Geef Servië een kans

De Socialistische Partij van Servië (SPS) heeft gekozen: voor een koers richting Europa. Gisteren hebben de Servische socialisten het fundament gelegd voor een coalitie met het electorale blok ‘Voor een Europees Servië’ van de Democratische Partij (DS) van president Tadic en de eveneens Europees georiënteerde partij G17plus. De nieuwe regering van liberalen en socialisten wil de deur naar de Europese Unie openen, ondanks het feit dat een groot aantal lidstaten de onafhankelijkheid van Kosovo intussen heeft erkend.

Vandaag zou het parlement bijeenkomen om het werk af te maken. De posten zijn al grotendeels verdeeld. De partij van Tadic levert de premier en de minister voor Europese integratie. De socialisten krijgen vermoedelijk het voorzitterschap van het parlement en het departement voor binnenlandse zaken, dat zal worden bezet door partijleider Dacic.

Deze coalitie wordt binnen de SPS breed gedragen. Gisteren heeft de partijraad zich er met 245 tegen 11 stemmen achter geschaard. Dat wijst er op dat de socialisten con amore in zee gaan met hun oude tegenstanders.

Dat is opmerkelijk en vooral ook goed nieuws. Nog maar een decennium geleden was de SPS het wapen van de inmiddels overleden Milosevic, die betrokken was bij alle burgeroorlogen in Joegoslavië en ook Servië met geweld regeerde. Bovendien is half Servië verscheurd als het om Europa gaat. De vorige regering – een coalitie van Tadic met de anti-Europese premier Kostunica, die in 2000 een belangrijke rol speelde bij de val van Milosevic – viel dit voorjaar wegens onenigheid over Europa.

In de daarop volgende parlementsverkiezingen behaalde het blok ‘Voor een Europees Servië’ een verrassende overwinning op de Radicale Partij van de hypernationalist Seselj, die terecht staat voor het Joegoslavië tribunaal in Den Haag. Maar Tadic cum suis kregen onvoldoende zetels voor een meerderheid. De socialisten kwamen daardoor in de problemen. Zonder de SPS was er geen parlementaire meerderheidscoalitie te vormen. De socialisten hebben die macht uitgespeeld door vooral sociaal-economische eisen te stellen. Drastische hervormingen zullen de komende tijd dan ook achterwege blijven.

In Brussel is niettemin positief gereageerd op het regeerakkoord in Belgrado, onder anderen door eurocommissaris Rehn, belast met de uitbreiding van de EU.

Terecht. Maar dat enthousiasme kan wel spoedig op de proef worden gesteld. Ten eerste is er de eis dat Servië een verdachte oorlogsmisdadiger als generaal Mladic aan het Joegoslavië Tribunaal moet uitleveren voordat het bij de EU aan tafel wordt genodigd. Dat is een bittere pil die de SPS niet zo snel zal slikken. Ten tweede is Europa, sinds het Ierse ‘nee’ tegen het Verdrag van Lissabon, vooral met zichzelf bezig. Eerlijke en vruchtbare gesprekken met Servië vergen daarentegen juist een extroverte houding.

Toch moet EU die neiging tot introspectie onderdrukken. De nieuwe regering in Servië verdient een open houding, ook al maken leerlingen van Milosevic er deel van uit.