Niets is wat het lijkt in de idylle die wel kapot moet

Juli Zeh: Vrije val. Uit het Duits vertaald door Hilde Keteleer. Ambo, 269 blz. €19,95 ****

De daken glanzen er in de zon, de vogels kwinkeleren er lustig op los en de mensen lopen er lachend door het intacte centrum. Zo ongeveer schildert Juli Zeh het Zuid-Duitse stadje Freiburg. Het is een idylle die wel kapot móét gaan. Tegelijk met het overige moois. Het fijne leven van de hoofdpersoon bijvoorbeeld. Sebastian in de roman Vrije val is een meer dan geslaagd fysicus. De jonge hoogleraar heeft niet alleen aanzien maar ook een leuk gezin. Zijn vrouw Maike en zijn tienjarige zoon Liam draagt hij op handen.

Maar alles raakt uit balans na een geheimzinnig telefoontje. Sebastian hoort maar drie woorden: ‘Dobbelting moet weg.’ Zijn auto is verdwenen, met Liam erin. Een ontvoering, denkt de vader panisch. Om zijn zoon te redden gehoorzaamt Sebastian: hij doodt de medicus Dobbelting. En iedereen maar denken dat de moord met het artsenschandaal te maken heeft waarin Dobbelting is verwikkeld. Dat de zaak ingewikkelder in elkaar zit vertelt Zeh – wier roman Speeldrift deze week werd bekroond met de Prix Cévennes – in een virtuoze thriller. Niets is wat het lijkt en ter verklaring van raadselachtige fenomenen als toeval en noodlot, werkelijkheid en schijn, gaat Zeh bij natuurkundige theorieën te rade.

Sebastian bepleit de ‘vele-werelden- theorie’, het bestaan van parallelle universums: ‘Alles wat mogelijk is gebeurd’. Maar zijn studievriend Oskar, een nog genialere fysicus, vindt Sebastians opvattingen slap: omdat ze de waarheid relativeren ontslaan ze het individu van zijn morele verantwoordelijkheid. Oskar beschuldigt zijn vriend van doublethink ofwel dubbeldenken. Het komt neer op het gelijktijdig voor mogelijk houden van twee overtuigingen die elkaar uitsluiten. Wat was dus dat bevel door de telefoon? Niet ‘Weg met Dobbelting’ maar ‘Weg met doublethink’! Een bizar misverstand. Temeer daar iederéén bij Zeh zich aan dubbeldenken schuldig maakt. Sebastian omdat hij zijn homo-erotische liefde voor Oskar niet uitleeft. De opsporingsambtenaar Rita Skura omdat zij bij al haar instinctloosheid leerde om steeds het tegendeel aan te nemen van wat zij voor waar houdt. En commissaris Riet omdat hij een hersentumor heeft die zijn waarneming verandert.

Zeh is van huis uit juriste. Al haar boeken gaan over onrecht, over ethische grensgevallen en over de poging om het verstoorde evenwicht met absurde logica te herstellen. En haast al haar boeken leunen op wetenschap. De Duitse pers reageert er heftig op. Haar tegenstanders vinden haar een veel te ambitieuze jongedame die haar geleerde betogen uit schoolboekjes heeft gehaald. Maar ondanks koel gefilosofeer, schreef Zeh een warm boek. Op de puinhopen van de rede kan weer een idylle ontstaan.

Anneriek de Jong