Tsvangirai kon direct komen

Den Haag reageerde direct positief op het verzoek van oppositieleider Tsvangirai om in de ambassade te worden toegelaten. Eerdere contacten speelden mogelijk een rol.

Crisismanagement op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Afgelopen zondagmorgen kwam via de Nederlandse ambassadeur in Harare, Jos Weterings, de melding dat de Zimbabweaanse oppositieleider Morgan Tsvangirai onderdak wilde zoeken op de Nederlandse ambassade.

Vertegenwoordigers van zijn partij, MDC hadden de diplomaat hierover benaderd. Er was haast bij, want Tsvangirai zou op een persconferentie enkele uren later bekendmaken dat hij zich vanwege de toenemende gewelddreiging terugtrok uit de verkiezingsstrijd.

De eerste die op de hoogte werd gesteld, was de directeur-generaal politieke zaken. Hij lichtte op zijn beurt minister Verhagen in, die toestemming gaf, aldus betrokkenen op het departement.

Op het ministerie werd een ‘kernteam’ geformeerd. Korte lijnen zijn bij dit soort calamiteiten het devies. Dat betekent dat allereerst voorkomen moet worden dat iedereen zich ermee gaat bemoeien. Of, zoals de ijzeren regel op Buitenlandse Zaken zegt: hoofdpersonen moeten van figuranten worden onderscheiden.

Via de ambassadeur in Harare werden nog die zondagavond veiligheidsgaranties van de Zimbabweaanse autoriteiten gevraagd voor Tsvangirai. Oftewel: dat de regels van de Weense Conventie in acht zouden worden genomen, die de onschendbaarheid van ambassades garanderen.

Het betrekkelijk kleine team staat in voortdurend contact met de politieke leiding, de ambassade in Harare en andere relevante hoofdsteden. Zelf had minister Verhagen gisteravond in de marge van een conferentie in Berlijn nog contact met EU-buitenlandcoördinator Javier Solana.

Blijft de vraag waarom Tsvangirai te kennen gaf uitgerekend naar de Nederlandse ambassade te willen. „Ik wilde naar een ambassade die mij vriendelijk gezind was, en niet omstreden. Ik had overal naar toe kunnen gaan, maar dit is wat er gebeurde”, zei hij vanmorgen in een telefonisch vraaggesprek met de NOS-radio. Tsvangirai’s keuze voor Nederland is vermoedelijk ook ingegeven door de wens om niet te hoeven aankloppen bij een Afrikaans land. Tsvangirai wantrouwt veel buurlanden.

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag wordt echter ook een verband gelegd met de activistische rol die Nederland in Zimbabwe speelt op het gebied van de mensenrechten. „Nederland pleit al tijden voor vrije en eerlijke verkiezingen en veroordeelt het geweld”, aldus minister Verhagen gistermiddag. Het gaat daarbij om de officiële reactie op de gewelddadig verlopen eerste ronde van de verkiezingen en de nog gewelddadiger aanloop naar de tweede ronde.

Los daarvan heeft Nederland de afgelopen jaren via de ambassade en non-gouvernementele organisaties goede contacten opgebouwd met mensenrechtengroeperingen in het land. Nederland was voor die organisaties een acceptabele partner wegens het ontbreken van een koloniaal verleden. Bovendien zijn er de contacten die Tsvangirai eerder dit jaar had met minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders. Zij spraken elkaar in april van dit jaar in de Ghanese hoofdstad Accra uitvoerig.

Buitenlandse Zaken wil niets zeggen over de veiligheidsmaatregelen die zijn getroffen voor de politicus of over stappen die zijn ondernomen om Nederlanders in Zimbabwe extra te beschermen. Bij de ambassade staan ongeveer 600 Nederlanders geregistreerd. Dit wil niet zeggen dat zij zich allemaal in het land bevinden.