Een ministerie vol veertigers

Bij de overheid werken procentueel twee keer zo weinig jongeren als in het bedrijfsleven. Dat worden er alleen maar minder.

De overheid heeft een probleem: de hoger opgeleide werknemer van onder de dertig jaar. Die heeft de overheid namelijk bijna niet.

Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken bleek vorige week dat in de marktsector 28 procent van de werknemers onder de dertig is, terwijl dat voor de publieke sector rond de 15 procent ligt. Defensie trekt het gemiddelde aardig omhoog, dankzij de vele jonge militairen: 36 procent is daar jonger dan dertig.

Ja, de verhoudingen zijn scheef binnen de publieke sector, zegt Gerard Ulenberg. Hij is coördinator voor rijkstrainees, jonge afgestudeerden die op weg zijn ambtenaar op een ministerie te worden. „We zijn enorm aan het vergrijzen. Dat is een probleem.” Overheden hebben niet de ideale personeelssamenstelling, geeft hij toe. Als er jonge, breed georiënteerde mensen werken verbetert de onderlinge communicatie tussen afdelingen.

Juist het aantrekken van die jonge doelgroep wordt de komende jaren nog lastiger, omdat de beroepsbevolking vanaf 2010 krimpt. Het aantal jongeren op de arbeidsmarkt daalt, terwijl de vraag naar vervanging groter wordt door vergrijzing. Die vergrijzing slaat binnen de overheid extra hard toe, juist door de gemiddeld hoge leeftijd van haar werknemers, en de grote hoeveelheid hoger opgeleiden die de overheid nodig heeft.

Al jaren is het aantal jongeren bij de overheid laag, maar dit is de eerste keer dat Binnenlandse Zaken er onderzoek naar deed. Wel doen gemeenten, provincies en het Rijk al pogingen om jongeren aan te trekken. In 1998 al stelde het ministerie van Binnenlandse Zaken het rijkstraineeship, een tweejarig werk- en opleidingstraject, in om meer jongeren bij de ministeries binnen te halen.

Afgelopen voorjaar solliciteerden 1.700 pas afgestudeerden voor een rijkstraineeship. Van hen mogen in september 163 daadwerkelijk aan de slag op een van de ministeries. De strenge selecties zijn op dit moment in volle gang: sommige trainees moeten nog afwachten, anderen weten al dat ze aan de slag mogen. Van de trainees stroomt ongeveer 82 procent door naar een baan als ambtenaar. Het traineeship is populair. „Het is een helder pad voor mensen die maatschappelijk betrokken bezig willen zijn”, aldus Ulenberg. „Ze dragen direct verantwoordelijkheid en zijn vaak bezig met onderwerpen die de krant halen. Dat motiveert.”

De overheid lijkt er niet in te slagen de sollicitanten die afvallen aan zich te binden. Mensen zoals Leonie Kootstra (25). Ze dacht dat haar idealen het best tot uiting zouden komen bij het Rijk. Ze studeerde Internationale Betrekkingen. Het was „min of meer logisch” dat ze de beleidskant op zou gaan. Dus solliciteerde Kootstra vorige zomer voor een traineeplek, maar achteraf is ze blij dat ze werd afgewezen. Nu is ze managementtrainee bij een verzekeringsmaatschappij. Ze houdt zich bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen en ondervond: als je echt iets wilt bereiken, moet dat vanuit het bedrijfsleven gebeuren. „Het gaat sneller. Er wordt veel efficiënter nagedacht en gewerkt.” Bovendien voelt ze zich meer gewaardeerd dan twee van haar vriendinnen, die wel werden aangenomen als rijkstrainee. Bij haar werkgever weet Kootstra bijna zeker dat er na haar traineeship plek voor haar is, als ze goed presteert. Haar twee vriendinnen in Den Haag worden uitgezwaaid. „Hun contract loopt na twee jaar af. Helaas, geen plek wegens bezuinigingen.”

Volgens het onderzoek verdwijnen inderdaad veel jongeren – niet per se trainees, zij blijven juist vaak in overheidsdienst – weer uit zicht van de overheid, doordat hun tijdelijke dienstverband stopt. Tweederde van de jonge werknemers van de overheden neemt zelf ontslag. Een groot deel van hen gaat toch het bedrijfsleven in. Kootstra ziet zichzelf niet meer bij de overheid terechtkomen „Ik denk het niet. Maar zeg nooit nooit.”