Ik ben Turk, maar toeter niet

Na een overwinning van het Turkse voetbalelftal gaan de Turksen massaal juichend en toeterend de straat op.

Ik juich, maar toeter niet. Dat komt door mijn studie.

Ik ben Turk, maar toeter niet Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

De wonderbaarlijke ontsnapping van Turkije tegen Kroatië in de kwartfinale van het EK deed veel Nederlandse Turken juichend en toeterend de straat opgaan. Ook ik juichte van harte mee. Waarom, vragen veel Nederlanders zich af.

Ik juichte, omdat ik mij verbonden voel met Turkije. Hoewel ik bijna mijn hele leven in Nederland woon, aan een Nederlandse universiteit studeer en gebruikmaak van de voorzieningen in Nederland, voel ik me trots als Turkije wint. Thuis spreek ik Turks, regelmatig ga ik naar mijn Turkse familie in Turkije, ik kijk naar de Turkse televisie en mijn vaste relaties zijn Turks.

Er is dus een verschil tussen de publieke sfeer waarin ik leef en de persoonlijke sfeer. De publieke sfeer is de Nederlandse, de persoonlijke sfeer is Turks. Maar ik ben niet nationalistisch. Ik beschouw mezelf eerder als een kosmopatriot. Kortom, ik heb zowel vaderlandsliefde als het gevoel van een wereldburger.

Een andere verklaring voor het juichen is dat het Turkse voetbalelftal lang geen successen heeft gekend. Wat schaars is, heeft meerwaarde. Wonderbaarlijke overwinningen dragen daar natuurlijk nog eens aan bij.

En, misschien wel de belangrijkste verklaring: de rol van de Turkse media. Het is bekend dat de Turken een emotioneel volk zijn. De Turkse tv speelt zeer sterk in op de nationale gevoelens van de Nederlandse Turken – met reclames, lifestyleprogramma’s en oproepen om te gaan feesten.

Denk daarbij aan de reclames van Nationale Nederlanden tijdens het vorige WK, maar dat keer tien. Velen voelen zich hier sterk door aangetrokken en het draagt bij aan een wij-zij gevoel. De doorsnee Turk viert uitbundig de overwinning om zijn trots te laten zien. Maar ook omdat hij zijn persoonlijke sfeer verwart met de publieke sfeer. Waarom Nederlandse Turken niet voor het Nederlandse elftal juichen, is simpel te verklaren. De Nederlandse media weten hen daartoe niet te manipuleren.

Ik laat me niet meeslepen om toeterend de straat op te gaan. Mijn studie Media en Cultuur heeft daaraan bijgedragen. Daarin wordt veel gesproken over het begrip ‘natie’. Volgens deskundige Benedict Anderson is de natie een denkbeeldige politieke gemeenschap en daar ben ik mij zeer van bewust. Ik heb daarom wel gejuicht maar niet getoeterd. Maar het EK laat velen dat vergeten: het wekt nationalistische gevoelens en die zijn echt. Zonder mijn studie had ik dat waarschijnlijk ook zo ervaren.

Cengiz Çaglar is student Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees vandaag ook de next question ‘Waarom toeteren de Turken?’ op pagina 2.