Als mama klappen krijgt, lijden kinderen mee

Dertien jaar duurde het voordat Natascha van der Wijgerd durfde weg te vluchten van haar man. Strijdlustig stond ze onlangs voor de rechter.

De man van Natascha van der Wijgerd begon haar pas te slaan na de geboorte van hun eerste kind. Al haar aandacht werd opeens opgeslokt door de baby. En dat beviel hem niet. Ze herinnert zich dat hij haar een keer bewusteloos had geslagen. Terwijl ze bijkwam op het bed zag ze Damian, toen anderhalf jaar, scharrelen aan het voeteneinde. Natascha werd stelselmatig geslagen, vernederd en ook wel verkracht.

Het duurde dertien jaar voordat ze de moed had te vluchten naar een blijf-van-mijn-lijfhuis.

Onlangs stond een heel andere Natascha van der Wijgerd (37) voor de Haarlemse kinderrechter. Nog altijd tenger en een beetje bleek. Maar strijdlustig. Tot haar grote vreugde besloot de rechter Damian, nu bijna achttien, over twee maanden vrij te laten uit jeugdinrichting Glen Mills. Hij zit er nu vijftien maanden wegens zijn agressieprobleem. Het is zijn vierde instelling; hij stond twee jaar op wachtlijsten en verbleef telkens kort ergens.

Van der Wijgerd heeft haar leven op orde – een vaste baan en een eigen huis – en strijdt nu voor de juiste hulp voor haar twee zoons. „Ik vind het regime in Glen Mills niks”, zegt ze. Pupillen disciplineren elkaar en soms gaat dat er hard aan toe, bleek vorige week uit een zwartboek dat de SP presenteerde over de jeugdinrichting.

Het grootste bezwaar van Natascha is dat bij Glen Mills het verleden, de opvoeding, van pupillen met rust wordt gelaten. Ofwel: niet wordt besproken. Alleen de toekomst telt. Terwijl de agressie die Damian en haar tweede zoon Arsenio (14 jaar, opgenomen in een psychiatrische jeugdinstelling) lange tijd vertoonden, het gevolg is van hun gewelddadige opvoeding, zegt Natascha. Haar man sloeg ook haar zoons. Ze gelooft dan ook dat het agressieprobleem niet kan zijn opgelost. Haar dochter, die dertien is en gewoon bij Natascha woont, werd niet geslagen.

De geschiedenis van Natascha staat niet op zichzelf. Dat bleek vorige week in een zaaltje van het Medisch Centrum Haaglanden. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) kreeg daar te horen dat het aantal meldingen van kindermishandeling dat de spoedeisende hulp deed in zes maanden tijd is vertienvoudigd tot veertig. Dat komt doordat verpleegkundigen nu alle gevallen melden waarbij ze voelen dat er iets ‘niet pluis’ is thuis.

In 22 van de veertig gevallen zagen de verpleegkundigen moeders zoals Natascha die gewond binnenkwamen na klappen van hun man. Toezien dat je moeder wordt geslagen is voor een kind zo bedreigend, is de redenering, dat het gelijk staat aan kindermishandeling. Dus melden ze ongezien de kinderen van zulke moeders bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Ter illustratie vertelde verpleegkundige Hester Diderich een recent voorval: onlangs verschenen tijdens de verpleging van een vrouw ’s avonds vier kleine kinderen aan de deur van de EHBO. Ze zochten hun moeder.

Slechts in twee gezinnen van die veertig meldingen bleek na onderzoek van het AMK géén sprake te zijn van mishandeling.

Niemand heeft de mishandeling van Damian, Arsenio en hun moeder in die dertien jaar gemeld bij een AMK. Natascha: „We wisten de blauwe plekken goed te verbergen. Alleen mijn moeder greep wel eens in. Ze vroeg dan: ‘waarom staat er een handafdruk op je arm?’ Ze heeft me verschillende keren weggehaald bij mijn ex, maar ik ging altijd terug. Na verloop van tijd gaf ze het op.” Eén keer belde ze haar schoonmoeder en zei ze: ‘Hij heeft me verkracht en bewusteloos geslagen. Wat moet ik doen?’ Haar schoonmoeder had geen antwoord.

De laatste twee jaar voordat ze vluchtte, waren de Kinderbescherming en bureau Jeugdzorg ook op de hoogte van het geweld bij haar thuis, zegt Natascha. „Maar zij plaatsten de jongens niet uit huis, omdat we meewerkten aan vrijwillige hulpverlening.” De gezinsvoogd hielp uiteindelijk wel bij de uitvoering van haar vluchtplan.

Waarom Natascha steeds terugkeerde? Angst. „Ik leefde in een koker. Ik dacht dat dit het was en dat ik nergens heen kon. En dat hij ons altijd zou vinden. Soms probeerde hij het goed te maken. Dan was hij een paar weken lief. Bovendien dacht ik heel lang dat slaan normaal was. Ik was twintig toen het begon – wist ík veel.”

„Ik heb een keer aangifte gedaan omdat hij een pistool op mijn hoofd zette om de kinderen met Kerst mee te kunnen nemen naar zijn moeder. Maar die aangifte heb ik weer ingetrokken. Mijn vader sloeg mijn moeder vroeger ook. Mijn vader is ervoor behandeld en heeft er nu spijt van.”

Natascha’s ex niet. „Hij ontkende keer op keer alles. Als hij me van de trap had geduwd, dan wist hij het de volgende dag niet meer. Of hij vroeg ‘waarom loop je zo raar?’ Waarom denk je, zei ik dan. Hij sloeg en schopte me ook tijdens de zwangerschappen van Arsenio en mijn dochter.” Ze praatten er nooit echt over. Meestal gebeurde het als hij te veel gedronken had. Per woord in een zin deelde hij een klap uit. Op een goed moment hield Natascha een dagboek bij waarin ze noteerde of ze seks had gehad met tegenzin of niet. Meestal met tegenzin.

Ze ging zich steeds meer isoleren. Eén voor één raakte ze haar vriendinnen kwijt. Op het laatst had ze alleen nog contact met hem, haar kinderen en haar moeder.

De emmer liep al jaren over en toch was er een druppel. „Ik stond, vier jaar geleden, uit te leggen aan mijn zoons dat ze onmiddellijk moesten gaan huilen als papa ze sloeg. Dat ze pijn moesten tonen en het niet lijdzaam ondergaan. Dan zou hij eerder stoppen. En toen dacht ik: dit is niet normaal, ik leer mijn kinderen klappen te incasseren. Wij moeten hier weg.”

Inmiddels heeft Damian goed contact met zijn vader, maar Natascha’s dochter wil hem niet zien.

Hij laat Natascha en haar met rust.