Deuntjes stelen

Mireille Mathieu

Geachte Madam Mathieu, Lieve Mireille,

Ik geef toe, 23 jaar wachten is lang. Al was het maar omdat je inmiddels in ons land totaal bent vergeten. Maar Mireille, zeg ik er meteen bij, niet door mij.

Ik weet nog hoe je in 1983 in mijn leven kwam. Daar stond je opeens, als Franse chansonièrre naast Patrick Duffy, oftewel Bobby Ewing uit de tv-serie Dallas. Hij, in plechtig parlando: „And though we’re so different, you and I when we’re together, Even the cold of December feels like the middle of May.” Jij barstte los: „You are the night I am the day; you are the star that shows the way.” Samen galmden jullie: „Together we’re strong.”

Het werd een toptienhit. Mijn hart, ik kan het je nu wel zeggen Mireille, ging open. Ik werd verliefd: op je glinsterende stem met dat verleidelijke Allo Allo-accent, op dat bol geföhnde Cleopatra-haar.

Maar voor liefde is het nu te laat, Mireille. Ik schrijf je vanwege de hedendaagse pophistorie. Daar geldt niet langer: „Together we’re strong.” Daar heerst afgunst. Daar nemen de sloebers het op tegen de stadionsterren.

Zo mag Madonna van de rechter haar wereldhit Frozen niet meer op Belgisch grondgebied laten horen. Een Italiaanse Belg, woonachtig te Moeskroen, zegt namelijk dat hij de beginmelodie al heeft geschreven vijf jaar voordat Madonna’s single uitkwam. Prompt verscheen er een Fransman die het nóg eerder zou hebben gemaakt... en wel in 1983.

Vorige week sloeg het Amerikaanse, totaal onbekende bandje Creaky Boards groot alarm op YouTube. Zij zouden zijn bestolen door Coldplay. Dat had hun onbetekenende, niet op plaat verschenen nummer Songs I Didn’t Write (het heet écht zo) gestolen voor het titelnummer van het nieuwe album Viva La Vida Or Death and All His Friends. Volgens Creaky Boards was Coldplay-zanger Chris Martin ‘uit zijn dak’ gegaan toen hij hun band in New York zag optreden. Volgens Martin was hij destijds in de studio aan het opnemen.

Even afgezien van het feit dat Chris Martin al jarenlang, keer op keer, zijn eigen zanglijnen steelt, leek de vraag wie dit oubollige dertien-in-een-dozijn-deuntje nu zogenaamd echt had ‘verzonnen’ niet interessant.

Tot, Mireille, ik goed ging luisteren. Toen wist ik het. Jij was het, en niemand anders. Plotseling begreep ik dat er grenzen zijn aan onrecht! Dus, lieve Mireille, laat me je redden. Ik ken juristen. En doe het niet voor mij, doe het voor de muziek. J’accuse...! Of beter: nous accusons...! Want laten we onderlinge verschillen vergeten: samen staan we sterk!

Frank Provoost