‘Ik was opgelucht dat Neeskens mij niet dekte’

Morgen is het dertig jaar geleden dat Mario Kempes de WK-finale Argentinië-Nederland besliste. ‘Echt, ik kan de hele film zo weer afdraaien.’

Buenos Aires, 25 juni 1978: Mario Kempes (links) heeft Argentinië in de WK finale tegen Nederland op een 2-1 voorsprong gezet. Argentinië won uiteindelijk met 3-1. (Foto AFP) Argentinian midfielder Mario Kempes (L) who just scored his second goal celebrates in front of forward Daniel Bertoni and Dutch defenders Wim Suurbier (on ground) and Ruud Krol (facing camera) 25 June 1978 in Buenos Aires during the extra time period of the World Cup soccer final between Argentina and the Netherlands. Kempes gave Argentina a 2-1 lead and Bertoni later scored a third goal to give Argentina its first-ever World title with a 3-1 victory. AFP PHOTO AFP

Het zijn drukke tijden voor Mario Kempes, de ‘beul’ van Oranje in de WK-finale van 1978. Als commentator van de Amerikaanse sportzender ESPN heeft hij zijn handen vol aan het Europees kampioenschap voetbal én er wacht een verhuizing. Deze zomer keert hij terug naar Argentinië, waar hij zijn tv-werk zal voortzetten en als trainer aan de slag hoopt te gaan.

Toch stemt hij vanuit zijn woonplaats in de Amerikaanse staat Connecticut onmiddellijk in met een telefonisch interview. Een journalist uit Nederland, dat vindt El Matador leuk, nu het morgen exact dertig jaar geleden is dat hij met twee doelpunten en één assist aan de basis stond van de eerste wereldtitel voor Argentinië.

Lachend zegt hij zich de finale nog goed te herinneren. „Echt, ik kan de hele film zo weer afdraaien. Het begin was moeilijk. Door die toestand rond het gipsmanchet van René van de Kerkhof en omdat Nederland het eerste kwartier de beste kansen had. Maar keeper Ubaldo Fillol stopte die dag zo’n beetje alles. Daarna werden we rustiger, creëerden kansen en scoorden de 1-0.”

Tegen het einde van de reguliere speeltijd kwamen de Argentijnen alsnog in de problemen. Invaller Dick Nanninga maakte gelijk en vlak voor tijd schoot Rob Rensenbrink de bal op de paal. Kempes: „Gaat die bal erin, dan zaten wij nu vast niet met elkaar te praten.”

De Argentijnse spelers stonden onder grote druk, maar dankzij een maandenlange voorbereiding waren zij nog bijzonder fit. Kempes: „Trainer Cesar Menotti hamerde er bij de voorbespreking op dat dit misschien wel de enige kans in de geschiedenis was dat Argentinië de wereldtitel kon pakken. En hij gaf nóg een boodschap mee: ‘Doe je best en geniet van dit historische moment’.”

Belangrijk, zegt Kempes, was de steun van het publiek. „Argentijnen zijn bloedfanatieke clubsupporters, maar in het Estadio Monumental stonden fans van aartsrivalen als Boca Juniors en River Plate broederlijk naast elkaar. Ook dát was de verdienste van Menotti. Anders dan zijn voorgangers selecteerde hij niet louter spelers uit Buenos Aires en Rosario. Menotti , trok het binnenland in en koos voor een brede, Argentíjnse selectie. Dat kwam het teamgevoel ten goede. Niemand voelde zich beter dan de rest, we gingen voor elkaar door het vuur.”

Van de spelers van Nederland herinnert Kempes zich verder vooral Ruud Krol („één en al elegantie”), Johan Neeskens en Willy van de Kerkhof. Tot Kempes’ verbazing werd Willy door bondscoach Ernst Happel op hem gezet: „Ik ging ervan uit dat Neeskens mij zou dekken. Bepaald geen makkie: ik had met Valencia al tegen hem gespeeld. Toen Van de Kerkhof die rol op zich nam, was ik best opgelucht. Ik kreeg meer vrijheid dan ik had durven hopen, hoewel Neeskens mij toch ook een paar keer flink te grazen nam.”

Na de finale keerde Kempes terug naar Spanje. Daar, ver van de vaderlandse propagandamachine, werd hij door pers en publiek geconfronteerd met de andere kant van de WK-medaille. Het toernooi zal immers altijd zwart omrand blijven door het Argentijnse generaalsregime dat het voetbaltoernooi ter meerdere eer en glorie van zichzelf misbruikte, terwijl letterlijk om de hoek van menig stadion mensen doodgemarteld werden.

De flamboyante rechtsbuiten van de Argentijnen, René Houseman, zou daar later het volgende over zeggen: „We trainden lang in afzondering en hadden geen idee van wat er werkelijk aan de hand was in het land. Maar nu beschouw ik generaal Videla als een smet op onze geschiedenis. Ik heb er echt spijt van dat ik hem na die finale een hand heb gegeven.”

De spraakwaterval Mario Kempes valt stil bij de naam Videla. Ik leg hem daarom een uitspraak voor van zijn landgenoot Jorge Valdano. Die meende enkele jaren geleden in een interview dat een boycot door Nederland, waar in de aanloop naar het toernooi voor werd geijverd, zinvol zou zijn geweest: „Sport en politiek moet je zoveel mogelijk scheiden. Maar hier was sprake van politisering van de sport door een repressief bewind. Dan mag de sport iets terugdoen.”

„Ik respecteer een ieders mening”, klinkt het na enige tijd vermoeid aan de andere kant van de lijn. „Dus ook als een land tot een boycot was overgegaan. Maar vergeet niet dat de FIFA al in 1974 besloot om het WK in Argentinië te houden. Pas twee jaar later grepen de militairen de macht. Wij spelers wilden alleen maar voetballen, voor onszelf en voor de Argentijnen. Verder wens ik er niks meer over te zeggen. Geen woord.”

Bij Valencia oogstte Kempes ook na het WK succes. Maar vanaf 1984 speelde hij voor een reeks onbeduidende clubs, waaronder het Spaanse Hércules en het Oostenrijkse Sankt Pölten. In 1996 beëindigde hij op bijna 42-jarige leeftijd zijn loopbaan in Indonesië, als speler-coach van Pelita Jaya.

Kempes had het in de tropen naar zijn zin. Er was eigenlijk maar één probleem: „In Indonesië zijn clubvoorzitters oppermachtig. Die van Pelita Jaya bemoeide zich met álles. Hij kwam zomaar het trainingsveld op om te vertellen wat we moesten doen. Ik zei: ‘Jij draagt een net pak, dus ga maar lekker op de tribune zitten.’ Dat pikte hij niet en toen we op de landstitel afstevenden, werd ik ontslagen. Dat zijn club met mij kampioen zou worden, vond hij blijkbaar onverteerbaar. Ik weet niet wie er uiteindelijk gewonnen heeft; ik heb mijn koffers gepakt en ben vertrokken.”

Kort daarop zocht Kempes opnieuw het avontuur en werd trainer van het Albanese SK Lushnjë. De Argentijn schiet in de lach: „Het begon goed. We plaatsten ons voor de halve finale van de nationale beker, maar na een maand moest ik het land uit vluchten. Er heerste totale anarchie als gevolg van de ineenstorting van de piramidefondsen, mijn veiligheid was niet langer gegarandeerd. Daar ging ik: in het laatste vliegtuig voordat de zaak écht explodeerde. Het heeft me geld gekost, maar ik heb er best prettig gewerkt.”

Succes behaalde Kempes in 1999 door de Boliviaanse club The Strongest naar een tweede plaats in de competitie te leiden, maar verder zat het hem tot aan zijn overstap naar de televisie niet mee. Ook veel van zijn voormalige teamgenoten uit de WK-selectie mislukten als trainer. De spijkerharde aanvoerder Daniel Passarella deed het nog het beste en bracht het tot coach van het nationale elftal.

Kempes: „Onze generatie heeft bitter weinig kansen gekregen. Het liefst willen wij natuurlijk in Argentinië aan de bak. Maar daar maakt een kleine groep al jaren de dienst uit. Het is niet makkelijk om daar tussen te komen.”

Opgewekt nu: „Maar ik zie de toekomst zonnig tegemoet. Binnenkort ga ik in Argentinië voor de lokale tak van ESPN werken. Hopelijk krijg ik ook de kans om weer een club te trainen, want dat doe ik toch het liefste. En mocht ik pech hebben, dan trek ik weer de wereld in. Ik ben een voetbalzigeuner: warm of koud, zon of regen, ik vind het prima, zolang er een bal in de buurt is.”