Elektronisch patienten dossier is een goede zaak

Laurens Mommers betoogt dat het elektronisch patiëntendossier gevaarlijk en overbodig is (Opiniepagina, 17 juni). Een ouderwetse verwijsbrief is effectiever. Daar heeft de heer Mommers gelijk in. Helaas is het in 2000 jaar moderne geneeskunst niet gelukt om systematisch te komen tot goede verwijsbrieven. Om een goede briefing te kunnen schrijven, dient een schrijver zich bewust te zijn van het kennisniveau van de lezer. Bij een uitbehandeld verklaarde prostaatkankerpatiënt met diabetes zou de verwijsbrief voor de fysiotherapeut anders moeten zijn dan die voor de internist die de diabetes behandelt. Een verwijsbrief van een `moeilijk geval` bestaat echter vaak uit één, twee regeltjes in slordig handschrift met de afwijkingen van het standaardpatroon, de meest recente symptomen en meest recente behandeling.

De realiteit is dus dat er een enorme en schadelijke informatiekloof is tussen medici onderling en medici en andere behandelaars. Die schade is veel bedreigender dan de risico`s van de oplossing. Het gaat bovendien om wat het extra risico is van zo`n elektronisch patiëntendossier. Er is met enige intelligentie al zoveel informatie over onze gezondheid te achterhalen, met elektronische betalingen, gedetailleerde claimformulieren, rekeningen, uitbetalingen, de administratie van ziekenhuis, arts, verzorgenden, verzekeraars, AWBZ en apotheek. Voor kwaadwillenden zal dit nieuwe communicatiemedium die risico`s niet veel vergroten. Als dezelfde eisen gesteld werden aan de bestaande systemen als aan nieuwe systemen, zou elke brief minstens aangetekend verstuurd moeten worden.

Het elektronisch patiënten dossier stoppen vanwege privacyoverwegingen is een geval van het kind met het badwater weggooien. Daar waarschuwen ze in de zorgsector ook al lang tegen, maar het blijft kennelijk een nuttige waarschuwing.