Rumoer om Van der Wulps sprong naar Washington

Gerard van der Wulp heeft eigenlijk niet de loopbaan ‘zoals het hoort’. Al jaren is er kritiek op het gesloten systeem van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Nooit het diplomatenklasje gedaan, zelfs nooit bij Buitenlandse Zaken gewerkt. En dan nu opeens tweede man op de ambassade in Washington: Gerard van der Wulp. De huidige hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) stapt per 1 september over naar de diplomatieke dienst. Dit tot grote verbazing van nogal wat mensen die daar zelf al jaren zitten.

Van der Wulp zegt zelf dat hij met zijn 58 jaar, „nu het nog kon” aan iets anders toe was. Hij gaat hiervoor wel terug van een positie als directeur-generaal (schaal 19) naar schaal 17. Dat betekent ook een lager salaris. Maar hier staat een vergoedingsregeling zoals een representatief huis in Washington tegenover. Van der Wulp komt overigens niet in dienst van Buitenlandse Zaken, maar wordt op detacheringbasis gestationeerd. De kosten komen wel voor rekening van Buitenlandse Zaken.

Dat Van der Wulp weg moest bij de RVD spreekt hij met klem tegen. Anderen in Den Haag ontkennen echter niet dat er sprake was van een moeizame verhouding tussen hem en premier Jan Peter Balkenende. Die ontstond nadat Balkenende zijn voorlichter van destijds bij het CDA, Jack de Vries in 2002 als politiek adviseur naar Algemene Zaken haalde.

Diplomaten van Buitenlandse Zaken klagen dan ook dat hun departement is ingeschakeld om een probleem bij de Rijksvoorlichtingsdienst op te lossen. Ophef die was te verwachten. Praten en vooral roddelen over benoemingen – elke zomer zitten er zo’n 500 à 600 collega’s van hoog tot laag in de overplaatsingsronde – is altijd al een geliefd gespreksonderwerp bij diplomaten van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het leidt steevast tot rumoer als mensen van buiten ‘de dienst’ dreigen binnen te dringen.

Niet dat het veel gebeurt. Het overgrote deel van het uitgezonden personeel op de ‘posten’ in het buitenland komt uit de eigen stal van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Omdat het zulk specifiek werk is, aldus de verklaring. De diplomatie is een vak. Iets dat andere ministeries in Den Haag betwijfelen.

Al jaren wordt er misprijzend gesproken over het closed shop systeem dat het ministerie van Buitenlandse Zaken hanteert. Terwijl in het kader van de jobrotatie tegenwoordig functies bij een departement in de hogere rangen vanaf schaal 15 (beginnend met een maandsalaris van 4.600 euro) in principe voor alle ambtenaren bij de rijksoverheid toegankelijk moeten zijn, heeft ‘Buza’ voor zichzelf een uitzonderingspositie weten te creëren. Ambtenaren die deel uitmaken van de Algemene Bestuursdienst (ABD) dringen nog altijd nauwelijks door tot de diplomatieke dienst.

Drie jaar geleden was het minister Ben Bot (CDA) van Buitenlandse Zaken – zelf een lange carrière als diplomaat achter de rug – die een inbraak van de Algemene Bestuursdienst in ‘zijn’ departement wist te pareren. Hij voelde er niets voor ambassadeursposten open te stellen voor ambtenaren van andere departementen, zoals collega-ministers van hem verlangden. Buitenlandse Zaken diende een ‘loopbaandienst’ te blijven waarbij mensen op jonge leeftijd via het zogeheten diplomatenklasje voor het vak werden geworven en opgeleid om uiteindelijk te kunnen doorstromen naar een ambassadeurspost.

Het aantal mensen van buiten in de diplomatieke dienst is nog altijd op de vingers van één hand te tellen. Als er ‘niet BZ-mensen’ op een ambassade werken gaat het veelal om specifieke functies zoals handelsattachés die door het ministerie van Economische Zaken zijn uitgezonden.

Maar hoe lang nog? De pas benoemde secretaris-generaal van het ministerie, Ed Kronenburg, heeft intern al laten weten zich op dit punt minder dogmatisch op te willen stellen.

Als het aan hem ligt komen er meer ambtenaren van andere departementen bij Buitenlandse Zaken werken – ook op de ambassades – en treden er andersom vaker mensen van zijn departement al dan niet tijdelijk in dienst van vakministeries.