Nu eens 80, dan weer 100 rijden

De 80-kilometerzones op snelwegen in de steden worden wellicht opgeheven. De doorstroming haperde. „De jakkeraars worden beloond.”

In Duitsland geven ze het goede voorbeeld, zegt Ronald Kager van Milieudefensie. Daar leggen ze ter plekke uit waarom auto’s op sommige snelwegen in stedelijk gebied niet harder mogen dan 80 kilometer per uur. Een bord met een slapende man langs de weg maakt duidelijk dat omwonenden ’s nachts graag willen slapen. Dus: zorg voor minder lawaai, matig uw snelheid! En een bord met een kind met een zakdoek voor de mond verheldert dat minder gas geven de luchtvervuiling tegengaat.

Het helpt, vervolgt Kager.

In Nederland ontbreekt die uitleg. Maar de invoering van vijf 80-kilometerzones op snelwegen in steden heeft tot verbetering van de luchtkwaliteit geleid, en (in veel mindere mate) de geluidsoverlast beperkt. Metingen hebben uitgewezen dat 10 procent minder fijnstof en 20 tot 30 procent stikstofdioxide zijn aangetroffen.

Minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) erkent dat, zo meldde hij gisteren, nadat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) de Mobiliteitsbalans presenteerde. Maar volgens de bewindsman is de doorstroming van het verkeer door de maatregel verslechterd, met name op de A12 bij Den Haag en vooral op de noordbaan van de A20 bij Rotterdam, waar de reistijd met 40 procent toenam.

De oorzaak is volgens Eurlings de rijwijze van de weggebruikers die veelal op de rechterstrook blijven rijden. De minister wil gaan experimenteren met „dynamische maximumsnelheden”: niet altijd 80 kilometer per uur, maar hoger of lager, afhankelijk van weer en drukte. De ANWB is daar voorstander van. „Wij roepen dat al jaren”, aldus een woordvoerder.

Ook de verladersorganisatie EVO juicht het toe dat Eurlings niet halsstarrig vasthoudt aan 80- kilometerzones, maar dynamische snelheden wil invoeren. Dat liet de organisatie gisteren weten.

De organisatie stelt dat de doorstroming op belangrijke knooppunten in de Randstad „aanzienlijk zal verbeteren” wanneer variabele maximumsnelheden van kracht zijn. Ze pleit voor een zo snel mogelijke invoering van dynamische snelheden op alle 80-kilometerzones.

Milieudefensie noemt het loslaten van de 80-kilometergrens „onbegrijpelijk”. Woordvoerder Kager: „De doorstroming hapert omdat veel mensen rechts gaan rijden, dat klopt.” Maar waarom dat gebeurt, staat volgens hem niet in de Mobiliteitsbalans die aan de Tweede Kamer is aangeboden. „De auto’s gaan naar rechts, omdat achter hen jakkeraars zitten te dringen. En juist die beloont de minister nu, in plaats van ze aan te pakken.”

Volgens de ANWB is het onduidelijk wat minister Eurlings precies wil. „Dat moeten we eerst nog eens vragen.” In ieder geval staat het voor de organisatie vast dat er aan de doorstroming nog het nodige kan gebeuren. Want het verkeer dat in de middagspits Den Haag uit wil, staat volgens de woordvoerder al voor Madurodam in de file om de Utrechtsebaan op te komen. „En al die draaiende motoren in de binnenstad zijn ook niet goed voor het milieu.”

Ruud Hornman, verkeersdeskundige aan de NHTV internationale hogeschool Breda, vond de 80-kilometer grens in bepaalde zones „een onhandig gekozen snelheid”, omdat het niet de meest optimale snelheid is om te zorgen voor een goede doorstroming van zoveel mogelijk verkeer. Hij is dan ook een voorstander van de dynamische maximumsnelheden, al moeten die volgens Hornman wel gepaard gaan met een „rode rand op de matrixborden”, zodat automobilisten weten dat het gaat om maximumsnelheden. „Anders gaat iedereen weer harder rijden.” Om diezelfde reden pleit de verkeersdeskundige voor strenge handhaving en aanpassing van de trajectcontrole.

Wat hem betreft mag er ’s nachts of op andere rustige momenten gewoon weer 120 kilometer per uur worden gereden, op de plekken waar dat kan. „Dat komt ook de geloofwaardigheid ten goede”, zegt hij stellig. „Die geloofwaardigheid is voor een groot deel verdwenen, omdat mensen niet meer begrijpen waarom ze hun snelheid moeten minderen.”

Hornman is het eens met de constatering van Milieudefensie dat automobilisten in Nederland het, in tegenstelling tot Duitsland, met een „summiere uitleg” moeten stellen. Er moeten wel uitgebreide metingen worden gedaan om te zien welke effecten de dynamische snelheden op de uitstoot van gassen hebben, vindt hij.