Hitlers Nederlandse vertaler behield vurig zwart hart

Nazi-dichter Steven Barends werd bekend met zijn vertaling van Hitlers ‘Mijn Kamp’ en eindigde als vertaler van bijsluiters.

Sommigen betwijfelden al of hij nog leefde: nazi-dichter Steven Barends, de Nederlandse vertaler van Adolf Hitlers Mein Kampf. Barends overleed 23 mei op 92-jarige leeftijd in zijn woonplaats Keulen, zoals bij navraag bij plaatselijke crematoria is gebleken. Zijn as is van Keulen overgebracht naar een begraafplaats in Arnhem.

Barends woonde sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland, waar hij de publiciteit meed, hoewel hij in september nog aan dagblad Trouw een telefonische reactie gaf op het plan van Minister Plasterk (Cultuur) om het verbod op Mein Kampf op te heffen. Daar was Barends het mee eens: „Hoeveel boeken moet je dan wel niet verbieden? Het werk van Stalin wordt net zo goed vrij verspreid. Een verbod maakt het boek alleen maar interessanter.”

Samuel Barends wordt in 1915 in Delfzijl geboren als zoon van een directeur van een scheepvaartbedrijf. Barends zal zijn voornaam later veranderen in Steven omdat hij Samuel ‘te joods’ vindt. Op 19-jarige leeftijd wordt hij lid van het fascistische Zwart Front. In 1935 worden zijn gedichten gebundeld onder de titel Jeugd in opstand. Een klein voorbeeld: „Wij zijn de jonge troep der Zwarten/ Wij zijn de wacht, die nimmer wijkt/ Wij hebben vuurge zwarte harten/ En elk blijft trouw tot hij bezwijkt.”

In 1937 reist hij naar Spanje met het plan om zich bij de troepen van Franco aan te sluiten, maar hij komt niet verder dan de Frans-Spaanse grens. Wel zal hij enkele gedichten over de Spaanse burgeroorlog opnemen in Viva la muerte!, zijn tweede bundel die in 1938 verschijnt bij de nationaal-socialistische uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer. Uitgever George Kettmann zal Barends later typeren als „een wildeman, die nu en dan wel eens naar mij wilde luisteren, half student, half zwerver.”

Kettmann vraagt hem of hij Hitlers Mein Kampf (1925) wil vertalen. De 850 pagina’s tellende vertaling, getiteld Mijn Kamp, komt in vijf maanden tot stand en verschijnt in 1939. Door sommigen wordt de vertaling als slordig gekritiseerd. Ook wordt gezegd dat Barends met opzet Hitlers opvattingen over de annexatie van Nederland heeft weggelaten. Als Mijn Kamp een bestseller blijkt, 150.000 exemplaren, laat Barends zijn vertaalrechten afkopen voor 3600 gulden. De rechten berusten tegenwoordig bij de Nederlandse overheid.

Na de Duitse inval wordt Barends lid van de NSB – hoewel hij de NSB’ers eigenlijk te ‘fatsoenlijk’ vindt. Later krijgt hij ruzie met de leiding en sluit zich aan bij de Germaansche SS. Naast Mijn Kamp vertaalt Barends een populaire Hitler-biografie voor de jeugd, Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler. In 1944 publiceert hij ook twee poëziebundels, Bitter brood en Hart, mijn hart. De laatste bundel bevat liefdespoëzie, die in contrast staat tot de fascistische retoriek van zijn andere werk.

Na de oorlog wordt Barends gezocht wegens nazi-propaganda en lidmaatschap van de Germaansche SS. Hij vlucht naar Duitsland en vestigt zich in Keulen, waar hij werkt voor Bayer als vertaler van bijsluiters bij geneesmiddelen. In april 1956 vraagt hij in een brief aan de Nederlandse justitie of hij nog steeds wordt gezocht. Dat wordt bevestigd.

In de bundel Bitter brood dicht Barends: „Ik heb mijn woord gegeven,/ te sterven en te leven,/ Voor Adolf Hitler’s Rijk”. Volgens geruchten blijft Barends deze woorden tot het einde toe trouw.