Maar vrouwen mogen alleen in de woestijn autorijden

Het leven verandert voor vrouwen in Saoedi-Arabië, want koning Abdullah is een hervormer.

Maar dat moet vooral niet te snel gaan.

Koning Abdullah heeft beloofd dat „de dag zal komen waarop vrouwen rijden”. Maar dat kost tijd. Foto Lynsey Addario / Corbis 05 Dec 2003, Outside Riyadh, Saudi Arabia --- While on a picnic in the desert with her sisters and cousins one Friday afternoon outside Riyadh, Madawy, 16, covers her face as young men drive by screaming out their phone numbers. --- Image by © Lynsey Addario/Corbis Addario, Lynsey;Corbis

In Saoedi-Arabië krijgen vrouwen meer ruimte. Maar verándert er wat? Dat is de vraag.

Een maand geleden werd besloten dat vrouwen voortaan in hotels mogen slapen zonder mannelijke begeleider, zegt dr. Abdurrahman al-Enad, lid van de Shura, de adviesraad van de koning, en lid van de onafhankelijke Vereniging voor Mensenrechten. Dat is een verandering. Maar een besluit om vrouwen toe te staan zelf auto te rijden in de stad, zou een grote en symbolische verandering zijn. En dat besluit is nog niet genomen.

Daarvoor zijn sterke hervormers nodig, zegt Al-Enad. Koning Abdullah is een hervormer, daarover is iedereen het eens. Maar is hij een grote en sterke hervormer?

Alle vrouwen in Saoedi-Arabië hebben een zwarte abaya aan, een soort lange jas helemaal tot aan de grond. Saoedische vrouwen dragen daarnaast een hoofddoek, en vaak ook een gezichtssluier – geen sprietje haar te zien, anders dan in het buurland Iran aan de overkant van de Golf. Daarover is géén discussie. Er is wel een mode in abaya’s, als je goed kijkt tenminste. Dit jaar, wijst de manager van de abayawinkel Bedoun Essm in het Faisalia-winkelcentrum in Riad, zijn de mouwen wijd. Ook zijn de patronen van kraaltjes- en steentjesversieringen elk jaar anders. De decoraties op de rug worden steeds groter.

Er is evenmin discussie over de segregatie: mannen en vrouwen worden, onder verwijzing naar de islamitische voorschriften, zo veel mogelijk gescheiden gehouden, ook al zijn alle vrouwen van onder tot boven in het zwart verpakt. „Niemand wil praten over minder segregatie”, zegt dr. Hend al-Sheikh, lector economie aan het Instituut voor Openbaar Bestuur, dat wil zeggen de vrouwenafdeling. Binnen gaat iedereen gewoon gekleed in rok en shirt, buiten zijn de vrouwen onherkenbaar in abaya met gezichtssluier.

„Segregatie werd aan de orde gesteld tijdens de laatste Nationale Dialoog [een regelmatig terugkerend publiek debat, red.], die over werk ging. Afschaffing werd meteen uitgesloten, omdat dat on-islamitisch zou zijn.” Maar, voegt ze eraan toe, „de meeste vrouwen willen ook helemaal niet werken in een gemengde omgeving”.

Alleen in de gezondheidszorg is er geen segregatie, want er zijn onvoldoende vrouwelijke artsen. In Saoedi-Arabië zie je dat wel vaker: dit zijn de voorschriften, tenzij de praktijk anders vergt.

Zie het autorijden. Het is niet zo dat vrouwen helemaal niet mogen autorijden. In de woestijn en op het platteland, waar vrouwen er vaak alleen voor staan omdat hun mannen en broers elders werken, rijden ze wel degelijk. Stadsmeisjes rijden ook in de woestijn als hun vaders, broers of echtgenoten – wier instemming voor Saoedische vrouwen op haast ieder terrein vereist is – ermee akkoord gaan. Maar niet in de stad. Dan zouden ze meteen worden gearresteerd, zoals de vijftig vrouwen die in 1990 in Riad achter het stuur gingen zitten.

Op autorijden rust geen islamitisch, maar een sociaal taboe. Dr. Amal Badreldin, in 1976 de eerste Saoedische medisch studente: „Ik vertelde op een feest dat ik een van de rijdende vrouwen was. De anderen sprongen op me af: ‘Hoe kon je dat doen!?’ Ze waren zich niet bewust van het nut van autorijden.” Veel vrouwen kunnen bijvoorbeeld niet gaan werken omdat ze geen chauffeur kunnen bekostigen.

Koning Abdullah heeft na zijn aantreden in 2005 gezegd dat „de dag zal komen waarop vrouwen rijden”. Maar hij zei ook dat „geduld” nodig was. Op vragen over hervormingen verwijzen Saoediërs in het algemeen vaak naar de „conservatieve meerderheid” die dat niet zou accepteren en waarmee voorzichtig moet worden omgesprongen.

De schrijfster Wajeha al-Huwaider ging in de woestijn autorijden, liet haar schoonzus dat filmen en zette de beelden op internationale vrouwendag, 8 maart, op YouTube. Met vier andere vrouwen voert ze campagne om ook in de stad te mogen rijden. „We begonnen onze campagne vorig jaar met een petitie aan de koning, met duizend handtekeningen. Daarop volgde stilzwijgen”, vertelt ze. „Met het filmpje maakten we meer indruk. Er kwamen honderden reacties op YouTube, meer positieve dan negatieve. Maar we hebben weer niets gehoord van de regering.”

Wie met Saoediërs over autorijden praat, wordt steevast geconfronteerd met het opinieonderzoek van het Britse Centrum voor Vrouwenstudies uit 2005, waaruit bleek dat ruim 88 procent van de Saoedische vrouwen helemaal niet achter het stuur wil. Huwaider: „De mensen hebben helemaal geen idee van wat een recht is. Ze denken aan hun persoonlijke gevoelens. Maar dit is een recht, niet zomaar iets waarover je kunt stemmen. Het concept zelf is onbekend. Ik ben er zeker van dat als je vrouwen vraagt of mannen hen mogen slaan, ook 80 procent ja zegt. Maar dat maakt slaan nog niet tot een recht.”

Autorijden is maar een van de problemen van vrouwen, zegt schrijfster Huwaider. Er is de voogd, die het leven van de vrouw controleert, die beslist of ze kan reizen, studeren, werken, een mobiele telefoon aanschaffen of een paspoort aanvragen. „Maar autorijden is symbolisch. De mensen die zich ertegen verzetten weten dat vrouwen zich dan vrij kunnen bewegen en hun vertrouwen terugkrijgen. Ze zijn bang dat als ze de deur openzetten, vrouwen méér kunnen vragen.”

„De mensen hier zijn bang voor wat er zou kunnen gebeuren. Vrouwen kunnen gaan rijden als de mensen er klaar voor zijn”, zegt Turki al-Sudairy, voorzitter van de Mensenrechtencommissie (een overheidsinstantie, in tegenstelling tot Al-Enads Mensenrechtenvereniging).

Maar hoe weet iedereen zonder verkiezingen zo zeker dat de conservatieve meerderheid tegen autorijdende vrouwen of afschaffing van de mannelijke voogd of welke hervorming dan ook is? „De regering luistert naar iedereen. Het is niet zo dat de koning maar wat decreteert. De koning ontmoet mensen, tribale leiders, iedereen kan hem schrijven. Het systeem is niet repressief. Iedereen kan zijn standpunten uitdragen.

„Saoedi-Arabië is niet als andere moderne landen”, zegt Sudairy. „De achtergrond is tribaal, religieus, het land is nieuw. De regering is daarom erg gevoelig voor alles wat het evenwicht kan verstoren. Hier kijken we er altijd naar hoe iets de gevoelens van het volk kan beïnvloeden, hoe de mensen zouden reageren. Om opschudding te voorkomen. Kijk maar naar Irak, wat er daar gebeurde door de eliminatie van Saddam Hussein.”

Vrouwenrechten zijn ook een onderwerp bij de Mensenrechtenvereniging, zegt Abdurrahman al-Enad. Maar ook daar is het een gevoelige kwestie. „We zijn het hier onderling niet over eens”, legt hij uit. Conservatieve leden willen op vergaderingen met vrouwen niet eens komen. „Over de meeste zaken zijn we het eens, maar niet over vrouwenrechten.”

Toch ziet Al-Enad grote vooruitgang. „Tien jaar geleden kon niemand het woord vrouwenrechten zelfs maar ademen. Wijlen koning Fahd heeft de eerste veranderingen doorgevoerd, de globalisering heeft invloed gehad en vervolgens hielpen de Al-Qaeda-aanslagen van 11 september 2001 omdat er druk van buitenaf bijkwam.”

„Nu gaat het weer wat trager. Misschien is de koning teleurgesteld door de mensen. Hij wil wel, maar de mensen houden hem tegen. Hij ontving een vrouwendelegatie en drukte hen de hand. Vrouwen zijn nu tv-presentator. Maar de meerderheid heeft er kritiek op. Zelfs onder vrouwen is er oppositie. Wij zeggen: niemand wordt gedwongen te rijden. Maar zij respecteren het recht niet van de minderheid.”

Bekijk hoe Wajeha al-Huwaider autorijdt in de woestijn via nrcnext.nl/links