Assayas vindt in ‘L’heure d’été’ warmte terug

L’heure d’été. Regie: Olivier Assayas. Met: Charles Berling, Jérémie Renier, Juliette Binoche, Edith Scob. In: Movies, Amsterdam; Lux, Nijmegen; Louis Hartlooper, Utrecht.

De camera nadert langzaam een groot huis, gelegen in een lommerrijke omgeving. Het is expres wat wazig gefilmd. We horen gedempte stemmen. Soms flikkert het beeld even naar zwart. Een perfecte evocatie van herinneringen die opflakkeren, even heel sterk aanwezig zijn en dan weer wegvloeien.

Zo begint Olivier Assayas’ L’heure d’été, het portret van een familie, van wie de leden allemaal opgroeiden in dit huis. Het heeft zijn beste tijd gehad, maar bergt nog veel kunstschatten in zich.

Na een aantal wat mindere, Engelstalige films, zoals Demonlover en Clean, keert de Fransman Assayas zelf met L’heure d’été ook terug naar zijn oude ‘huis’, terug naar zijn eigen filmische wortels. Het levert zijn beste film in jaren op.

L’heure d’été heeft dezelfde observerende stijl als bijvoorbeeld L’eau froide (1994), met een zoekende camera die in een behendige mise-en-scène van personage naar personage gaat. Maar het is nu minder rusteloos dan vroeger, minder dynamisch. De stad is ver weg in L’heure d’été, ruisende bomen en strijklicht overheersen.

De film gaat over negentiende-eeuwse kunst en dat wordt weerspiegeld in de warme belichting die doet denken aan het impressionisme uit de schilderkunst. Net als Hou Hsiao-hsiens Le voyage du ballon rouge (2007) werd L’heure d’été gemaakt voor opdrachtgever Musée d’Orsay en ook hierin speelt een geblondeerde Juliette Binoche mee.

De familie is samengekomen om de 75ste verjaardag van moeder Hélène te vieren. Op een gegeven moment neemt ze haar oudste zoon Frédéric apart. Ze wil praten over haar boedel, met veel spullen die toebehoorden aan de kunstenaar Paul Berthier, wiens nalatenschap zij beheerde. Frédéric wuift haar weg, hij wil eigenlijk niet nadenken over haar verscheiden. Ze is nog zo kwiek en vief.

Maar ze sterft natuurlijk toch en dan komen de drie kinderen voor moeilijke keuzes te staan. Verkopen we het huis? Houden we de unieke collectie bijeen of proberen we ze stuk voor stuk te veilen, zodat ze meer opbrengen?

Assayas’ bracht in zijn verhaal bewust elementen uit Tsjechovs toneelstuk De kersentuin aan, waarin ook drie familieleden op het punt staan hun ouderlijk huis te veilen.

L’heure d’été gaat over de verschillende manieren waarop wij met het verleden omgaan. Hoe gehecht zijn wij aan objecten waar mooie herinneringen aan kleven? En gaat het dan om het object of de herinnering?

Jérémie, de benjamin, heeft een bestaan in China opgebouwd als zakenman. Hij heeft zich al min of meer losgemaakt van het huis waarin hij opgroeide. En hij heeft snel geld nodig. De toekomst ligt in China. Verkopen dus.

Zus Adrienne (Binoche) woont in Amerika. Als ontwerper geeft ze meer om de kunstvoorwerpen die in het huis staan – de plek doet haar minder.

Frédéric heeft warme herinneringen aan zijn jeugd en beseft de onschatbare waarde van de collectie. Een waarde die niet alleen in geld is uit te drukken. Zo’n collectie heeft betekenis, eentje die verdwijnt als diegene overlijdt die de sleutel tot de verzameling in haar hoofd heeft. Zonder deze persoonlijke herinneringen veranderen de kunstcollectiestukken in museumstukken, worden het mooie, maar steriele objecten.

Assayas laat in een bitterzoete scène zien wat er dan gebeurt. De collectie eindigt in Musée d’Orsay, waar mensen er haastig en zonder veel aandacht aan voorbij lopen. Een jongen wordt gebeld als hij verveeld naar het fraaie Art Nouveau-bureau van de familie kijkt. „Gaan we naar de film” ,zegt hij, „hier is niet veel te beleven.”

De kilte uit Assayas’ internationale films maakte plaats voor warmte. Imperfectie mag. Als Adrienne haar huwelijk aankondigt staat een van haar broers op en blokkeert zo het zicht van de camera op haar. Assayas laat het zo. De ziel is er, en daar gaat het om.