Mugabe vertrouwt op het leger

Voor de generaals lijkt een door Mugabe georganiseerde machtsovername gunstiger dan het plegen van een coup.

Door geldgebrek kunnen ze niet zelfstandig opereren.

De weerstand in Zimbabwe en daarbuiten tegen Robert Mugabe mag met de dag toenemen, volgens doorgewinterde waarnemers kan de president in ieder geval uit één hoek rekenen op onvoorwaardelijke steun: die van het leger.

Het moet de militaire bovenlaag, betrokken bij haast drie decennia bloedvergieten in Zimbabwe, na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in maart ook zijn opgevallen dat Mugabes positie voor het eerst sinds 1980 scheen te wankelen. Vaak is dat het moment waarop in (semi)dictaturen het leger eieren voor zijn geld kiest, door een nieuw staatshoofd te installeren of zelf de macht te grijpen, en zo in ieder geval de eigen positie veilig te stellen. Zo niet in Zimbabwe. Na de eerste stemronde, toen Mugabe verloor van oppositieleider Tsvangirai, waren het naar verluidt juist de generaals die Old Bob overhaalden door te gaan. En ook nu blijven zij Mugabe steunen, nu hij met zijn ijzerenheinige opstelling Zimbabwe steeds verder isoleert.

De Zimbabweaanse legertop is verenigd in het Joint Operations Command. Namen en rugnummers: Constantine Chiwenga, legergeneraal, Perence Shiri, luchtmachtcommandant, Augustine Chihuri, politiechef, Paradzayi Zimondi, baas van het gevangeniswezen, en Happyton Bonyongwe, directeur geheime dienst.

„Ik denk niet dat het leger de boel overneemt, omdat het leger en politiek in Zimbabwe van begin af aan sterk met elkaar verweven zijn”, zegt Martin Rupiya, directeur van het Afrika-programma aan de universiteit van het Britse Cranfield. Rupiya werd geboren in Zimbabwe, hij diende 17 jaar in het leger. De vermenging van politiek en leger is „een erfenis van de onafhankelijkheidsstrijd uit de jaren zestig en zeventig”, zegt Rupiya, toen de voorganger van de huidige regeringspartij ZANU-PF streed tegen het leger van wat toen nog Rhodesië heette. Typerend zijn de milities van oorlogsveteranen die nu uit naam van ZANU-PF bruut optreden tegen MDC-aanhangers.

De strijdkrachten zijn sinds 2000 verder ingevoegd in de politiek. Generaals werden gedwongen publiekelijk hun loyaliteit te betuigen aan Mugabe. Rupiya: „Dat maakte hen tot medeplichtigen van het regime.”

Er is nog een reden, zegt Rupiya – „waar je opvallend weinig over hoort”. Dat is het geldtekort van het leger, dat sinds de verkiezingen in 2002 in feite permanent actief is om politieke tegenstanders te onderdrukken. „Het leger kan dus niet snel zelfstandig opereren.”

Creëren de economische tekorten niet juist het gevaar van muiterij door het militaire voetvolk? „De circa 15.000 elitetroepen – presidentiële garde, geheim agenten – treden keihard op als iemand van de circa 40.000 soldaten deserteert”, zegt Rupiya. „Bovendien is de oppositie zó sterk gedemoniseerd, dat soldaten zelfs in de huidige omstandigheden niet durven overlopen. MDC is in hun ogen verraad aan Zimbabwe.”

Knox Chitiyo onderschrijft in grote lijnen de analyse van Rupiya. Chitiyo, ook Zimbabweaan, is ook hoofd van het Afrika-programma maar dan van het Royal United Services Institute in Londen. Chitiyo noemt het „erg onwaarschijnlijk” dat het leger de macht grijpt. „De generaals willen dat Mugabe zo lang mogelijk blijft zitten omdat ze bang zijn voor een bloedige, onderlinge opvolgingsstrijd. Mugabe houdt de dijken in stand en de stormvloed buiten.”

Maar iemand moet toch ooit de nu 84-jarige opvolgen? Mugabe zelf zei gisteren dat hij bereid is met MDC te praten over een eenheidsregering, ná de verkiezingen vrijdag. Dat voedt de speculatie dat Mugabe, vanuit de winnaarspositie, een coalitie smeedt tussen zijn ZANU-PF als seniorpartner en MDC als junior, om voor zichzelf een vrijgeleide af te dwingen.

Chitiyo denkt dat de generaals akkoord zouden gaan. Een georganiseerde machtsovername voorkomt dat ze door een politieke tegenstander worden uitgeleverd aan het Internationale Strafhof in Den Haag, dat met menig officier wel een appeltje wil schillen. Chitiyo: „De generaals willen uiteindelijk maar één ding: blijven zitten waar ze zitten.”

Als meest waarschijnlijke opvolger geldt Emmerson Mnangagwa, minister van Huisvesting.