Litouwen vergeet z’n douaniers niet

Litouwen wil excuses van Rusland voor gedaan onrecht.

Dat verkleint de kans op succes op de top tussen EU en Rusland deze week.

Het douaniershuisje waar in 1990 acht Litouwse grensbewakers werden neergeschoten. Foto Stéphane Alonso In juli 1991 werden acht Litouwse grensbewakers in het dorpje Medininkai overvallen en van dichtbij neergeschoten door sovjetsoldaten - Moskou was woedend dat Litouwen zich weer onafhankelijk had verklaard. Tomas Sernas overleefde als enige het bloedbad, op de grond is een glazen plaat gelegd over de bloedplas waarin hij wakker werd. Medininkai is voor Litouwen tot op heden een struikelblok in de relatie met Rusland, dat weigert mee te werken aan de uitlevering van de daders. Het douanierhuisje waar de moordpartij plaatshad is tegenwoordig een monument. Alonso, Stephane

Het pistoolschot kan hij zich niet herinneren, maar de gezichten van zijn moordenaars wel. Tomas Sernas weet ook hoe hij wakker werd in een grote plas bloed. Die ligt nog steeds in Medininkai, geronnen, onder een beschermende glasplaat, als museumstuk, opdat niemand vergeet. In Litouwen is Medininkai een begrip.

In dit dorp werden op 31 juli 1991 acht Litouwse grensbewakers neergeschoten, toen het land zich wilde losmaken van de Sovjet-Unie. „Het was een executie, in de beste KGB-traditie, zegt oud-douanier Sernas (45). „De Russen droegen niet eens maskers, ze schoten van dichtbij, in onze hoofden, en gingen ervan uit dat iedereen morsdood was.”

Sernas overleefde, als enige, maar raakte aan een rolstoel gekluisterd. Hij rijdt ermee langs het douanierhuisje waar de moordpartij plaatshad, thans een officieel monument. Binnen ligt de bloedvlek, naast zijn vroegere bureau, onder een rij foto’s van dode douaniers. In een hoek liggen vergeelde logboeken, op een deur zitten plaklettertjes. Niet vloeken.

Litouwen probeert de daders al jaren voor de rechter te krijgen, maar Rusland werkt niet mee, hoewel het daartoe als lid van de Raad van Europa wel verplicht is. Daarom sprak Vilnius in april een veto uit tegen het openen van onderhandelingen met Rusland over een nieuw samenwerkingsverdrag met de Europese Unie. „Het heeft geen zin om nieuwe afspraken te maken, als de oude niet worden nageleefd”, zegt onderminister Zygimantas Pavilionis (36) van Buitenlandse Zaken

De druk vanuit Brussel op Litouwen is groot: Rusland beschikt over omvangrijke gas- en oliereserves, die van strategisch en commercieel belang zijn. Onlangs trok Vilnius zijn veto weer in, nadat de Europese Commissie beloofde rekening te zullen houden met de Litouwse zorgen. Maar de eisen van het land staan volgens Pavilionis nog kaarsrecht overeind. De gesprekken, tijdens een top in Siberië op 26 en 27 juni, beloven heel moeilijk te worden.

Vilnius is niet alleen boos over Medininkai en andere bloedige incidenten uit die tijd, maar ook over de olietoevoer uit Rusland. Die viel in 2006 stil, nadat Litouwen zijn staatsraffinaderij aan Polen en niet aan Russische bieders had verkocht. Voor Pavilionis opnieuw een voorbeeld van gebroken beloftes, want Rusland ondertekende in 1994 het Energy Charter Treaty, dat de olietransit moet garanderen. „Dit kan anderen ook overkomen”, zegt Pavilionis. „Onze belangen zijn die van héél Europa.”

Sernas studeerde voor dierenarts, toen Litouwen zich in maart 1990 weer onafhankelijk verklaarde. Uit patriottisme meldde hij zich bij de heropgerichte douane, om de grenzen te helpen bewaken. Een hachelijke zaak, omdat Moskou de nieuwe status van Litouwen niet erkende en er in het land nog volop Russische soldaten gelegerd waren. Hij en zijn collega’s kregen geen wapens, uit vrees dat dit als provocatie kon worden opgevat.

Tijdens de overval op zijn post ging in de buurt ook een militaire sovjetbasis de lucht in. Opgeblazen door de Russen zelf, om de indruk te wekken dat de Litouwers tot de aanval waren overgegaan. Een uitgekiend scenario, ware het niet dat Sernas overleefde en kon getuigen. „Een wonder”, zoals hijzelf zegt. Na het bloedbad werd hij dominee.

„Het is een principiële kwestie”, zegt Sernas als hem gevraagd of na zeventien jaar geen streep onder het verleden moet worden gezet. „Het zou al heel wat zijn als de Russen spijt betuigen of uitleggen waarom de uitlevering van de daders moeilijk is, maar zelfs dat is te veel gevraagd. Sterker nog: de oude praktijken zijn springlevend.” Hij doelt onder meer op de Russische bemoeienis in Georgië en Moldavië, de moord op de kritische Russische journaliste Anna Politkovskaja en de vergiftiging van de vroegere KGB-agent Aleksandr Litvinenko, in Londen in 2006.

„We maken onszelf al twee decennia wijs dat Rusland langzaamaan onze Europese standaarden overneemt”, zegt onderminister Pavilionis. „Maar het is alweer tien jaar geleden dat de politieke transformatie van het land tot stilstand is gekomen. Veel wordt zelfs teruggedraaid, het autoritarisme neemt elke dag toe. Als Rusland steeds meer op Wit-Rusland gaat lijken kun je niet spreken van een strategische partner, maar van een problematisch buurland.”

De bewindsman keek ook op van de morele verontwaardiging in West-Europa over de moord op Litvinenko. „Die is geheel terecht, maar wij voelen haar al veel langer”, zegt hij. „Waarom is één dode in Londen meer waard dan twintig doden in Litouwen?” Sernas houdt stil bij de zeven kruizen die naast het douanierhuisje zijn opgericht. „Medininkai zou voor de rest van Europa ook een symbool moeten zijn”, zegt hij. „We leven allemaal in hetzelfde huis.”