Elementaire deeltjes

Er is dus ondergronds ijs op Mars. Nou en? De commerciële betekenis van de Phoenix-missie naar Mars, die vorige maand resulteerde in een geslaagde landing op de planeet, is gering. Dat geldt overigens ook voor de Large Hadron Collider (LHC), de nieuwe deeltjesversneller in Zwitserland die in augustus operationeel wordt.

De kosten van de Mars-missie bedragen intussen 420 miljoen dollar (270 miljoen euro). Die van de deeltjesversneller, bestemd voor fundamenteel natuurkundig onderzoek naar de bouwstenen van de materie, zijn astronomisch: vele miljarden euro’s liggen verzonken in de bodem rond Genève.

In een tijd waarin investeringen direct iets moeten opleveren, bedrijven hijgend op kwartaalbasis resultaten moeten tonen en financiële constructies de daadwerkelijke productie verdringen, lijken deze miljarden voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek een anachronisme. Natuurlijk: onderzoek op Mars leidt tot inzichten over het klimaat op aarde, over voortstuwings- en materiaaltechniek en wat niet al. Ook de krachttoer die bij de LHC wordt verricht, levert een schat aan kennis en vaardigheden op, om nog maar te zwijgen over de duizelingwekkende computertechniek die nodig is om de resultaten van de deeltjesbotsingen vervolgens te ontcijferen.

Dat alles heet ‘nut’. Maar dat is niet het belangrijkste. Dit soort projecten maakt onderdeel uit van de lange zoektocht naar het antwoord op twee van de meest elementaire vragen die de mens zich kan stellen: waar komen we vandaan, en zijn we de enigen in het heelal? De LHC bootst in wezen de toestand na die geheerst moet hebben vlak na het ontstaan van het universum. Onder de extreme condities in de deeltjesversneller wordt gezocht naar het ‘Higgs-deeltje’. Dat zou er verantwoordelijk voor zijn dat de bouwstenen van de materie, de zogenaamde elementaire deeltjes, massa hebben. Dat draagt weer bij tot het begrip van het heelal en uiteindelijk van onszelf.

Hoewel de kans dat er ooit leven op Mars is geweest laag wordt ingeschat, is de missie een stap in de zoektocht naar buitenaards leven – en een verkenning van de omgeving van de aarde. De speurtocht naar planeten rond andere sterren dan de zon heeft inmiddels verbluffende resultaten opgeleverd. Waarschijnlijk zijn er planeten die lijken op de onze.

Dat spreekt tot de verbeelding en daarom is dergelijk onderzoek zo waardevol. Het is belangrijk om te weten hoe een benzinemotor schoner kan, hoe consumenten reageren op een nieuw product en of er nóg meer schakelingen op een schijfje silicium passen. Maar ook de grote vragen mogen niet onbeantwoord blijven.

Dat kost veel geld. Daarover moet verantwoording worden afgelegd: de burger moet bij de resultaten betrokken worden. Daar hoort ook internationale samenwerking bij, waarbij de resultaten onbaatzuchtig worden gedeeld. Maar laten we allereerst de wetenschap zijn gang laten gaan. Zonder verbeelding wordt de mensheid zelden wijzer.