Kabinet eens over embryoselectie

De regeringspartijen zijn gisteren op hoofdlijnen akkoord gegaan over het voorwaardelijk toestaan van embryoselectie. Daarmee lijkt een kabinetscrisis van de baan. Vrijdag bespreken de bewindslieden hun voorstel in de ministerraad.

Vrouwen die drager zijn van het erfelijke gen dat borst- of darmkanker kan veroorzaken bij hun kinderen, mogen embryoselectie ondergaan. De voorwaarden voor deze uitsluiting van erfelijke aandoeningen bij het nageslacht worden aan scherpere criteria onderworpen.

Toestemming voor embryoselectie wordt in de wettelijke regeling afhankelijk van een aantal algemene criteria, zoals de aard van de erfelijke aandoening, de behandelbaarheid en de leeftijd waarop de ziekte zich zal manifesteren. Het is aan artsen om dat nader te bepalen. De bewindslieden zijn er nog niet over uit of er een landelijke commissie moet komen om verzoeken voor embryoselectie te beoordelen.

De huidige breed geformuleerde wettelijke regeling zal zo aangescherpt worden dat de ChristenUnie niet hoeft te vrezen voor een hellend vlak. Embryoselectie is nu wettelijk beperkt tot situaties waarin er „een sterk verhoogd risico” is op een ernstige aandoening bij het nageslacht. Tegelijkertijd wordt de afwijzing van embryoselectie bij borst- en darmkanker, zoals beschreven in een brief uit 2006 van voormalig staatssecretaris Ross (Volkgezondheid, CDA) opgeheven. Die afwijzing was nog niet bekrachtigd door het parlement, maar hangende de besluitvorming had het enige ziekenhuis met een vergunning, het Academisch Ziekenhuis in Maastricht, de behandeling wel een tijd lang opgeschort.