Ahmadiyah is speelbal van politiek

De Ahmadiyahsekte in Indonesië mag haar religie niet langer uitdragen. Tegenstanders van het besluit zien dat als een bedreiging van de eenheid van het land.

Directeur Ahmad Suaedy van het Wahid Institute in Jakarta is aan de telefoon glashelder in zijn afwijzing van de beperking van de religieuze vrijheid die onlangs onder druk van conservatieve moslims aan de Ahmadiyahsekte is opgelegd. „Indonesië is cultureel en etnisch een divers land. Een strenge universele interpretatie van de islam past daar niet bij.” Het Wahid Institute is een denkdank van de nog steeds invloedrijke ex-president Abdurrahman Wahid, die tevens de leider was van de gematigde moslimbeweging Nadhlatul Ulama.

Wahid zelf reageerde woedend toen de Indonesische regering na lang aarzelen in beweging kwam. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Religie en de procureur-generaal vaardigden een decreet uit waarin de leden van de Ahmadiyah werd verboden hun religie uit te dragen. Overtreders zouden worden gestraft met een celstraf van ten minste vijf jaar.

Conservatieve moslims in Indonesië vinden het decreet lang niet ver genoeg gaan en gematigde moslims beschouwen het als een bedreiging van de pluriforme samenleving en de eenheid van het land.

Suaedy van het Wahid Institute denkt dat conservatieve moslims hun politieke invloed proberen te vergroten door de discussie rond de Ahmadiyah op te blazen. „Volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen. Om daarbij een rol te spelen, mobiliseert de kleine, goed georganiseerde groep conservatieve moslims nu al zoveel mogelijk mensen. Hiervoor gebruikt zij de Ahmadiyah.”

Volgens Suaedy is het decreet in strijd met de grondwet, waarin de vrijheid van religie is vastgelegd. Het decreet zou volgens hem bovendien geen wettelijke basis hebben. „De wet waarop het decreet is gebaseerd, stamt uit 1965 en is eigenlijk ongeldig, omdat deze nog niet is aangepast aan de huidige grondwet die sinds 2000 van kracht is.”

Ook Indonesische mensenrechtenorganisaties kijken sceptisch naar het vier pagina’s tellende document. Volgens directeur Asmara Nababan van de mensenrechtenorganisatie Demos wordt een rechtszaak voorbereid om het decreet voor het Indonesische Hooggerechtshof aan te vechten. „Het bezwaarschrift, dat naar verwachting binnen twee weken wordt ingediend, zal de rechters vragen om het decreet terug te draaien.”

Hoewel er vrijwel niemand aan twijfelt dat het decreet een politieke zet is, blijft onduidelijk of de manoeuvre van president Susilo Bambang Yudhoyono, vaak afgekort met de initialen SBY, hem ook iets oplevert. „Hij had heel veel Indonesiërs heel gelukkig gemaakt als hij de conservatieve moslims en hun knokploegen hard had aangepakt”, stelt Henk Schulte Nordholt van het Leidse Koninklijk Instituut voor Zuidoost-Azië en de Caraïben.

„Met het verlammen van de Ahmadiyah krijgt hij de steun van een kleine groep invloedrijke moslims”, aldus Schulte Nordholt. Maar door niet daadkrachtig op te treden tegen de conservatieve moslims, organiseert de president volgens hem tegelijkertijd zijn eigen oppositie. „Veel religieuze minderheden in Indonesië en gematigde moslims voelen zich nu ongemakkelijk en zoeken naar middelen om zich te verweren.”

Suaedy is van mening dat de tegenstanders van de conservatieve moslims zich bij de presidentsverkiezingen moeten verenigen om een einde te maken aan het presidentschap van Yudhoyono. „De gematigde moslims en de seculiere partijen moeten hun krachten bundelen. Wordt SBY opnieuw president, dan zou dat heel slecht zijn voor Indonesië en een overwinning betekenen voor de conservatieve moslims.”

Maar Schulte Nordholt geeft de tegenstanders van de president in de komende verkiezingen weinig kans. „Wahid is medisch afgekeurd, hij is te zwak en te oud. En Megawati heeft als president al laten zien dat zij weinig voor elkaar krijgt”, zegt hij, de belangrijkste tegenkandidaten opsommend. „Er zijn geen alternatieven voor SBY. In Indonesië weet je het natuurlijk nooit, maar er moet wel iets heel geks gebeuren wil hij volgend jaar niet herkozen worden.”