Herrie op Leidse grachten

De poëziemanifestatie in de grachten van Leiden stond gisteren in het teken van het gedicht Le Bateau ivre van Arthur Rimbaud (1854-1891). Met muziek en performances.

Pontons en boten op Leidse poëziemanifestatie Foto Roel Rozenburg Leiden : 24.6.2008 Openlucht Po‘ziemanifestatie. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Nog maar 17 jaar oud is Arthur Rimbaud als hij zijn befaamde Le Bateau ivre (de dronken boot) in 1871 naar de Parijse dichter Paul Verlaine stuurt. Zouden de verzen aanslaan? Zou er in de hoofdstedelijke salons ruimte zijn voor de jongen die zo graag aan het provinciale milieu wilde ontsnappen? Verlaines antwoord maakt een einde aan alle onzekerheid. „Kom, mijn grote ziel, we roepen u, we wachten op u”, schrijft hij lyrisch. Een krappe anderhalve eeuw later is De dronken boot het uitgangspunt voor een poëziemanifestatie in de grachten van Leiden. Voor het eerst in de negenjarige geschiedenis van de manifestatie staat niet een oeuvre, maar één gedicht centraal. De theatergroepen Fields of wonder en Kuiper en Berbeé, de scholieren van het Leidse Da Vinci College en diverse muzikanten werkten samen aan een ruim twee uur durende theatrale vertolking van Rimbaud’s gedicht.

Het is een vuurdoop voor de makers, want er is vooraf niet proefgedraaid, aldus Jacowies Surie van organisator Tegen-Beeld. „De hele voorstelling vindt plaats op boten, vlotten en sloepen en daarmee kun je niet in de grachten gaan oefenen. Dan zouden we alles al weggeven aan het publiek. Het is doodeng dat we het nu eigenlijk voor het eerst doen.”

Twee clochards op een dolgedraaid schip jutten het publiek langs de kades op, waarna een pianist in doodgraverskostuum in een sloep voorbijdrijft en een treurige melodie ten gehore brengt. Daarna duiken de ‘roodhuiden’ op boomstammen op, uit regel drie van De dronken boot, voortgetrokken door twee roeiers.

De manische lyriek van Le Bateau ivre wordt twee keer imposant vertolkt. Ten eerste wanneer de als drag-queens uitgedoste dansers op luide techno-muziek tekeergaan en later op de avond nog eens wanneer een noise-band vanaf een ponton een hels lawaai op de terrassen afvuurt. Voor de Leidse bestuurders en geldschieters op de eerste rij van het publiek moet het na alle verstilling even schrikken geweest zijn. Poëzie komt vaak op kousevoeten voorbij, maar laat in dit geval ook mooi zien dat het giftiger kan zijn dan welke kunstvorm ook. Bij welk deel van het gedicht we met de aanstekelijke bak herrie waren aanbeland werd er niet bij verteld, maar het zal ongetwijfeld iets te maken hebben met de ‘verrukkelijke en verschrikkelijke visioenen’ die volgens Rimbaud-vertaler Paul Claes na strofe 8 in Le Bateau ivre te lezen zijn.