A spider isn’t blue, leren de kleuters

De Onderwijsraad adviseert om kleuters al les in het Engels te geven. Sommige scholen doen dit al, zoals de Annie M.G. Schmidtschool in Den Haag.

„A rabbit is green. No it isn’t! A spider is blue. No it isn’t! Zion and Nick are girls. No they aren’t!” In koor corrigeren de kinderen uit groep vier van de Annie M.G. Schmidtschool in Den Haag hun juf.

De kinderen krijgen hun wekelijkse anderhalf uur Engels van native speaker Traysi Smith. Ze kennen haar al een paar jaar, want op deze basisschool met een zogenoemde ‘Engelse stroom’ beginnen de kinderen al in de kleuterklas met Engelse les. Smith: „Bij kleuters doen we spelletjes en liedjes in het Engels. In groep drie beginnen we met een lesboek. Vanaf groep zeven spreek ik alleen nog maar Engels met de kinderen. Je merkt dat ze het echt leuk vinden.”

De Annie M.G. Schmidtschool is een van de 121 scholen die als voorbeeld worden gebruikt in een advies van de Onderwijsraad om vroeg te beginnen met het vreemdetalenonderwijs. Nederlanders hebben het Engels niet goed genoeg onder de knie om internationaal te kunnen concurreren, zegt de raad. Kinderen zouden vroeger, maar ook op een andere manier Engels moeten leren. Niet de schoolse methode, Engels als losstaand vak, maar de ‘onderdompelingsmethode’, lessen ín het Engels.

De raad vindt dat 10 tot 15 procent van de onderwijstijd in het Engels zou moeten worden gegeven. Vakken als gymnastiek en tekenen zouden zich er goed voor lenen. Nu beginnen kinderen pas vanaf groep zeven met de eerste Engelse les.

Het vervroegde, intensieve onderwijs in het Engels bestaat op de Annie M.G. Schmidtschool al jaren. Met een startsubsidie van het Europees Platform en de gemeente Den Haag stelde de schooldirectie in 2001 een moedertaalsprekende lerares Engels aan en bestelde ze bijbehorend lesmateriaal.

In 2005 werden de subsidies eerder ingetrokken dan verwacht. Onderwijzeres Marleen Vermin: „We moesten het toen zelf gaan doen.” Die lessen waren in het Engels, zegt Vermin. „Maar omdat we die taal niet perfect spreken, was het lastig. We zijn heel blij dat we Traysi hebben gevonden. Zij helpt ons vrijwillig”.

Tot groep zeven krijgen de kinderen nu een uur per week Engels, vanaf groep zeven anderhalf uur. „Het kost al genoeg tijd en energie om de kinderen goed Nederlands te leren”, zegt Vermin. Toch maken die anderhalf uur per week veel uit, denkt ze. „De kinderen pikken het Engels gauw op. Door het extra programma zijn we een gewilde school.”

Er zijn ook kritische geluiden te horen over de ideeën van de Onderwijsraad. Hoogleraar communicatiewetenschap Annick De Houwer van de Universiteit van Antwerpen, gespecialiseerd in tweetalig onderwijs, zet kanttekeningen bij het idee van onderdompeling. „Deze methode heeft pas zin als kinderen vanaf jonge leeftijd de helft van de tijd die ze op school zitten, dus tweeënhalve dag per week, in het Engels worden onderwezen. Het betekent dat onderwijzers foutloos Engels moeten spreken. Voor Nederlandssprekende leraren is dat niet automatisch het geval.” Ook op middelbare scholen moet de methode worden ingevoerd, zegt De Houwer. „Anders zijn de leerlingen alles zo weer vergeten. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde.”

Ewald Vervaet, ontwikkelingspsycholoog, gaat nog een stapje verder. „Wat de Onderwijsraad voorstelt, is pure waanzin. Kinderen pikken een tweede taal op als die taal in het dagelijks leven aanwezig is. Maar in Nederland bestaat die tweetalige situatie niet.”

Neurologisch en psychologisch zijn kinderen tot twaalf jaar niet toe aan het schoolse leren van een vreemde taal, zegt Vervaet. „Al vele jaren blijkt dat kinderen het Engels dat ze met veel moeite in de groepen zeven en acht van de basisschool hebben geleerd, in het voortgezet onderwijs in enkele weken te kunnen aanleren. Door kinderen op de basisschool vakken in het Engels te geven, ontneem je hun de optimale leercondities en worden ze extra belast.”

De economische voordelen van het plan zijn volgens De Houwer beperkt. „Als je door onderdompeling een hoog niveau in het Engels wil bereiken, kost dat veel tijd en moeite. Dat gaat dan ten koste van andere talen waar veel vraag naar is. Engels mag dan de lingua franca zijn, het Spaans en Chinees worden steeds belangrijker. Ook in die talen is een hoog niveau nodig.”

Of kleuterjuffen in Nederland inderdaad hun Engels moeten gaan bijspijkeren, is nog de vraag. De bewindslieden moeten nog reageren op het advies van de Onderwijsraad. Hun voornaamste aandacht lijkt echter te liggen bij verbetering van de lessen Nederlands. Op de Annie M.G. Schmidt school kijken de leerlingen in elk geval uit naar de wekelijkse uurtjes Engels met juf Traysi. „Bye bye Traysi, see you next time”, zingen de kinderen uit groep vier.