Voor studenten is Europa heel gewoon

Steeds minder Nederlandse studenten gaan een tijdje in een ander land studeren met een Europese beurs.

Nederlanders zoeken het liever verder weg.

Buitenlandse studenten in Zwolle doen oud-Hollandse spelletjes Foto Herman Engbers 10-2-2008 Zwolle (ov) Nederland Internationale studenten studeren korte tijd in Nederland. vereniging Sun organiseert activiteiten voor hen. Deze middag doen de buitenlandse studenten oud-hollandse spelen. zoals koekhappen en touwtje springen. foto Herman Engbers Hollandse Hoogte

Steeds minder Nederlandse studenten gaan een tijdje in het buitenland studeren met een Erasmusbeurs. Werden er in het studiejaar 2005-2006 nog 4607 beurzen aan Nederlandse studenten verstrekt, in het studiejaar 2006-2007 waren dat er 4501. „Europa is voor Nederlandse studenten gewoner geworden, daarom gaan ze liever wat verder weg studeren”, zegt algemeen directeur Sander van den Eijnden van het Nuffic, de Nederlandse dienst voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Ook voor dit jaar verwacht Nuffic een daling. In de meeste andere landen neemt het aantal Erasmusbeurzen juist toe.

Waarom blijven Nederlandse studenten achter bij hun Europese leeftijdsgenoten?

„Het lijkt tegenstrijdig, maar het is de Europeanisering van het Nederlandse onderwijs ten voeten uit. Je kunt eruit afleiden dat Europa gewoner is geworden voor Nederlandse studenten. Het onderwijsaanbod in Nederland is steeds Europeser geworden, waardoor studenten voor een Europese ervaring niet altijd meer naar een ander Europees land toe hoeven. Ze zoeken het verderop en gaan bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten. Overigens zijn er ook veel studenten die zonder Erasmusbeurs in het buitenland gaan studeren.”

Mist Erasmus dan niet zijn uitwerking?

„Erasmus heeft voor Nederlanders minder toegevoegde waarde dan voor studenten uit de nieuwe lidstaten. Wij zijn een rijk land, we kunnen onze studenten studiefinanciering meegeven en ze redelijke leningsmogelijkheden bieden. Veel landen die in 2004 tot de EU zijn toegetreden, zijn nog niet in die positie. Daarom zijn programma’s als Erasmus voor de nieuwe lidstaten interessanter, studenten uit die landen maken er ook meer gebruik van.”

Vindt het Nederlandse hoger onderwijs minder aansluiting bij het hoger onderwijs in andere Europese landen?

„Nee, het hoger onderwijs in de Europese landen groeit steeds meer naar elkaar toe. Internationalisering in termen van het aantal buitenlandse studenten in Nederland is bijvoorbeeld grotendeels een Europese aangelegenheid. Van de 50.000 buitenlandse studenten zijn er 35.000 Europees. Het bachelor-mastersysteem vergroot de mobiliteit van Nederlandse en buitenlandse studenten aanzienlijk. En het systeem van diplomawaardering ontwikkelt zich sterk. Maar de Europeanisering zal nationale onderwijskenmerken niet wegdrukken. Nederland doet het in Europa niet slecht als het om onderwijs gaat. Als we die kwaliteit willen behouden moeten we weten wat samenwerking met andere Europese landen ons oplevert. Internationalisering in Europa is niet: zet zoveel mogelijk internationale studenten in een klas en klaar is kees. Die aanpak zou studenten achterop brengen.”

Leidt internationalisering van het Europese hoger onderwijs nu tot vermindering van kwaliteit?

„Nee, juist niet. Maar vaak wordt nog gedacht: laat die student maar naar Spanje gaan, al doet ‘ie daar niet zoveel, want die internationale ervaring raakt hij nooit meer kwijt. Dat is flauwekul. Koop dan voor 19 euro een ticket naar Barcelona en ga op vakantie. Gelukkig begint dat idee in Europa door te dringen. Kijk bijvoorbeeld naar uitwisselingsafspraken tussen onderwijsinstellingen, zoals bij Erasmus. Die afspraken moeten kwaliteit waarborgen. Als een Nederlandse universiteit alleen maar slecht Engels sprekende Tsjechische studenten binnenkrijgt, moet de instelling zich afvragen of er niet een andere uitwisselingspartner moet komen. Dat geldt andersom ook voor de Tsjechische universiteit. Het credo moet zijn: zoek een partner die bij je past. Een Nederlandse universiteit moet in Europa niet samenwerken met een instelling die minder presteert, maar met een universiteit die gelijkwaardig is, of liefst een beetje beter. Als instellingen daar niet genoeg aandacht aan besteden, kan dat tot slechte internationalisering leiden.”

Hoe kan dat worden ondervangen?

„Ik pleit voor een kwaliteitsmeting van internationalisering. We stellen in Europa zoveel eisen aan mixers en scheerapparaten, wordt het niet tijd dat we ook eisen gaan stellen aan internationalisering in het hoger onderwijs?”