. Zijn gezichtsuitdrukking kan ik niet zien. Hij heeft een helm op met duister vizier.