Gebruik voedsel voor de mens, niet voor de auto

Correspondent Philip de Wit geeft in het artikel `Heel Brazilië rijdt erop, nu de wereld nog` een te rooskleurig beeld over de toekomst van bio-ethanol (NRC Handelsblad, 17 juni). Allereerst is het de vraag of ethanolwinning de biodiversiteit in Brazilië aantast. De Wit meent van niet, omdat bij verdubbeling de ethanolproductie maar ”twee procent van het totale landbouwareaal” zou beslaan. Het hangt ervan af wat wordt verstaan onder `landbouwareaal`. Inderdaad, het planten van suikerriet hoeft niet ten koste te gaan van het regenwoud, ware het niet dat andere kostbare gebieden, zoals de Braziliaanse savanne (cerrado), op dit moment al sterk lijden onder de oprukkende suikerriet- en sojateelt.

Nog steeds wordt als voordeel van biobrandstof genoemd de lage hoeveelheid broeikasgassen die zouden worden uitgestoten. Ten onrechte. Er wordt bij gebruik van bio-ethanol inderdaad minder CO2 uitgestoten dan bij benzine, maar de uitstoot van overige broeikasgassen ligt hoger. Methaan is een 21 en lachgas een 300 keer sterker broeikasgas dan CO2. Het nettoresultaat is daarmee niet veel beter.

Bovendien komt er bij het verwijderen van de oorspronkelijke bebossing voor teelt van suikerriet veel koolstof vrij. Er is veertig jaar gebruik van bio-ethanol nodig om deze koolstofuitstoot te compenseren.

Voor bemesting van suikerriet wordt kunstmest gebruikt, dat gemaakt wordt uit aardgas. De schattingen over de hoeveelheden aardgas die hiervoor nodig zijn, lopen uiteen, maar ze zijn in elk geval aanzienlijk.

Zolang een deel van de wereldbevolking lijdt onder voedselschaarste, zouden voedingsmiddelen niet gebruikt mogen worden om westerse auto`s op te laten rijden.