Diplomatieke zijstap

Soms kan de overplaatsing van een enkele ambtenaar verrassend veel stof doen opwaaien. Dat is het geval met de overstap van het diensthoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) naar de functie van tweede man op de Nederlandse ambassade in Washington.

Dat er rond deze benoeming ruis is ontstaan, heeft onder meer te maken met de status van de bewuste ambtenaar als Bekende Nederlander. Gerard van der Wulp, de ambtenaar om wie het gaat, was vroeger bekend als (hoofd)redacteur van het NOS-Journaal. De laatste jaren was hij als woordvoerder van de minister-president en van het Koninklijk Huis steeds nadrukkelijk op de achtergrond in beeld.

De ophef geldt overigens niet het gegeven dat Van der Wulp in rang en daardoor ook in salaris achteruitgaat. Hoewel het toch valt te prijzen dat een topambtenaar bereid is plaats te maken en daarbij een demotie accepteert. Van der Wulp geeft daarmee een goed voorbeeld dat navolging verdient bij anderen die functioneren in de hoogste rangen van de publieke dienst.

Dat de overstap van de RVD-chef niettemin gepaard gaat met rumoer heeft alles te maken met de esprit de corps op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Diplomaten morren omdat, zoals dat heet, iemand „van buiten” is benoemd in de rangen die kennelijk alleen waren voorbehouden aan iemand „van binnen”. Nu valt er zeker een lans te breken voor het koesteren van specialistische kennis binnen ambtelijke diensten. Ingenieurs zijn nodig bij Verkeer en Waterstaat, juristen bij Justitie en arabisten op de ambassade in Amman. Maar Buitenlandse Zaken als louter ‘loopbaandienst’ is uit de tijd. Oud-minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA), zelf een voormalige carrièrediplomaat, kon dat drie jaar geleden nog met succes bepleiten. Zo bleef ‘Buza’ ten onrechte gesloten voor de Algemene Bestuursdienst, de groep van hogere ambtenaren waaruit de verschillende departementen kunnen putten. Maar ondertussen roept de voortgaande Europese integratie, en speciaal de totstandkoming van een gemeenschappelijk buitenlands beleid, vragen op over de toekomst van de diplomatieke dienst. Alles zal anders worden, zoveel is zeker.

Het is toe te juichen dat Bots opvolger en partijgenoot Verhagen nu afstand neemt van een hermetische ‘loopbaandienst’. En dat de plaatsing van de RVD-functionaris in Washington mogelijk het begin is van een structurele koerswijziging in het personeelsbeleid van Buitenlandse Zaken.

Er is echter nog een onduidelijkheid. Van der Wulp komt niet in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken maar gaat in Washington aan de slag op detacheringsbasis.

Dat heeft de vraag opgeroepen of hier iemand is weggepromoveerd die niet goed overweg kon met zijn politiek leidinggevende, in casu de minister-president. De vraag is ontkennend beantwoord. Dat is goed om te horen. Maar als het tegendeel toch mocht blijken, dan krijgt de overstap van deze ambtenaar nog een politiek vervolg.