Stabiliteit met hoge risico’s

Hedgefondsen zijn vooral bekend als risiconemers. Toch brengen pensioenfondsen daar steeds vaker een deel van hun vermogen onder.

EIM, een van de vijf grootste zogeheten funds of hedge funds – ook ‘paraplufondsen’ genoemd, omdat ze hun geld in andere hedgefondsen beleggen – opent zijn deuren aan de Amsterdamse Keizersgracht.

Op zich geen spectaculair nieuws, ware het niet dat de Londense EIM Group – goed voor een beheerd vermogen van 14,5 miljard dollar – naar eigen zeggen „unieke mogelijkheden” ziet in de Nederlandse markt voor pensioenfondsen en vermogensbeheerders.

Een stabiel pensioenrendement putten uit risicovolle hedgefondsen, het klinkt als een contradictio in terminis. Rob Kragten, directeur van het pensioenfonds van VolkerWessels, vindt van niet. „Ruim 450 miljoen euro of nagenoeg de helft van ons pensioenvermogen is uitbesteed aan EIM”, zegt hij. „En maximaal 35 procent daarvan kan worden belegd in hedgefondsen.”

Dit is verrassend veel naar Nederlandse maatstaven. Uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat vorig jaar alle pensioenfondsen samen gemiddeld 2,5 procent van hun belegde vermogen in hedgefondsen hebben belegd. Risicofinanciers zien hierin het signaal dat de markt nog verder kan worden „opgevoed” want, zo zeggen zij, een allocatie van 10 tot 20 procent in hedgefondsen is noodzakelijk om hieruit enige waarde te halen.

Het deel van hun vermogen dat pensioenfondsen in risicovolle fondsen investeren neemt toe, omdat hun andere, meer traditionele beleggingen de afgelopen maanden minder opbrachten.

Dat hedgefondsen voor de pensioenbranche zo aantrekkelijk zijn, schuilt in de hefboom die ze gebruiken. Als zo’n fonds 9 euro kan lenen voor elke euro die een investeerder erin stopt, dan zorgt 10 procent meerwaarde – of 1 euro – ervoor dat de investeerder zijn inleg verdubbelt.

Maar met 10 procent verlies ziet diezelfde investeerder zijn hele inbreng in rook opgaan. Hedgefondsen kunnen een mooi alternatief zijn om het rendement van pensioenfondsen op korte termijn op te krikken, maar door hun wisselvallige karakter dreigen zij de mogelijkheid van het pensioenfonds te ondergraven om zijn verplichtingen op lange termijn na te komen.

Een paraplufonds als EIM vangt die intrinsieke nadelen naar eigen zeggen op. „We screenen elk jaar 1.200 tot 1.500 managers van diverse fondsen en selecteren er 30 tot 40 met wie we dan in zee gaan”, zegt vennoot William Glass. Door in verschillende hedgefondsen te investeren, wordt het risico gespreid. Anderzijds heeft EIM zich verplicht 65 procent van de inbreng van het pensioenfonds van VolkerWessels uitsluitend te investeren in fondsen die longposities innemen (gericht op een stijgende markt) en zo een absolute meerwaarde nastreven.

„Er is een drempel ingebouwd”, zegt Rob Kragten. „Het maximale bedrag dat wij op jaarbasis kunnen verliezen is 50 miljoen euro. Dit is onze value at risk. De waarschijnlijkheid dat dit ooit gebeurt is één keer in de veertig jaar.” Volgens de directeur van het pensioenfonds van VolkerWessels lag dit risico vroeger, toen het pensioenfonds zijn eigen aandelenportefeuille beheerde, hoger.

EIM is geen onbekende naam in de financiële wereld. Het paraplufonds werd in 1992 opgericht door de Fransman Arpad ‘Arki’ Busson die in de jaren tachtig naam maakte door kapitaal in te zamelen voor befaamde beleggers als Paul Tudor Jones en Louis Bacon.

De eerste realiseerde in één jaar een recordwinst van 201 procent door de beurscrash van 1987 te voorspellen, de andere een opbrengst van 86 procent door in 1989 op de val van de Nikkei-index te speculeren.

„We willen ons echter niet profileren als een ‘sterrenfonds’ dat elk jaar op een opbrengst van 30 procent of meer mikt”, zegt William Glass. Ondanks dat halverwege 2007 de kredietcrisis toesloeg, realiseerde EIM dat jaar een opbrengst van iets meer dan 10 procent. Ook in de nasleep van de dotcomcrisis werd een positief resultaat bereikt: 9 procent in 2001, 5 procent in 2002.

Het lopende boekjaar 2008 dreigt echter een historisch dieptepunt te worden voor het paraplufonds. „De schokgolven van de subprime zijn nu veel breder”, zegt Jurcell Virginia, die de Nederlandse vestiging van EIM zal leiden. „Er is op dit ogenblik geen positief resultaat.”

Het pensioenfonds van VolkerWessels, dat in april 2007 van start ging met EIM, mikt op een jaarlijks rendement van 7 procent. „We zien nu dat de doelstelling voor 2008 ver weg is”, geeft hij toe. „Maar dit is het geval voor elke beleggingsportefeuille, ook wanneer die in aandelen of obligaties belegd is.”

Op dit ogenblik is 20 procent van de portefeuille van het pensioenfonds in kas. Er is dus nog ruim 80 miljoen euro beschikbaar die niet door EIM is belegd. „Hier zit geen risico op”, zegt Kragten.

Mocht het echt slecht lopen, dan kan het pensioenfonds volgens hem 80 procent van het belegde vermogen uit EIM terugtrekken binnen de drie tot twaalf maanden. „Dit is dus een vrij liquide portefeuille”, aldus Kragten. Maar in dit slechte scenario moet het pensioenfonds dan wel de zogenoemde redemption fee – de kosten die voor het terugtrekken van dit kapitaal betaald moeten worden – voor eigen rekening nemen.