Acht verlofweken door m’n neus geboord

Ik kom wel eens voetballers tegen die in de jaren vijftig de sterren van de hemel speelden, maar om wat opzij te kunnen leggen voor een gedroomde sigarenzaak elke dag om vijf uur opstonden om met een krantenwijk het zure clubloon aan te vullen. Nu lezen ze dat een snotjongen als Robin van Persie (die in de kwartfinale wel zes Russen raakte, maar niet één bal) bij Arsenal een miljoen verdient.

Dat stemt bitter.

Zo herinner ik me bekwame presentatoren van actualiteitenrubrieken als Hier en Nu en EO Tijdsein, die op een omroep-cao zaten waar geen arbeidsonaangename urenregeling voor gold, en die in de jaren zestig misschien vierduizend bruto per maand haalden. Guldens, welteverstaan. En die volgen nu op televisie een Kamerdebat over de vijf of zes ton (euro’s) waarmee betrekkelijke minkukels als Ton Verlind en Karel van de Graaf door KRO en AVRO zijn uitgeluid, terwijl de dienstdoende minister er niet eens een stokje voor wil steken.

Ook bitter.

Mijn eigen vader, die z’n leven lang aan de periferie van het grootkapitaal had gewerkt maar consequent een dag te laat of te vroeg op de beurs ergens in- of uitstapte, bleek bij zijn overlijden net genoeg te hebben gespaard om de begrafenis te bekostigen, plus nog een kleinigheidje voor de nazaten. Altijd als de Quote 500 in de bus valt ben ik blij dat hij dat niet heeft hoeven meemaken – hoewel hij geen talent had voor bitterheid.

Je hebt natuurlijk veel van die dingen. Dat kinderen vroeger aan een ziekte konden doodgaan waarvan ze nu met één prik (tenzij hun ouders van Rouvoet waren) zouden zijn genezen. Of dat je acht maanden naar Santiago de Compostela moest lopen, terwijl je d’r nu met Transavia in anderhalf uur bent. Waar misschien tegenover staat dat je toen alles kon opzoeken in een twintigdelige encyclopedie, en nu al bijna helemaal bent overgeleverd aan Wikipedia.

Net als mijn vader kom ik zelden aan verbittering toe. Maar er komt wel wrok boven als ik aan de bofkonten denk die volgens een voorstel van Femke Halsema en Ineke van Gent straks twee weken betaald verlof zouden mogen opstrijken omdat hun vrouw is bevallen van een kind. De wet, zeiden de meisjes, „beoogt vaders in de eerste weken intensiever met hun baby te laten kennismaken”.

Kan dat niet ’s avonds als dat wurm – dat de hele dag slaapt, en de eerste weken niet eens kan teruglachen – toch gevoed moet worden? Nee, zullen ze bij GroenLinks tegenwerpen, want dan zou vader Lingo missen, of voetbal, of de Olympische Spelen. Zou er op de wereld één andere politieke partij zijn waar ze zelfs maar op zo’n idee hadden durven komen?

Ik las in dit verband over allerlei blijkbaar bestaande, en ook al lang geldige vermenigvuldigingspremies, waarvan ik nog nooit had gehoord. Zestien weken zwangerschapverlof voor de moeder. Daarvan kun je nog zeggen: het is pittig, maar vooruit dan maar. Maar twee dagen kraamverlof voor de vader? Waarom in ’s hemelsnaam? Calamiteitenverlof als het kindje ziek wordt. Zorgverlof als het kindje 39 graden koorts of meer heeft. Adoptieverlof als het kindje moet worden aangenomen.

Allemaal betaalde vakantie. Allemaal emolumenten die mij indertijd door de neus zijn geboord. Ik ben tenslotte in alle eer en deugd vader geworden van vier kinderen, die me dus recht hadden gegeven op acht (8) weken betaald verlof. Waar kan ik die schade verhaald krijgen? Mag ik die weken nog ergens opnemen? Of kunnen ze als gederfd loon worden aangemerkt, en als smartegeld worden uitbetaald aan een generatie die toch al zo veel heeft gemist?

En anders: verwerpen, die onzin.

Lees de columns van Blokkerop nrcnext.nl/blokker